Opiniestuk over de KEW Viool 2019 door Marlies De Munck

In De Standaard van 20 mei publiceerde Marlies De Munck, onder meer auteur van het boek Waarom Chopin de regen niet wilde horen, over de sinds maandag lopende finale van de KEW Viool 2019. Maandag was het landgenote Sylvia Huang die de Belgische eer mocht verdedigen in de finale van de nog steeds prestigieuze Koningin Elisabethwedstrijd. De violiste, die een Chinese vader en een Belgische moeder heeft, speelde als tweede, na de Amerikaan Luke Hsu. Op dinsdag hoorde u nog een Amerikaan, Stephen Kim, gevolgd door de Koreaanse Ji Won Song.

Ook de volgende avonden ziet u Aziatische namen passeren. Er zijn ook drie briljante dames geselecteerd uit het voormalige Oostblok: een Hongaarse, een Roemeense en een Oekraïense. Inderdaad, ze komen allemaal uit het Oosten (of toch minstens een van hun ouders).

Is dat van belang? Moeten we stilstaan bij de nationaliteit van muzikanten? Is de muziek niet het laatste bastion waarin we mogen hopen dat het identiteitsdebat geen wortel kan schieten? Uiteraard: nationaliteit en geografie zijn absoluut onbelangrijk om muzikaal talent te beoordelen. Maar gek genoeg is dat precies de reden waarom we in de finale zo weinig Duitsers, Nederlanders, Fransen, Engelsen, Italianen of Scandinaviërs tegenkomen, om zomaar wat Europese nationaliteiten te noemen. De terechte onpartijdigheid leidt de laatste jaren onherroepelijk tot een ranking met steeds minder westerse namen.

Al lang circuleren daarvoor verklaringen. Die komen er meestal op neer dat we onze kinderen te weinig discipline opleggen. De haast militaire dril in vele oosterse culturen zou ertoe bijdragen dat daar het ene na het andere wonderkind opspringt. Dat soort verklaring dient tegelijk als vergoelijking voor de westerse aanpak: dat we minder uitzonderlijke talenten voortbrengen, is eigenlijk goed. Het wijst erop dat we een kindvriendelijke cultuur zijn die zich niet laat opjutten door competitiedrift.

Hoeveel er waar is van die verklaring, weet ik niet, maar ze doet in ieder geval geen recht aan wat we met eigen oren kunnen horen. De finalisten zijn geen mechanische, zielloze wedstrijdautomaten. Ze brengen geen made-in-China-namaak. Wat ze doen is echt, en het ontroert. Het is tegelijk bizar en fantastisch om te ervaren hoe een Japanse jongeman Belgische harten doet zingen met een sonate van de Tsjechische componist Leos Janacek. Hier klinkt de universele taal van de muziek.

Interessanter is daarom de vraag wat deze geografische scheeftrekking zegt over de klassieke muziekcultuur in het Westen. De grote werken uit de canon ontstonden stuk voor stuk in een klimaat van emancipatie. Meer dan de andere kunsten was muziek in de 19de eeuw het medium waarmee sociale barrières werden doorbroken. De ontvoogding van de middenklasse gebeurde op de tonen van Beethoven, Brahms en Berlioz. Door artistieke cultivering stootte de bourgeoisie door de glazen plafonds van de aristocratie. Revoluties werden aangevuurd door de tonen van dé autonome kunst bij uitstek: de absolute muziek.

Die betekenis van emancipatie, van ontvoogding door zelfontplooiing, die zo lang samenging met de traditie van de klassieke muziek, kennen wij hier niet meer. De muziek is zelf stilaan verworden tot een symbool van ouderwetse traditie. Of nog erger: van een wereldvreemde, eurocentrische elite. Die connotatie heeft in veel Europese landen een tegenreactie op gang gebracht. Wie durft nog te zeggen, zonder ironie, dat de Elisabethwedstrijd waardevoller is dan het Songfestival? Welke ouder durft vol te houden dat zijn kind beter investeert in notenleer dan in trampolinespringen?

Hoeveel er ook te zeggen valt voor zelfkritiek en zelfrelativering: met dit soort redeneringen halen we de eigen muzikale geletterdheid onderuit. Wie niet vertrouwd is met de eigen taal, klank en grammatica van de klassieke muziek, maakt weinig kans om daar zomaar zijn weg in te vinden. Wie niet aangemoedigd wordt om goed en geduldig te leren luisteren, riskeert doof te blijven voor de betekenis en diepgang die in die muzikale traditie besloten liggen. Als we de klassieke muziek overlaten aan een zogenaamd neutraal survival-model, waarin vioolconcerto’s moeten concurreren met lieflijke popsongs, dan is het duidelijk wie er zal overleven. We mogen onszelf gelukkig prijzen dat dit immense muzikale erfgoed voortleeft in het Oosten.


  • WAT: Koningin Elisabethwedstrijd Viool 2019
  • AUTEUR: Marlies De Munck
  • FOTO’S: © Queen Elisabeth Competition 2019: violin