Door Jules Lemmens – koorfanaat

Al van zo lang ik me kan herinneren – en dat is toch een hele tijd – ben ik met koren bezig. Als zanger, als begeleider of als dirigent, in welke functie dan ook, ben ik steeds nauw betrokken geweest bij (een deel van) het Vlaamse koorleven. Vlaanderen is dan wel maar een zakdoek groot, we hebben veel koren en daarvan zijn er een aantal zelfs van hoog niveau.

Naast het Vlaamse koorleven, ben ik ook van tijd tot tijd betrokken (geweest) bij koren over de landsgrenzen, voornamelijk in Duitsland en Nederland. Wat me daarbij het meest is bijgebleven, is de ontnuchtering bij de terugkeer naar Vlaanderen. Zeker in het geval van Nederland, waren de verschillen met onze eigen koorcultuur soms opzienbarend groot. In Nederland is het koorleven nog een stuk rijker dan bij ons. Waar wij (volgens een studie van de European Choral Association uit 2015) zo’n 3,8% zangers hebben in België, noemt maar liefst 10,7% van de Nederlanders zich koorzanger (6,3% in Duitsland).

Dit is op vele vlakken in de landelijke koorbeleving te merken. Er zijn héél veel Nederlandse koren, er zijn ook veel grote Nederlandse koren en deze koren kunnen meestal bogen op een meer uitgebouwde ondersteuning, financiële en andere. Ook zijn koordirigenten in Nederland vaker voltijdse, (semi-) professionele koorleiders.

Uiteraard staat hier wat tegenover. Deze omkadering komt niet uit de bus vallen. Een Nederlands koorlid betaalt vaak per maand bijna zoveel lidgeld als wat een Belg of Vlaming betaalt om een gans jaar te zingen. In ons land werken weinig koren met een jaarlijkse bijdrage van €100 of meer. Vele koren komen hooguit aan €50, sommigen werken gratis. Het gevolg daarvan is dat de vergoeding voor dirigenten niet altijd even behoorlijk is, koren geen geld hebben om partituren aan te schaffen, om compositieopdrachten te geven, professionele begeleiders of solisten aan te trekken,… Wist u trouwens dat er in Nederland officiële barema’s zijn voor de vergoeding van (koor)dirigenten? Daar kunnen onze koorleiders enkel van dromen!

Het mag dan ook niet verbazen dat verschillende koordirigenten in ons land uitvoerig ijveren voor een mentaliteitswijziging bij de talrijke koren die ons land rijk is. Er is overal vraag naar goede dirigenten, maar dan moet er ook een goede -en eerlijke- verloning tegenover staan die de dirigent in staat stelt om ook tijd te ‘kopen’ om zich voor te bereiden, te studeren,… waar het koor dan uiteraard de vruchten van kan plukken. Om dit en vele andere zaken (ook de ondersteuning van onze componisten door de eerlijke aanschaf van partituren in plaats van het wijdverspreid illegaal kopiëren) te kunnen realiseren, moet ook de bijdrage van de koorleden eerlijk verlopen. Het is niet realistisch dat een koorlid minstens twee uur per week kan genieten van een professionele begeleiding aan minder dan de prijs van een meeneemkoffie iedere week.

Laat het duidelijk zijn: het zou positief zijn voor de koorcultuur ten lande als hier stevig werk van wordt gemaakt. Er is gelukkig een Vlaamse koorfederatie, ‘Koor&Stem’ die de belangen van de koren en koordirigenten behartigt. Deze koorfederatie brengt ook enkele keren per jaar een magazine uit voor koren en koordirigenten. Laat daar nu net in de laatste editie (#21) een artikel instaan over de financiering van koren, ter gelegenheid van het wegvallen van de provinciale subsidies. Ik citeer letterlijk: “Ook de vergoeding van de dirigent moet je durven overwegen. Uiteraard is het werk van een dirigent erg arbeidsintensief en het spreekt voor zich dat daar iets tegenover mag staan. Toch durven we je uit te dagen om jezelf hierbij enkele vragen te stellen: heeft mijn koor écht behoefte aan een professioneel opgeleide dirigent of bereiken we evengoed het maximale met een liefhebber? Moet de vergoeding van de dirigent een financiële zijn of zijn er ook alternatieven?”

Waar haalt de Vlaamse koorfederatie het lef om, bij monde van een van hun meest zichtbare medewerkers, de dirigenten van eigen bodem zó onderuit te halen en hun belang in het koorlandschap zo te minimaliseren? Het is voor deze groep mensen al niet vanzelfsprekend om hun boterham te verdienen met waar ze goed in zijn (velen combineren het met een dagjob alsof datgene waarvoor ze hun meesterdiploma koordirectie hebben gehaald, slechts een hobby is), de situatie is bij momenten al schrijnend in vergelijking met onze buurlanden, en de ene bondgenoot die deze mensen nog zouden moeten hebben, schiet hen dan zo in de rug.

Er is volgens mij geen enkele organisatie die de professionals die ze hoort te vertegenwoordigen, zó miskent als Koor&Stem. Dat het vanuit de politiek allemaal besparing is wat de klok slaat, dat is te verwachten. Maar Koor&Stem hoort voeling te hebben met het professionele werkveld, hoort de koordirigenten te ondersteunen, niet te miskennen en hun belang zó te minimaliseren.

Moest ik zelf nog heel actief zijn in de koorwereld, ik zou mijn koor meteen hun lidmaatschap bij Koor&Stem laten opzeggen. Ik weet in ieder geval dat ik mijn koordirigent -die het artikel misschien ook gelezen heeft- een hart onder de riem zal steken tijdens de wekelijkse repetitie. Maar eigenlijk zouden álle koorleiders ten lande hun stem moeten laten horen aan Koor&Stem. Het kan niet dat datgene waar zij met hart en ziel voor werken, met een onzinnig artikel wordt onderuit gehaald. Zij zouden de Vlaamse koorfederatie ter verantwoording moeten roepen, en hun koorleden zouden dit moeten onderschrijven. Want wie ooit een bezielende, ervaren en kundige -gediplomeerde- dirigent heeft gehad, weet wat die waard is. Misschien moeten we dat ook eens uitleggen aan Koor&Stem.