Voor de vier Vikingen van het Danish String Quartet eindigde 2018 op een bijzonder positieve noot. Want vorige week kreeg het kwartet bericht dat Prism I, hun eerste opname in een vijfdelige reeks voor ECM New Series opgebouwd rond enkele fuga’s van Bach en de late kwartetten van Beethoven, zowaar genomineerd is voor een Grammy in de categorie Best Chamber Music/Small Ensemble Performance. Op 6 december deed het viertal voor de eerste keer ook Antwerpen aan: een fijn sinterklaasgeschenk van deSingel. Het was naar aanleiding van dit debuut dat Klassiek Centraal met altist Asbjørn Nørgaard in gesprek ging over het belang van een coherente boodschap, de wisselwerking in een groep tussen vertrouwen en vrijheid én de Scandinavische volksaard. “We zoeken het conflict niet op. Dus als we elkaar bekritiseren, zullen we dat altijd op een zachtaardige manier doen.”

Of het Danish String Quartet zijn nominatie ook effectief kan verzilveren, dat weten we pas op 10 februari. Wél zeker is dat de strijkkwartetten van Beethoven een bijzondere plaats innemen in zowel het hart als het repertoire van deze vier sympathieke dertigers. Onder de noemer The Copenhagen Cycle waagde het kwartet zich eind oktober voor de eerste maal aan een integrale uitvoering van dit magistrale oeuvre. En ook in Antwerpen sierde de componist met het eerste van diens Razumovsky-kwartetten het programma. Bedoeling van het concert in deSingel was om aan te tonen dat je als strijkkwartet heel uiteenlopende dingen kan doen: niet alleen de grote, romantische machinerie van Beethoven draaiende houden, maar evengoed Haydns baanbrekende creaties (her)ontdekken én … volksliederen zingen. “Wanneer je het podium opgaat, en je vraagt aan het publiek om gedurende een bepaalde tijd in stilte naar jou te luisteren, dan moet je goed weten waarom je die aandacht wil en wat je ermee wil doen.”

Het Danish String Quartet maakt zijn debuut in deSingel: wat voor soort ensemble wil het kwartet zijn; hoe onderscheiden jullie zich van andere strijkkwartetten?

Asbjørn Nørgaard: We zijn al eerder in België geweest, zowel in Flagey als op een aantal andere plaatsen, maar dit is inderdaad de eerste keer dat we in Antwerpen spelen. We beschouwen het Danish String Quartet niet zozeer als een project. We hebben geen groot strijdplan dat bepaalt hoe we willen dat mensen over ons denken. We zijn wie we zijn. We hebben het kwartet niet opgericht om een carrière te maken, te toeren en concerten te spelen. We gaven al concerten samen voor we wisten dat we een carrière in de muziek beoogden. Eigenlijk zijn we gewoon heel oude vrienden, die altijd al samengespeeld hebben, en die de muziek spelen waar we van houden. Gelukkig voor ons lijkt ook het publiek daarvan te kunnen genieten. En als zij bereid zijn om dat samen met ons te doen, dan is dat gewoon geweldig.

Is er een persoon of gebeurtenis die een doorslaggevende invloed heeft gehad op de carrière van het kwartet tot dusver? 

Nørgaard: In elk leven en elke carrière zijn er natuurlijk gebeurtenissen en personen die veel hebben betekend. Voor ons was dat één welbepaalde docent in Kopenhagen, Tim Frederiksen, die ook vandaag nog steeds als professor kamermuziek aan The Royal Danish Academy of Music verbonden is. Hij ontmoette mij en mijn medespelers al heel vroeg in ons leven. En sinds onze tienerjaren hebben we heel veel lessen bij hem gevolgd. Hij dompelde ons onder in de kunst van het kwartetspelen. Als jonge kwartetspelers ontbrak het ons vaak aan sérieux, maar hij heeft ons geleerd om op een ernstige manier met ons beroep om te gaan. Tot op vandaag passen we vele van zijn lessen nog steeds in de praktijk toe. In de ontwikkeling van onze carrière hebben ook een aantal wedstrijden en individuele concerten een belangrijke impact gehad. In de zomer van 2004 bijvoorbeeld, waren we in New York om enkele lessen te nemen. Bij die gelegenheid gaven we ook een gratis concert in het Scandinavia House, waar ze over een kleine concertzaal beschikken. Ik denk dat er zo’n vijftien mensen in het publiek zaten. We gaven het concert, en gingen achteraf een biertje drinken. Het was alsof er niets speciaals gebeurd was. Maar daags nadien stond er een uitgebreide recensie in The New York Times. Het zijn momenten als dit waar alles in zijn plooi lijkt te vallen, en al het goede je overkomt. Het betekende nochtans niet onze doorbraak. Het heeft ons een langere tijd gekost, alvorens we meer regelmatig in de VS zouden optreden. Maar alles wat ons daar sindsdien te beurt is gevallen, is op de een of de andere manier met dat specifieke moment verbonden.

Wat maakt spelen in een strijkkwartet zo verrijkend en dus de moeite waard?

Nørgaard: Het is een beetje een cliché, maar het is een goede combinatie van spelen in een groep en tegelijk ook een grote onafhankelijkheid behouden. Op het podium staan we niet alleen. We werken en reizen samen. En we hebben ook collega’s en andere mensen waar we al onze ervaringen mee kunnen delen. Maar tezelfdertijd hebben we ook een enorme invloed. Elk van ons kan op eender welk moment een verschil maken. Naar mijn mening is spelen in een strijkkwartet een goede mix van het leven als solist en deel uitmaken van een orkest. We beschikken een beetje over het beste van twee werelden. Bovendien zijn we gezegend met zo veel goede muziek, en er is nog veel nieuw en hoogstaand repertoire te ontdekken. Moesten we al die geweldige stukken niet hebben, waarom zouden we ons dan met het kwartetspelen bezighouden?

Wat zijn de belangrijkste kwaliteiten waarover een goed strijkkwartet moet beschikken, en is er misschien één kwaliteit die eruit springt?

Nørgaard: Het is niet alleen op het strijkkwartet van toepassing, maar op de een of de andere manier moet je een coherente boodschap brengen. Het verhaal dat je als groep vertelt, moet sluitend zijn. Wanneer je het podium opgaat, en je vraagt aan het publiek om gedurende een bepaalde tijd in stilte naar jou te luisteren, dan moet je goed weten waarom je die aandacht wil en wat je ermee wil doen. Voor een individuele muzikant is het misschien eenvoudiger. Je kan het niet met jezelf oneens zijn. Maar in een groep moet eenieder hetzelfde verhaal vertellen. Uiteindelijk is dat het allerbelangrijkste.

In een strijkkwartet probeer je als één te klinken, maar tegelijk moet je ook je onafhankelijkheid bewaren en je medespelers uitdagen. Hoe werkt deze moeilijke spreidstand in de praktijk?

Nørgaard: Ik denk dat je een verschillend antwoord gaat krijgen van elke groep aan wie je deze vraag stelt. Voor ons is het vooral een kwestie van vertrouwen. Je moet erop kunnen rekenen dat eenieder het beste wil voor de groep. Je kan niet presteren en tegelijk bekommerd zijn dat iemand iets zal doen waardoor zijn partij zeer goed uit de verf komt, terwijl het geluid van de groep eronder lijdt. Maar tegelijkertijd verlies je ook heel veel kwaliteit als je mensen dwingt om iets te doen waar ze zich niet helemaal goed bij voelen. En dus laten we elkaar een grote vrijheid: iets wat we kunnen net omdat we elkaar in die mate vertrouwen. Minder vertrouwen, betekent in zekere zin ook minder vrijheid. We spelen zo veel concerten samen dat we weten dat we elkaar voor de volle 100% kunnen vertrouwen. Daarom ook dat ik er nooit voor bevreesd ben dat één van mijn medespelers er een egotrip van gaat maken door enkel en alleen aan zijn eigen partij te denken. Maar als iemand iets in het moment doet, ga ik ervan uit dat dit waarschijnlijk wel een goed idee is, omdat ik mijn collega’s vertrouw. Maar elke groep heeft zijn eigen manier om met deze zaken om te gaan.

In een interview met het kwartet las ik dat tijdens het repeteren “we de meeste artistieke beslissingen eerder open laten en niet zo veel praten. Normaal vallen de zaken vanzelf in de plooi zonder dat we ons moeten uitspreken over elk ding dat we aan het doen zijn.” Dit klinkt een beetje contra-intuïtief: is het dan niet noodzakelijk om een idee te hebben over de muziek alvorens je het podium betreedt?    

Nørgaard: Je hebt natuurlijk ideeën nodig. En je kan er ook een heel aantal hebben. Maar wanneer je op het podium zit, kan je er nog altijd voor kiezen om je te laten leiden door wat er in het moment gebeurt. Omdat we onszelf niet willen beperken, proberen we op verschillende manieren te repeteren, zodat we op eender welk moment misschien wel tien mogelijkheden hebben om de juiste atmosfeer te creëren. Voor ons draait repeteren net om het verkennen van die mogelijkheden. Tijdens een concert realiseren we dan de optie die ons het natuurlijkst lijkt. Die aanpak zorgt ervoor dat beperkingen zich alleen op het podium voordoen, terwijl we ons vooraf in de repeteerruimte niet hoeven in te tomen. Ik erken dat dit niet zonder gevaar is. We lopen soms het risico dat het niet goed uitpakt. Maar aan de andere kant hebben we het geluk dat we vele concerten spelen. Het is niet de laatste keer dat we een werk brengen. Het maakt deel uit van een voortdurend leerproces. En natuurlijk willen we tijdens concerten het hoogst mogelijke niveau van samenspel presenteren. Maar we denken ook dat het in het belang van het publiek is dat we de muziek bevragen terwijl we ze spelen. Het is een luxe om bepaalde aspecten open te laten, zonder al te veel aan kwaliteit in te boeten. Ik ben ervan overtuigd dat deze aanpak veel aan de uitvoering bijbrengt. Ik hou ervan om concerten te horen waar de musici in het moment met elkaar communiceren, zodat ik de eerste getuige kan zijn van wat er zich precies afspeelt.

In opvolging van mijn vorige vraag: hoe kritisch zijn jullie vier voor elkaar, in het bijzonder tijdens repetities?

Nørgaard: Doorheen de jaren hebben we geleerd om met elkaar te spreken, teneinde bepaalde aspecten van ons spel te optimaliseren. En we leren en inspireren elkaar nog iedere dag. Maar Scandinavische types zijn nogal beleefd in de omgang. We zoeken het conflict niet op. Dus als we elkaar bekritiseren, zullen we dat altijd op een zachtaardige manier doen. Harde kritiek maakt maar zeer zelden iets beter. Het bespelen van een muziekinstrument is zo moeilijk, dat het belangrijk is om vol vertrouwen en ontspannen te zijn. Kritiek ondermijnt dit. Bovendien kennen we elkaar zeer goed en rekenen we op elkaars integriteit. Als één van ons minder goed klinkt dan normaal, dan weet ik dat hij dat zelf ook weet. Het is bijzonder zeldzaam dat één van ons iets speelt en zich niet realiseert dat het niet goed klonk. Op de een of de andere manier lossen de meeste problemen zich daarom vanzelf op.

Zit er een rode draad in het programma dat jullie op 6 december zullen spelen?

Nørgaard: Wat we willen doen, is het strijkkwartet als een flexibel ensemble presenteren. Dat is misschien wel de belangrijkste rode draad doorheen ons programma. Simpel gesteld, was Haydn diegene die het strijkkwartet uitvond, terwijl Beethoven het schrijven voor strijkkwartet naar een niveau bracht dat meer was dan enkel achtergrondmuziek. Hij drong erop aan dat je strijkkwartetten kon schrijven die op gelijke hoogte staan met de grootste kunstwerken uit de westerse geschiedenis. Het ligt voor de hand dat beide componisten tot ons DNA behoren, maar hetzelfde geldt voor de volksmuziek die we zullen uitvoeren. We willen aantonen dat je onze vier instrumenten kan gebruiken om heel uiteenlopende dingen te doen: Haydns creaties ontdekken, de grote, romantische machinerie van Beethoven bestuderen, maar ook volksliederen zingen. Je kan het strijkkwartet laten klinken als eender wat je wilt. Bovendien is het geen uitzonderlijk iets om volksmuziek en klassieke muziek broederlijk naast elkaar te laten bestaan. Haydn deed dit regelmatig, en ook Beethoven maakt in zijn Razumovsky-kwartetten dankbaar gebruik van Russische volksdeuntjes.

Cibrán Sierra, tweede viool van het Cuarteto Quiroga, vergelijkt Haydns opus 20 kwartetten met de Magna Carta omwille van hun impact op de ontwikkeling van het genre. Wat is jouw visie op het belang van deze cyclus?

Nørgaard: Ik vind de vergelijking met de Magna Carta zeer passend. Voor Haydn was zijn opus 20 het moment waarop hij pas goed besefte welke mogelijkheden deze vier instrumenten hem daadwerkelijk boden. Het betekende de start van een stortvloed aan inspiratie. Enerzijds was deze reeks zo baanbrekend. Met de manier waarop ze geschreven is, en de wijze waarop de componist met het materiaal omgaat, kijkt hij vijftig jaar vooruit. Anderzijds, in de tweede beweging van het tweede kwartet bijvoorbeeld, kijkt hij ook achterom. Dat trage deel voelt aan als barokmuziek. De finale, een fuga met vier thema’s, is bijzonder moeilijk omdat het de hele tijd moeilijk is in alle vier de partijen. Het is een beweging waarin we omwille van de technische bezwaren maar moeizaam ons eigen ding kunnen doen. Maar voor één keer is het wel eens leuk om een kwartet van Haydn te spelen waarin het niet alleen de eerste viool is die prachtige dingen doet, terwijl de drie anderen hun partij bij wijze van spreken op zicht kunnen spelen. Het geeft nooit volledige voldoening, omdat je altijd het gevoel hebt dat je het net iets beter kon doen. Dat is precies waarom het een plezierige en uitdagende beweging is om mee te blijven werken.

Het Danish String Quartet voert alleen maar muziek uit die het zelf fijn vindt … Wat is er zo leuk aan het eerste van Beethovens Razumovsky-kwartetten? 

Nørgaard: Afgezien van de musicologische waarde van dit kwartet, is het een opvallend werk vol emotie. Het is een romantisch epos dat alles heeft. Het heeft een groots opgezette structuur – een gigantisch bouwwerk opgetrokken uit noten – dat veertig minuten lang met jou aan de haal gaat. Maar het heeft ook tedere en intieme momenten waarop er niets lijkt te bewegen. Voor een strijkkwartet zijn dit de werken die heel bijzonder zijn om uit te voeren. Het is in momenten als dit dat strijkkwartetmuziek iets kan doen dat geen enkele soort popmuziek kan bereiken. Je hebt de klassieke muziek nodig om op dat punt te komen.

Een strijkkwartet als dit is bijzonder veeleisend omwille van de vele verschillende karakters die je moet evoceren, en dit zowel binnen als tussen de vier bewegingen. Hoe slaag je er als kwartet eigenlijk in om van uitbundige speelsheid naar uiterste intimiteit te switchen?    

Nørgaard: Het is vast en zeker een uitdaging. Voor een muzikant zijn dit soort karakterwissels altijd het zwaarst. Maar tegelijkertijd maken ze de muziek voor het publiek ook het meest de moeite waard. Het is zeer moeilijk om dit soort overgangen te trainen buiten de druk van een concertomgeving om. Natuurlijk proberen we te repeteren alsof er toehoorders aanwezig zijn, maar het is bijzonder moeilijk om in dat opzicht jezelf om de tuin te leiden. In zekere zin heb je het publiek nodig om je grenzen te verleggen, in het bijzonder in een werk zoals dat van Beethoven.

Wat is jouw visie op perfectionisme? Tot op welke hoogte is dit een streefdoel voor het kwartet? Is het noodzakelijk om naar muzikale excellentie te streven?  

Nørgaard: Neen, en dat doen we ook nooit (lacht). Maar het is wel noodzakelijk om te blijven proberen. Het hangt ook van je persoonlijkheid af. Sommige muzikanten kunnen geen enkele uitvoering smaken als er ook maar iets wat vals klinkt, terwijl anderen vergevingsgezinder zijn. In zeker zin moet het perfect genoeg zijn om niemand te storen. We besteden er veel tijd aan om beter te spelen, om te werken aan intonatie en andere aspecten van het kwartetspel, omdat dat zo belangrijk is. Langs de andere kant is het fysiek onmogelijk om volledig perfect te zijn, in het bijzonder omdat we met vier zijn. Als strijkkwartet worstel je voortdurend met het bereiken van een mooie harmonie. Maar als dit lukt, krijgt het ensemble die extra dimensie die enkel de menselijk stem en strijkinstrumenten kunnen hebben.

Laatste vraag: in een strijkkwartet spelen, is hard werk. Maar het geeft ook zeer veel voldoening. Kan je één van die onvergetelijke momenten voor de geest halen, die het ensemble de voorbije jaren samen heeft beleefd?  

Nørgaard: Vorige week (het interview werd op 31 oktober afgenomen, nvdr.) hebben we in Kopenhagen onze allereerste Beethoven-cyclus gespeeld. Zes dagen op rij hebben we al diens strijkkwartetten uitgevoerd (22-27 oktober). De voorlaatste dag speelden we het opus 130 en 132: reusachtige werken die altijd al veel voor ons betekend hebben. Ik had het gevoel dat dit een wel zeer speciaal concert was omdat het in onze thuisstad plaatsvond, in een concertzaal die we heel bijzonder vinden, en omdat we omringd waren door onze ouders, vrouwen en andere vrienden en mensen waarvan we houden. Die avond was er een echte klik. Alles viel in zijn plooi. Van tijd tot tijd ervaar je zo’n concert waarin alles heel gemakkelijk wordt. Op dit soort speciale avonden kan je een leven lang teren.


  • WAT: Interview met Asbjørn Nørgaard, altviolist van het Danish String Quartet, naar aanleiding van het concertdebuut van het kwartet in deSingel, Antwerpen, op donderdag 6 december 2018. Op het programma stonden naast Haydn (opus 20 nr. 2) en Beethoven (opus 59 nr. 1) ook een selectie aan volksliederen uit de albums Wood Works en Last Leaf.
  • WIE: Danish String Quartet [Rune Tonsgaard Sørensen en Frederik Øland (viool), Asbjørn Nørgaard (altviool), Fredrik Schøyen Sjölin (cello])
  • WEBSITE: https://danishquartet.com/
  • FOTO’S: Facebookpagina Danish String Quartet | © Caroline Bittencourt