Official opening concert of the Latvian Presidency of the Council of the European Union

Elina Garanca

Ter ere van het Letse voorzitterschap van de raad van de Europese unie luidde Bozar de klokken in met de Letse Elina Garanca als soliste. Londenaar Karel Mark Chichon, tevens de partner van Elina, dirigeerde het Nationaal Orkest van België.
 

Ter ere van het Letse voorzitterschap van de raad van de Europese unie luidde Bozar de klokken in met de Letse Elina Garanca als soliste. Londenaar Karel Mark Chichon, tevens de partner van Elina, dirigeerde het Nationaal Orkest van België.

Op het veelbelovende programma een reis door Frankrijk, Letland en Rusland. 

Ziek

Koorcomponist Eriks Esenvalds (1977) bewees met de Fanfare (2010) voor symfonisch orkest dat Letse klanken ook zwierig en fris kunnen klinken. Zijn onderzoek naar traditionele volksmuziek en naar het universele karakter van de stem in het algemeen, naar natuurgeluiden en klanken van dieren is een transcendentale ontdekking. Het werk van Esenvalds doet me denken aan Arvo Pärt.

Een ingetogen Elina Garanca viel moeilijk te onderscheiden van het orkest en was onvoldoende verstaanbaar in Hector Berlioz’ (1803-1869) Les Nuits d’été, op. 7 (1840, ork. 1856). Ik heb nauwelijks iets gehoord van haar volle, loepzuivere stem. Vooraf werd ze al verontschuldigd omdat ze ziek was, dus veel valt er niet over te melden. Jammer want de op muziek gezette gedichten van Théophile Gautier leken me zeker aanleiding te geven tot een diverse sfeerschepping. De teleurstelling werd des te groter nadat Garanca na de pauze niet meer terug keerde voor de aria van Jeanne uit De Maagd van Orléans (1881) van Pyotr Tchaikovsky (1840-1893).
De leemte werd opgevuld met een vermakelijke, Braziliaanse interpretatie van Tico Tico van Zequinha de Abreu. De meesten konden het nog appreciëren maar voor tickets tussen de € 22 en € 88 mochten ze voor mij toch wel een gelijkwaardiger programma in de plaats gesteld hebben of het boeltje afgelast.

Felkleurig

Preludium. Light (2011) voor symfonisch orkest van de Let Andris Dzenitis (1978) heeft gelijkenissen met de Vuurvogel, suite (1919) van Igor Stravinsky (1882-1971), het tempo buiten beschouwing gelaten. Light baadt in een weelde aan disharmonische, scherpe en mythische klanken uit onherbergzame gebieden, open vlaktes en meren in Letland. Het beschrijft de zonsopgang in een landschap, aldus Dzenitis.

Bij Vuurvogel loert er steeds een dreiging om de hoek, om daarna te transformeren in geborgenheid. Deze internationale doorbraak van Stravinsky is energiek, vliegensvlug maar ook schoorvoetend, heroïsch en schertsend, met een denderend slotakkoord. Door het evenwicht en de nieuwe harmonie waande ik me op een bepaald ogenblik in een felkleurig beeld van Emile Claus.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: