Wanneer er op de internationale muziekscène gesproken wordt over de Vlaamse muziek, dan spreekt men bijna altijd vol lof over onze rijke oude muziek. Topcomponisten uit de Franco-Vlaamse school als Guillaume Dufay (1397-1474), Johannes Ockeghem (1410-1497), Josquin Desprez (1450-1521), Orlandus Lassus (1532-1594) en hun collega’s genieten internationale faam als de top van de renaissancemuziek. En terecht.

De muziek die we van hen hebben, bevat het ene na het andere pareltje. Zelfs ik, romanticus in hart en ziel, kan uren luisteren naar en genieten van deze prachtmuziek. De prachtige verweven lijnen, de knappe dramatiek, de enorme eerbied voor de tekst en de boodschap in de muziek… Een mens wordt er stil van en geniet van zo veel genialiteit. Welke mensen kwamen er na hen? Zijn er nog componisten in ons land na de renaissance?

Je zou écht bijna denken dat er in onze contreien geen muziek meer gemaakt werd na de 16e eeuw. Bach en consorten namen het roer over in de barok, in het classicisme gingen Mozart en Haydn met de eer lopen, en in de romantiek krijg je de grote nationale scholen over gans Europa. Behalve bij ons. Toegegeven, af en toe krijgt Peter Benoit nog wel eens wat zendtijd of een plaats in een concertprogramma, maar dat is al eerder uitzonderlijk. Zeker in eigen land.


Er is meer kans om in ons land de negende van Dvořák of de Enigma-variaties van Elgar te horen dan een werk van eender welke Vlaamse romanticus.


Waarom vervangen we de zoveelste Mozart niet eens door een werk van Pieter Verheyen (1750-1819)? Ik heb thuis een cd met zijn werk, prachtige muziek die niet moet onderdoen voor muziek van zijn buitenlandse tijdgenoten. En wat met het legioen aan Vlaamse romantici? De Boeck, Van Nuffel, Tinel, Mortelmans, De Vocht,… schreven stuk voor stuk prachtige werken. Toch zijn ze in eigen land nauwelijks te horen, laat staan in het buitenland. We kunnen onze appelen en peren als exportproduct promoten als de beste, maar zijn meesters in het miskennen van onze muziekcultuur.

Uiteraard gaat het veel verder dan dat en dit is waar ik eigenlijk in de eerste plaats wou over schrijven. Dit jaar werd er, onder luid applaus en impuls van onder andere Koor&Stem, de Vlaamse koorfederatie, een nationaal jeugdkoor opgericht. Zo’n nationaal jeugdkoor bestaat in reeds verschillende landen in Europa en daarbuiten en is een mooi cultureel uithangbord. In Nederland zijn er meerdere nationale koren (kinderkoor, jongenskoor, vrouwen jeugdkoor en gemengd jeugdkoor), onder leiding van Nederlandse dirigenten, het Verenigd Koninkrijk heeft ook een ganse familie nationale koren: National Youth Choirs Great Britain. Deze koren worden geleid door een team van professionele Engelse koordirigenten. Ook in Estland is er een jeugdkoor, dat sinds 2014 een nieuwe Estische dirigent heeft. Voor 2014 werd het gedirigeerd door, jawel, een Estische dirigent. Het lijkt haast vanzelfsprekend dat in een land als België, waar je aan verschillende instituten voor hogere muziekopleiding kan kiezen voor een opleiding tot koordirigent (Lemmensinstituut, Conservatorium Antwerpen, Conservatoire de Mons), en waar dus verschillende professionele koordirigenten met Belgische nationaliteit mooi werk leveren, er dus ook een nationaal jeugdkoor met een Belgische dirigent wordt gevormd. Ik hoor u reeds denken: “Uiteraard!”

Nee, daar bent u dus fout want de inrichtende organisaties hebben bij de oprichting van ons nationaal jeugdkoor in al hun wijsheid besloten dat er geen fatsoenlijke Belgische dirigenten zijn (zo lijkt hun gedachtengang toch gegaan te zijn) en dat het dus hoognodig was om dirigeertalent in het buitenland te gaan zoeken. Het Belgisch nationaal jeugdkoor wordt dus gedirigeerd door een Nederlandse dirigente.

Laat het alsjeblieft duidelijk zijn, ik heb niets tegen mevrouw van Nieukerken. Niet in het minste! In het verleden was zij onder andere dirigent van het Nederlands Studenten Kamerkoor, een koor dat zijn gelijke haast niet kent in ons land. Ze deed ongetwijfeld schitterend werk daar en zal dat wellicht hier ook doen. Als men je voorstelt om hét nieuwe, geweldige, Belgische nationale jeugdkoor te komen dirigeren, zou je werkelijk dwaas moeten zijn om daar ‘nee’ tegen te zeggen. Het is de politiek die erachter zit, die me erg tegen de borst stuit. Ik draai al ontelbare jaren mee in het Vlaamse koorleven, en werk er met hart en ziel voor.

Wat ik hier zie gebeuren, ontmoedigt me. Dat is niet omdat ik zelf dirigent van ons nationaal jeugdkoor zou willen worden, ik heb daar namelijk ongetwijfeld niet de capaciteiten voor. Het is wel omdat er zo verschrikkelijk veel waardevolle koordirigenten zijn, waarvan ik er sommige tot mijn vrienden mag rekenen, die zoveel beter verdienen dan genegeerd te worden door onder andere de Vlaamse Koorfederatie: Luc Anthonis, Kurt Bikkembergs, Dieter Staelens, Noëlle Schepens, Bart Van Reyn, Johan Duijck, Marleen De Boo, Geert Hendrix, Koen Vits, Steve De Veirman, Michiel Haspeslagh, Johannes Dewilde,… zijn allen koordirigenten gaande van piepjong tot iets minder piep, maar allemaal zonder twijfel méér dan capabel om van het Nationaal Jeugdkoor een internationaal uithangbord voor ons land te maken.

Nu het Vlaams Radio Koor reeds járen geen dirigent van eigen bodem meer heeft en het nieuwe Nationaal Jeugdkoor het talent in het buitenland moest zoeken, lijkt het me heel duidelijk: er is geen Vlaams/Belgisch talent in de koorwereld. Misschien moeten alle koordirigenten van ons land emigreren naar het buitenland. Zo lopen ze tenminste kans ooit dirigent van een Belgisch koor te worden.