Oneindigheid en chaos centraal in Zaterdagmatinee

Diderik Wagenaar en Wolfgang Rihm op het Hollandfestival, Concertgebouw Amsterdam

Een bijzondere klankbeleving en voor het oor grensoverschrijdende ervaringen   tijdens de Zaterdagmatinee van 6 juni. Een coproductie met Holland Festival 2015, waarin behalve de première van Diderik Wagenaars Canzone sull’Infinito ook de Derde Symfonie van Wolfgang Rihm klonk.

Diderik Wagenaar maakte in de jaren zeventig furore met werken als Tam tam en Metrum (1984), in een stijl die aansloot bij die van Louis Andriessen. Onder invloed van Berio liet hij in zijn latere composities meer ruimte voor het melodische element en de polyfonie. Preludio all’Infinito ging in 2009 in première en was een opdrachtwerk van NTR Zaterdagmatinee en ASKO/Schönberg ter gelegenheid van Louis Andriessens zeventigste verjaardag.

Preludio all’Infinito

Wagenaar was als jong kind al uitermate gefascineerd door astronomie en oneindigheid. Een gedicht, L’Infinito van Giacomo Leopardi (1708-1837), trof hem zozeer dat het aanleiding werd voor de vierdelige cyclus Ciclo dell’Infinito, ofwel Cyclus van de Oneindigheid. In de serie Hedendaags van NTR Zaterdagmatinee werd afgelopen zaterdag het eerste deel gespeeld. Naadloos gevolgd door de première van het tweede deel Canzone sull’Infinito. Deel drie …e mi sovvien…, geschreven voor instrumentaal ensemble, ging in 2013 in première. Epilogo, het laatste deel, op een tekst van Dante en bedoeld voor stemmen en orkest, moet nog worden voltooid.

De eerste twee delen van de cyclus werden uitgevoerd in een rijke bezetting van het orkest. De beweeglijke motieven, die almaar leken te willen opstijgen en in alle instrumentgroepen in verschillende klankkleuren verschenen, deden denken aan een soort Genesis, waarin het waterelement overheerst en waarbij alleen nog chaos is, geen vorm. Het leverde prachtige meditatieve momenten op, waarbij vooral de ijlere passages indrukwekkend waren.

Canzone sull’Infinito

Canzone sull’Infinito opende met de integrale tekst van het gedicht door de vrouwenstemmen van het Groot Omroepkoor. Ondanks de syllabische en unisone zetting was de tekst toch moeilijk te verstaan. Hun knap gezongen partij was lastig, schurend soms, en hoog. De sfeer van dit deel bleef nog steeds ijl, mede door de harpen, cimbalom en triangel en sloot aan bij de beleving van vormloosheid uit het eerste deel. Pas nadat ook de mannenstemmen hun intrede deden ontstond meer diepte en werd het geheel aardser van kleur. Het einde verliep in indrukwekkende verstilling.   

Derde Symfonie van Wolfgang Rihm

Ook Wolfgang Rihm verwerkte teksten in zijn Derde Symfonie voor sopraan, bariton, gemengd koor en orkest, waarvan de Nederlandse première plaats vond in 1976/77.  De teksten zijn afkomstig uit Friedrich Nietzsche’s Der Einsamste en Das eherne Schweigen, alsook van Arthur Rimbaud’s Illuminations. Rihm, één van de grootste hedendaagse componisten, toonde zich zichtbaar gelukkig met de topgave uitvoering onder leiding van Markus Stenz. Alle vier delen kregen tempo aanduiding ‘langzaam’ mee. Het eerste deel duurde een half uur, en kenmerkte zich door grote contrasten, tumult en verstilling, melancholie en schrilheid. De overige drie delen duurden eveneens een half uur. In het tweede deel maakten solisten en koor hun entree, die de poëzie van Nietzsche en Rimbaud vertolkten. De Kroatische Bariton Miljenko Turk zong met een warm en beweeglijk stemgeluid en de Moldavische coloratuur-sopraan Anna Palmina wist in de chaotische kakafonie nog steeds boven het geheel uit te komen.

De grootse bezetting met vier fluiten, vier hobo’s, zes (bas)klarinetten, zes (contra)fagotten, zes hoorns, vier trompetten, vier trombones, twee tuba’s en zeven slagwerkers deden je af en toe naar je oren grijpen. Pijngrenzen werden bereikt vanwege het volume, de scherpte, de snijdende en schurende klanken.  Uitzondering daarop was slechts het indrukwekkende begin met de zachte altviolen en celli en het mooiste, vierde deel, waarin alleen nog twee solisten en het fluisterende koor de tekst van Nietzsche treffend verklanken.

Rihms verdienste lag niet alleen in zijn kleurrijke en contrastvolle benadering, ook alle instrumentgroepen en mogelijkheden werden tot het uiterste benut. Markus Stenz bleef gelijkmatig de maat slaan op een wijze die bijna vervreemdend werkte tussen al het geweld, de extremen in dynamiek en de contrasten tussen hoog en laag.

Ondanks de enorme prestatie die dirigent, solisten en koor hebben neergezet rees de vraag wat er hier gebeurde in de muziek. Waarvan is deze muziek, ondanks de verwijzing naar de tekst, uitdrukking? Regelmatig bekroop je het gevoel dat er       een alarm afging, een gevoel van volkomen verbrokkeling en op zich zelf staande wanhoops uitingen. Als kunstenaars al een zintuig hebben voor wat zich afspeelt in tijd en toekomst dan geeft Rihms muziek je een overrompelend gevoel van verbrokkeling en chaos die, gelukkig, uiteindelijk tot rust komt. Fantastisch gespeeld en gezongen!  

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: