Ik had de grote eer aanwezig te mogen zijn bij een opnamesessie van de cellosuites van J.S. Bach (1685-1750) door niemand minder dan Pieter Wispelwey. Hoezo, die suites heeft hij toch al eens opgenomen, hoor ik u zeggen. Jawel, twee keer zelfs.

Ik had de grote eer aanwezig te mogen zijn bij een opnamesessie van de cellosuites van J.S. Bach (1685-1750) door niemand minder dan Pieter Wispelwey. Hoezo, die suites heeft hij toch al eens opgenomen, hoor ik u zeggen. Jawel, twee keer zelfs. “En het hoeft niet eens de laatste keer te zijn”, voegt de minzame man eraan toe. “Het verschil tussen mijn huidige leeftijd (50 jaar in september aanstaande, nvdr.) en die waarop Bach die suites schreef (32 tot 38 jaar) wordt steeds groter. Ik moet dus voortmaken.” (glimlach)

Zo ver – en nog verder – gaat de bezorgdheid om elke detail. Bijna maniakaal, zou ik zeggen, bestudeert de muzikant – hierin bijgestaan door onder meer producer Felicia Bockstael – elk mogelijk detail en elke mogelijke nuance in de uitvoering van die muziek die, nota bene, eigenlijk alleen bedoeld was als studiemateriaal. Ze trokken zelfs naar Oxford om met eminente professoren van gedachten te wisselen over Bach. “Hoe weinig we ook weten over Bach”, zegt een van die bollebozen in Oxford, “ het is toch nog altijd veel meer dan over Shakespeare.” Dat lazen we enige tijd geleden inderdaad in een boek over Shakespeare van Bill Bryson.

Pieter Wispelwey speelt voor de gelegenheid op een historisch instrument met darmsnaren, wat tot vreemde effecten leidt. Dat in de tijd van Bach een lagere diapason gebruikelijk was dan nu, wisten we al. Omdat men later streefde naar een grotere dynamiek, d.w.z. de mogelijkheid om de instrumenten luider te doen klinken en dus beter te laten schitteren, werden de snaren uit kattendarm vervangen door metalen snaren en is men overgegaan op een hogere frequentie voor de A (la): van 436 naar 444 Hz (op sommige nieuwe houtinstrumenten met uitwisselbaar tussenstuk). Dat bracht allerlei problemen met zich mee, maar de terugkeer naar vroeger is ook niet simpel. Darmsnaren worden minder strak opgespannen, waardoor volgens Wispelwey een “borstelig” effect ontstaat bij zeer  trage strijkbewegingen. Dat konden we tijdens een overdreven demonstratie zelf waarnemen met ons beste oor op een paar decimeter van het instrument, maar dat zal u vanzelfsprekend niet horen op de cd.

Samen met die cd verschijnt ook een bonus-dvd naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de cellist. Dat is voor het platenlabel EPR-Classic geen proefballonnetje. Klarinettist Walter Boeykens bijvoorbeeld werd ook al met zo’n leuke attentie bedacht.

Het is uitkijken dus naar september aanstaande. Klassiek Centraal houdt u zeker op de hoogte. Voor wie in afwachting al een aantal mooie staaltjes cellospel wil horen, is er Chopin en Mendelssohn of Schubert of Walton of Britten… een hele rist schitterende opnames op het palmares van Pieter Wispelwey.