25 november 2014 werd België uitgeroepen als gidsland, toonaangevend voor de beiaard door de UNESCO. Meteen werd de beiaard als immaterieel werelderfgoed erkend. Een belangrijk stap voorwaarts met toch een aantal bedenkingen.

25 november 2014 werd België uitgeroepen als gidsland, toonaangevend voor de beiaard door de UNESCO. Meteen werd de beiaard als immaterieel werelderfgoed erkend. Een belangrijk stap voorwaarts met toch een aantal bedenkingen.

Officieel bestaat de beiaard iets meer dan 500 jaar en is hij een Vlaams instrument van oorsprong. Ruim 400 jaar zou de beiaard zo goed als uitsluitend in de Lage Landen (heden ten dage Nederland, België en Frans-Vlaanderen/Nord-Pas-de-Calais) heersen en vanuit kerk- en belforttorens de mensen verpozen.

De wereldwijde verbreiding van de beiaardkunst is te danken aan de enorme inzet van de stichter van de Mechelse beiaardschool en toenmalig stadsbeiaardier van Mechelen, Jef Denyn. Dankzij zijn inzet volgden vele steden met het inrichten van concerten, al dan niet wekelijks in voornamelijk de zomerperiode, maar werden er ook talloze nieuwe instrumenten gebouwd in voornamelijk de VS. Vandaag de dag zijn er in heel wat landen beiaarden en trekt de Koninklijke Beiaardschool (KBS), Hoger Instituut voor Beiaardkunst te Mechelen studenten uit heel de wereld die beiaardier worden in hun land van herkomst of elders.

Het is de verdienste van beiaardier Luc Rombouts, auteur van Zingend Brons – een standaardwerk over de beiaard, bekroond met een Gouden Label van Klassiek Centraal – dat de beiaard deze erkenning van het hoogste culturele niveau verkreeg.

De erkenning door de UNESCO kan een impuls betekenen om de beiaarden in dit land beter te onderhouden –een noodzaak – en tot verantwoorde restauraties en / of vernieuwingen over te gaan. Het ambt van beiaardier kan mogelijk opgewaardeerd worden. Het is moeilijk te vatten dat zelfs een stad als Antwerpen geen officieel aangesteld stadsbeiaardier meer heeft en dat het ambt in de wereldstad van dit instrument, Mechelen, uitdovend is, althans het bestuursakkoord van de huidige bestuurscoalitie. Het zal niet alleen België (voornamelijk Vlaanderen) meer uitstraling geven, maar het kan ook nog meer jongeren aantrekken om zich de beiaardkunst eigen te maken. Nu al is het Mechels instituut, het grootste ter wereld, zo goed als overbevolkt en kan amper nog nieuwe studenten aanvaarden (men is aan een beperkend decreet onderworpen). Het kan ook componisten aanzetten om nieuwe werken te schrijven en de deur openen naar meer erkenning in de brede muziekwereld.

Anderzijds is een erkenning als immaterieel cultureel werelderfgoed een eerder steriel iets dat de dingen tot het museale dreigt te herleiden. Dit kan dan weer een demper zijn op de huidige internationale bloei met als jongste nieuwkomers op het terrein Rusland en zeer recent China waar Jo Haazen, ere-directeur van de KBS een eerste volwaardige beiaard inhuldigde. Het zou het onderzoek naar oude muziek kunnen opdrijven en tegelijk het schrijven van nieuwe temperen. Het zou het soms folkloristisch karakter van de beiaard kunnen versterken ten nadele van het kunstzinnige. Kortom, algemeen zeer waarschijnlijk een positieve zaak, maar waar enkele bedenkingen bijgeplaatst kunnen worden. Laten we bij onszelf beginnen en de beiaard wat meer aandacht (proberen te) geven.