Novecento: Szymanowski en Debussy, één en hetzelfde universum ?

De Poolse componist Karol Szymanowski 1882-1937) schreef maar twee strijkkwartetten, de Fransman Claude Debussy (1862-1918) nog minder : één. Het is de verdienste van het Novecento 20/21 Festival om die alledrie op één avond te programmeren. En dan nog te laten uitvoeren door een Pools ensemble, jong maar nu al reikend naar de top : het Meccore String Quartet.

Begonnen in 2007 zijn ze ondertussen al een sterke merknaam, zeker in hedendaags werk. En in de aula van het Maria Theresia College van de Leuvense universiteit deden ze dat door dat vertrouwd werk van Debussy  af te toetsen aan dat van een minder bekende Poolse componist. Gorecki, Penderecki en Lutoslawski zijn misschien de meer bekende Polen, maar Szymanowski ? Met één been nog schatplichtig aan de 19e eeuw, met het andere volop in de  20e eeuw staand.  Net zoals zijn muziek,  balancerend tussen impressionisme en expressionisme, zou je kunnen zeggen.

Dat bleek al meteen uit het tweede strijkkwartet (1927) van hem waarmee het concert begon. Nooit eerder gehoord maar met twee, drie noten gespeeld, kon je het meteen plaatsen in het universum van Debussy en Ravel. Zeker met het uiterste raffinement waarmee ze speelden. Filigraan bijna, maar ook met grote  dynamiek bij de meer dissonante passages en met de ontleningen uit de volksmuziek in de tweede beweging en het lento. Dezelfde verfijning was ook te horen bij de ooit ongewone klankkleuren van Debussy’s enige strijkkwartet, uit 1893 maar nu al zo vertrouwd. Ik heb overigens zelden kwartetmuzikanten gezien die zich zo kijkend aan mekaar blootgaven in hun communicatieve spel. Hun opstelling leende zich wel daartoe :  de cellist, zittend op een verhoogje, met links en  rechts van hem, èn staand, de violisten. Het eeuwig mooie andantino met die oorstrelende melodie speelden ze  met een verstilde dynamiek. Je moest je  inhouden om op dat einde  niet meteen  te gaan applaudisseren. Dan volgde tot slot het  eerste strijkkwartet van Szymanowski, juist honderd jaar geleden geschreven. Vol contrasten, soms ijzig koud – met snaren aangestreken op de kam – dan weer zo subtiel, het enige woord dat je hiervoor kan gebruiken.  Een onderdompeling was het in een soms wrange maar ook zoete klankervaring. Het zijn dan ook strijkers die in de leer gingen bij echt grote namen : het Artemis kwartet, het Alban Berg kwartet en ook bij de Muziekkapel van Argenteuil. Wat een weelde dit te kunnen meemaken.

Aan democratische prijzen – trouwens een waarmerk van dit Festival – tóch grote namen kunnen strikken en die brengen in een  paar unieke locaties : het Iers College, de Sint Geertrui kerk, de abdijkerk van Keizersberg, het STUK…. Je moet het maar doen. Een echte concertzaal heeft Leuven overigens niet en de Maria Theresia aula is een ongemakkelijk studenten auditorium.  Afgezien van de stadsschouwburg en de twee andere studenten auditoria (van Gasthuisberg en Pieter De Somer ) heeft Leuven voorlopig niks beters. En toch de uitdaging aangaan om minder bekend werk van minder bekende namen meer bekendheid te willen geven is een verdienste waarvoor we Novecento 20/ 21 zeker moeten loven.


  • WAT: Novecento: Szymanowski – Mysterie en meesterschap
  • WIE: Meccore String Quartet;  Jacob Nadrzycki, viool, Wojciech Koprowski, viool, Michal Bryla, altviool, Karol  Marianowski, cello
  • WANNEER: 11 oktober 2017
  • WAAR: Grote Aula Maria Theresia, Leuven
  • Foto: m.t.

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: