Auteur Pieter Grimbergen

Anno 2012 staat het muziekleven in brand. In ieder geval in Nederland. Termen als ‘linkse hobby’ hebben wortel geschoten, muziekscholen verkeren in gevaar, orkesten worden opgeheven. Het toekennen van gelden aan de kunsten wordt niet meer gezien als investering in beschaving…  Toch klinken er andere geluiden, schoorvoetend maar steeds meer. Positiever. Is de bocht genomen? Is een ‘Bernd Neumann’ (minister cultuur Duitsland) cool aan het worden?

Daarom klom uw redacteur in de pen nadat hij voedende en inspirerende literatuur las. Ook dat is er, inspirerende naslagwerken over het hoe en waarom. Met deze bijdrage wil ik graag inspireren, prikkelen, stimuleren. En ook al staan hier zaken in die niet naar ieders gading zijn, laat het voeden. Opnieuw op zoek naar drijfveren, bestaande en nieuwe. Maar ook: een upgrading van het vak ‘muziekdocent’!

Uw Nederlandse redacteur is werkzaam als concertpianist, als pianodocent aan een muziekschool en werkt met jongeren waarbij muziek wordt ingezet als middel om te verbinden. Dat heb ik mogen doen voor Amnesty in Nederland en in Frankrijk, prachtig.

Het laatstgenoemde is een aandachtspunt van mij, immers veren we niet op wanneer we het slotkoor van Beethoven’s 9e beluisteren! “Alle Menschen werden Brüder”…door muziek? Als dat zou kunnen…en ziehier waarom ik Daniel Barenboim zo bewonder, met zijn orkest waarin Israelische en Palestijnse musici samen werken…chapeau zeggen schiet tekort.

De kracht van Barenboim’s initiatief zit mede in het feit dat dit orkest prachtige werken brengt in het klassieke symfonische repertoire, eigenlijk, authentiek, zoals het is, niet ‘opgeleukt’ maar partituurgetrouw. Serieus. “Doet men het zelf serieus dan wordt men ook serieus genomen”, zei me een topdocent eens.

In de specifieke vakliteratuur over instrumentaal onderwijs vindt men van alles wat het vak ‘instrumentaal docent’ zo voedt. Maar ik merkte dat ik behoefte had aan een ander soort literatuur, algemener, meer over wie het doet. In welke tak van onderwijs dan ook.

Na een zoektocht op het net en in de bibliotheek liep ik aan tegen het boek ‘The courage to teach’ van de Amerikaan Parker J. Palmer. Die titel alleen al, dat zult u met mij eens zijn, trekt de aandacht direct.  Bij de Nederlandse uitgever Wolters Noordhoff ISBN 90-01-70489-1 onder de titel ‘Leraar met hart en ziel’, voorwaar ook geen slechte aandachttrekker.

Juist nu voor muziekdocenten een must om te lezen. Palmer schrijft zelf over dit boek: “…voor leraren die slechte en goede dagen hebben en die lijden onder de slechte omdat ze iets doen waarvan ze houden. ….voor hen die weigeren hard en cynisch te worden omdat ze geven om hun leerlingen.” Et voilà. Ondanks bezuinigingen, ondanks alles wat omver valt, ondanks buigingen om de wil van de politiek te pleasen maar daarmee de kunsten uiteindelijk onbedoeld voortijdig omver te werpen… Daarin zit wellicht veel eerder het gevaar.

Beste lezer, hieronder ga ik los, beetje onorthodox, alsof ik met u spreek. Puntsgewijs, van het een naar het ander, maar ik hoop dat u de optelsom kunt appreciëren.

Motivatie, en daarmee bedoel ik vooral de motivatie van de docenten, is wat mij betreft een absoluut keyword. Het wordt de  hoogste tijd dat docenten weer in hun essentie kunnen functioneren mèt de aanpassingen in ons werkveld die de huidige tijd en de huidige mogelijkheden zullen vragen en eisen.

Realisme is geboden maar ook optimisme, zoeken naar vormen, herstellen en uitwerken beproefde vormen (nooit de werkvloer het gevoel geven dat ze het eigenlijk niet goed hebben gedaan wanneer er een nieuwe denkwijze wordt gelanceerd… een van de valkuilen bij het presenteren nieuwe visies en lijnen), uitwerken nieuwe vormen, en aanpassen van nieuwe mogelijkheden helaas bijna altijd voortkomend uit bezuinigingen en beperkingen.

Zaak is: muziekonderwijs moet blijven, bereikbaar blijven voor zoveel mogelijk mensen. Echter, deze stelling mag nooit worden ‘misbruikt’ om druk te zetten achter-/te rechtvaardigen van iets wat het vak niet waardig is.

Ik heb voor dit artikel een aantal bronnen gebruikt:

  • Verslag van een voordracht van Jac Willems/docent-accordeonist-dirigent
  • “Ontwikkeling van emotionele intelligentie”, Henk Galenkamp;
  • Artikel in het blad van de EPTA mei 2009 (Nederlandse editie) van de hand van Sarah Beernink “Motivatie, van theorie naar praktijk”;
  • “Leraar met hart en ziel” van Parker J. Palmer uitg. Wolters Noordhoff;
  • Uiteraard eigen ervaring, opgedaan vanaf werkvloer en studies die ik volg…

 “Leraar met hart en ziel” heb ik reeds herhaalde malen onder de aandacht gebracht bij vele collegae en bij de directie van de muziekschool waar ik werk.

Palmer besteedt in dit boek namelijk grote aandacht aan de vraag wie er les geven!!! En die vraag moet in het proces van iedere vorm onderwijs, dus zeker van het muziekonderwijs, continu worden meegewogen en passen in een visie over organisatiestructuur. Mede het leren van binnenuit de organisatie, leren van elkaar (m.i. een van de meest prachtige vormen van collegialiteit en professionele groei individueel en als team), zie ook het boek van Palmer. Je eigen  vak ‘voorleven’ helpt en wordt door de muziekschoolstudent en door hun ouders/partners gevoeld. Kortom: blijf musicus als muziekdocent!

Ik citeer eerst enkele alinea’s uit het genoemde verslag van Jac Willems:

Sleutelwoord: aanstekelijkheid qua sfeer èn qua resultaat. Denk aan haalbare stappen, overbrugbaar, maar vooral ook aan stappen die overbruggen en verder brengen. Verder regelmatige stimulantia, en veel contact met de ouders (de kinderen zijn steeds jonger en ook de ouders moeten het leren snappen). Vóór alles geldt: slagen wij erin, dat zij het voor elkaar krijgen, en dus verder willen op die weg…..

Ensembles moeten reële ensembles zijn. De leerlingen willen al snel herkenbare samenstellingen van ensembles en orkesten waarmee ze zich kunnen identificeren…..

Alles willen is niet alleen onmogelijk, maar pakt juist negatief uit…..

De ontwikkeling van de docent

De belangstelling voor professionele ontwikkeling van docenten tijdens hun beroepsloopbaan neemt de laatste jaren duidelijk toe: professionele ontwikkeling als een continu proces dat niet beperkt blijft tot de beroepsvoorbereidende periode. Juist tijdens de loopbaan is professionele ontwikkeling een vereiste voor een adequate uitoefening van het beroep.

Dergelijke ontwikkelingen worden beschreven in recente theorieën over “School That Learns” (o.a. het gelijknamige boek van Senge c.s.). Hierin wordt de school gezien als een lerende organisatie. Een levend (organisch) systeem, met een continu leerproces, dat als noodzakelijke voorwaarde wordt gesteld voor verdere schoolontwikkeling. Het leren op de verschillende niveaus in scholen wordt onderscheiden in processen in de leskamers en in de school zelf. Deze gedachte stimuleert een ommekeer van het denken in egocentrische vakbelangen en achterdocht naar het gezamenlijke zien van het belang in de toekomst van het schoolsysteem en in het leren van elkaar.

Binnen dit proces zijn het denken en handelen als team (elkaar aanvullen) en de intercollegiale kennisoverdracht belangrijke facetten. Vele directie en managers vragen input maar vervolgens wordt die input eenmaal gegeven opzij geschoven.

Wil de school overleven dan kan dat alleen maar met goed zakelijk management uiteraard maar vooral samen met management met kennis van zaken van de werkvloer en heel belangrijk: met respect daarvoor.

Maar wat is die Motivatie…

Motivatie is datgene wat maakt dat mensen in beweging komen (motion). Zij heeft steeds te maken met een, liefst zelfgekozen, doel. Het woord ‘motivatie’ is van hetzelfde Latijnse woord als het woord ‘emotie’, namelijk ‘movere’. Dit betekent letterlijk ‘bewegen’. Emotie en motivatie hebben dus op een of andere wijze te maken met ‘beweging’. En met elkaar!     Ze maken je attent op wat je te doen hebt om uiteindelijk weer in de toestand van rust te geraken. Gevoelens geven je dan ook energie om daadwerkelijk in actie te komen. Op deze manier betekent ‘emotie’ dan wellicht ‘in actie komen’, bewegen.

Wil je je doel bereiken dan moet je in beweging komen, op pad gaan, oefenen, hulp vragen.

Dus belangrijk: wel weten dat je die hulp kan KRIJGEN!

Motivatie, leerprocessen, bereiken van leerdoelen, leerling-leraar…

Hoe krijg je de leerling op pad. Wat zijn nu de leerdoelen. Wat is echt, wat niet. Gewetensvragen van iedere docent. Daar moet men het gewoonweg over hebben! Benoemen!

Wezenlijk voor het leerproces, iets wat als een rode draad door het verhaal moet lopen, is de interactie tussen de leraar en de leerling, zeker in ons type onderwijs. Wanneer je als muziekdocent je emoties wegstopt, lever je ook een deel van je echtheid in, je authenticiteit.

Onderschat het opmerkingsvermogen van jonge mensen dit aangaande niet: zij herkennen direct echtheid, eigenheid, geforceerde samenstellingen in bv ensembles, niet goed samen-klinkende instrumenten, slechte stemmingen tussen de instrumenten onderling. Ook al kunnen ze er soms/vaak de vinger niet op leggen, dit alles wordt vroeger of later herkend. Die leerlingen ben je dan kwijt. In alles ligt die verantwoording bij ons!

De bekende Nederlandse pedagoog Luc Stevens spreekt over ‘geen prestatie zonder relatie’. Een leerling zal meer gemotiveerd zijn om zijn verdieping in zijn instrument aan te gaan wanneer hij een relatie ervaart met zijn docent, zich (zeker in ons vak) geraakt voelt door zijn docent, en er sprake is van echtheid in de ontmoeting in de les: wie het doen is wel degelijk, zeker als muziekdocent, meer dan belangrijk!

Stevens zegt: ‘contact gaat voor contract’. Dan pas komen leerlingen tot bewegen, emoties, dus tot leren. Tot leren musiceren. Door een onuitgesproken leercontract. Even te goeder trouw: met de uitspraak ‘zonder relatie geen prestatie’ wordt met het woord ‘relatie’ natuurlijk niet iets als ‘vriendschap’ bedoeld.

Stevens praat over:

“laat de leerling bloeien in het ‘leerling’- zijn (ergo: in het leren) en de docent bloeien in het ‘leraar’- zijn (dus: in zijn begeleiding in dit leerproces)”. (!!!)

Zonder prestatie is er echter ook geen werkelijke waarachtige relatie. Zonder een gemeenschappelijk doel heeft de leerling geen boodschap aan de docent, doel te denken aan het samen kunnen spelen, samen met energie musiceren, samen met plezier kunnen musiceren, voor mijn part proberen toe te werken naar ‘concertniveau’ voor zoveel als mogelijk, het instrument beheersen, de muziek begrijpen, noten kunnen lezen, melodisch en ritmisch bewustzijn, kunnen improviseren, kunnen omgaan met timing/met nuances/met tempi/met intunen op elkaar/met gevoelens/met interpretatie, genres spelen die tot dusverre onbekend waren, etc.

De juiste relatie tussen leerling en leraar kan alleen maar ontstaan bij de gratie van een doel.

Intrinsieke motivatie en wat waanzin

We hebben in Nederland ten tijde van de toenmalige minister van onderwijs Maria van der Hoeven een fase gehad in het onderwijs, vooral basis- en voortgezet onderwijs, waarin men dacht dat de intrinsieke motivatie van de leerling gelijk stond aan de selectie van- en door de leerling zelf van wat hij/zij wel of niet dacht te moeten/willen leren en dat als gegeven aan te nemen in het onderwijs. Godegedankt is die gedachte meer dan achterhaald en ernstig onjuist gebleken, de oppervlakkigheid hiervan is bewezen.

Het is de dood voor ‘reiken’…

Intrinsieke motivatie in het kunstonderwijs manifesteert zich nog eens geheel anders. Er is ooit een essay verschenen van een Amerikaanse hoogleraar psychologie (de man heeft de onuitspreekbare naam Csikszentmihalyi…wowwwwwww) die een studie verrichtte naar creativiteit onder met name kunstenaars. Hij stelt het volgende met name op gebied kunst- maken, kunstonderwijs:

Inspiratie laat je in beweging komen (iets dat ‘de klant’ denk ik ook als een van de eerste zaken verwacht en wenst van ons muziekdocenten: inspireren). Inspiratie heeft te maken met een verlangen, met een droom, met verwondering. Je gaat op weg om daarmee in contact te komen, je komt in beweging.

Je bent dan echt van binnen uit gemotiveerd. Intrinsieke motivatie dus. Wanneer je zover gaat dat je tijdens het bewandelen van die weg gegrepen bent dan noemt deze hoogleraar dat ‘flow’. Enkele kenmerken van de toestand van de ‘flow’ zijn:

  • Je ervaart de opperste concentratie en aandacht bij wat je doet;
  • Je maakt je geen zorgen over jezelf;
  • Het is duidelijk wat je doel is;
  • De taak vergt wel degelijk wat van jezelf;
  • De uitdaging is groot;
  • Er treedt vervorming van de tijd op;
  • Er is sprake van een sterke gedrevenheid (lees: motivatie van binnen uit).

De docent is hierin de inspirator, de begeleider, de motor, de mentor, de gids!

Zijn deze kenmerken wellicht soms inspiratie voor het formuleren van leerdoelen?

Over dat gemeenschappelijke doel, en over leerdoelen denk ik ook, hetvolgende:

  • het is concreet en toetsbaar
  • er spreekt, heel cruciaal, een betrokkenheid uit;
  • het is in positieve termen geformuleerd;
  • het resultaat is afhankelijk enerzijds van goede instructie en begeleiding en anderzijds van de gevraagde- en/of eigen inspanning. Die inspanning mag en moet je vragen en verwachten als klant en als docent.

Over leraren…wat extracten uit Parker’s boek                                                               Parker J. Palmer praat in zijn boek over dit onderwerp op zeer uitgebreide wijze.

Heel interessant zoals hij ‘identiteit’ beschrijft:

  • persoonlijke kwaliteiten;
  • talenten die zich ontplooid hebben onder invloed van sociale en culturele omstandigheden;

En over ‘integriteit’ hetvolgende:

  • kennis en bewustzijn van eigen identiteit;
  • en het vermogen daar zo dicht mogelijk bij in de buurt te blijven.

De kracht van een leraar die inspireert omschrijft hij als een kracht die iets wakker kan maken. De leerdoelen ( en de docent zelf)  moeten voor een deel naast alle ‘gewone’ zaken van onze lespraktijk ook gericht zijn op dat wakker maken, het laten reiken, het laten ervaren wat onbekend is, ook qua kennis het vertellen van wat juist niet bekend is. Niet alleen maar klakkeloos ‘aansluiten bij de belevingswereld van de leerling’… Oppervlakkigheid loert dan evenals kortademige toestanden, en dat lijkt allemaal leuk en aardig maar blijkt vaak slechts een korte-termijn-succesje te zijn.

Resultaat: doodlopend- en doodbloedend muziekonderwijs…

Parker vertelt over zijn workshops aan diverse universiteiten. Het raakte me zeer in de paragraaf hierover waarin hij schrijft dat de vraag niet zozeer is

“Waarom was een bepaalde leraar nou zo geweldig”

maar veeleer

“Wat was het in jou dat het contact zo goed liet verlopen”.

Parker schrijft dan ook dat de verhouding tussen de inspirator en de leerling een wederzijds proces is waarbij het om meer gaat dan dat de leerling de juiste leraar tegenkomt: het is de leraar die de juiste leerling moet vinden… D.w.z.: in de lessen gaat het om de manier waarop de kwaliteiten van de leerling aan de dag treden. Een ideaal beeld wellicht maar er moet iets zijn als houvast om je vak als docent de juiste waarde te blijven geven…

Parker vertelt over zijn grote inspirator: een leraar die alle regels van goed-lesgeven aan zijn laars lapte en zó lang en met zóveel enthousiasme sprak dat er weinig tijd overbleef voor vragen en reacties. Bijkans een onderwijskundige nachtmerrie maar het tegendeel bleek dus: het delen van kennis en hartstocht. Ik denk dat zo’n docent je leven echt kan veranderen. Zeker wij als muziekdocenten, leerlingen vertellen ons veel, wij vertellen veel aan hen, wij nemen een kijkje in de zielen van al die jonge peopletjes.

Goed en geïnspireerd voorspelen aan een leerling werkt, je leerling een klein concertje geven eigenlijk, minuscuul, maar toch, de verwondering laten ontstaan, de magie laten voelen, of soms misschien juist de afkeer tegen een bepaald stuk! Immers, het voorspelen aan je leerling is daadwerkelijk belangrijk: het is niets minder dan een openstellen van jouw gedachteleven en emotie aan die leerling!!!

Vandaar dat zelfstudie van docenten aan hun eigen instrument, net als lezen vakliteratuur, nooit mag worden afgedaan als iets van ‘dat doe je maar in je eigen vrije tijd’…nee, het HOORT onbetwist bij je vak en professionaliteit als muziekdocent!!! Het vergroot je betrokkenheid, het vergroot je motivatie en je professionaliteit, mits je er wel wat mee doet…

Leren van binnenuit ook bij docenten individueel: een docent die bezig is en blijft met zijn eigen instrument door zelfstudie is denk ik een betere, een meer inspirerende, want: dichter staande bij zijn identiteit…

Over authenticiteit en identiteit

Het vak Muziekdocent heeft ook altijd tijd en rijping nodig. Het afgelopen jaar werden op mijn muziekschool de full timers overstelpt met verzoeken ‘organiseer dit, doe dat’. Daarin is goede dosering geboden. Dat een docent aan een muziekschool zaken op zich neemt die ver buiten de leskamer liggen, is toe te juichen. Maar wanneer die docenten, en de voorbeelden zijn er te over momenteel, niet meer toe komen aan bovengenoemde zaken dan is er qua beleid en management iets fundamenteel fout gegaan! Ook wanneer de taken in de beleving (dus vaak ook in de communicatie…) erg off-topic zijn van hun werk, hun identiteit.

Nog meer over authenticiteit. Parker geeft een stelling in zijn boek die me, als instrument tot zelfreflectie naar je vak toe, enorm pakte:

Naarmate we meer leren over wie we zijn, zijn we beter in staat technieken te leren die onze persoonlijkheid, de bron van goed lesgeven, te onthullen in plaats van die te verbergen”.  Parker vervolgt op ontroerende wijze:

“Door terug te denken aan de leraren die ons inspireerden, denken we terug aan ons zelf – en door terug te denken aan ons zelf, denken we aan onze leerlingen”.

Wat zou  het prachtig zijn wanneer de docenten deze ruimte zullen kunnen ervaren, voor zichzelf en  voor de toekomstige lessen…en hij vervolgt:

“Leraarschap kan niet gereduceerd worden tot techniek, maar vloeit voort uit de identiteit en de integriteit van de leraar”.

Het gaat om de bereidheid van een docent volgens Parker om zich kwetsbaar en vooral beschikbaar op te stellen in dienst van het leren. Lang niet alle goede leraren gebruiken dezelfde technieken, maar één ding klinkt bij gedachtes over goede leraren (en bij leraren die ‘fris’ blijven) steeds weer door: zij werken vanuit een sterk persoonlijke identiteit.

Tot slot

Mind you, wanneer dit alles voor één groep docenten geldt, denk ik, dan is dat wel voor ons vak: muziekdocent. Als muziekdocent schep je eigenlijk de minste afstand tussen je vakgebied en jezelf…met je hart. Hart in de oude betekenis van het woord: de plaats waar gevoel en spiritualiteit samen komen. Klinkt zweverig, is het niet denk ik…

Ik sluit af met wederom een Amerikaanse publicist over het leraar-zijn, Taylor Mali. Op de vraag van iemand uit het publiek “What do you make” ontstak Mali in zijn lezing in toorn. Immers “What do you make” kan ook betekenen “Wat verdien jij”…

Ga kijken naar deze speech op http://youtu.be/RxsOVK4sy en na 2 minuten komt Mali op een geweldig punt uit, grof ja zelfs agressief komt Mali dan over en antwoordt dat alles wat we hierboven hebben kunnen lezen datgene is wat hij maakt als docent. Met kennis, met ervaring, met eigen verwondering met passie, soms zelfs als pedagogische nachtmerrie maar altijd: met hart en ziel…