Een gesprek over cultuur(subsidie) met de Vlaamse minister van Cultuur

LVM: Cultuur – het is een woord dat een zeer brede lading dekt. Voor we het over subsidies hebben: hoe ziet u ‘cultuur’ in het algemeen? En hoe in het bijzonder voor u als al dan niet subsidiërende overheid?

Sven Gatz: Het is een moeilijke en gemakkelijke vraag. Want hoe vatten we cultuur? We zien het als de Schone Kunsten, maar je kan cultuur ook zeer breed bekijken als ‘wat mensen delen’.

Algemeen zou je mogen stellen dat wie reflexie aanbiedt – dat het nu schoon en/of esthetisch is, choquerend of zeden verzachtend – doet aan cultuur. Zo zie ik het als persoon én als beleidsman.

In het beleid stel ik me de vraag: “Hoe moeten we het landschap ‘dienen’, van jong tot oud?” Het ‘landschap’ is mijn doel: hoe dit zo volledig mogelijk maken? Ik denk voor een objectieve globale visie te staan en van daaruit het kunstenlandschap beter te benaderen. Het is ook gericht naar steden die, zoals u weet een deel van de cultuurtaak van de provincies overnemen, zo beter eigen accenten kunnen leggen. Niet alles moet door de Vlaamse overheid gestuurd worden, de lokale inbreng is van groot belang.

LVM: Cultuurspreiding was decennialang – sinds minister Van Mechelen (ik heb er niets mee te maken…) – van zeer groot belang. Denk aan de vele kleine cultuurcentra in kleinere gemeenten. Denk aan het Festival van Vlaanderen dat onder impuls van Jan Briers jr. naast de steden ook terug te vinden is in kleine locaties. Wijzigt u nu deze visie en wil u de mensen, waar ze ook wonen, naar de grote centra trekken?

Sven Gatz: Het is alvast niet de bedoeling alle pijlen te richten op de grote centra, ook al kan dit zo wat overkomen. Wel is het zo dat er vier pijlers zijn in het cultuurbeleid qua spreiding. Er is de driehoek Brussel, Antwerpen en Gent die een groot deel van het cultuurlandschap vormt en daarnaast heb je ‘de rest’ van Vlaanderen.

Het spreidingsvermogen van de kleinere huizen en centra is op de proef gesteld en die spreiding is, als in een beweging die zichzelf zo stuurde, minder evident. Waarom? Door financiële beperkingen, gewoonten, motivatie enzomeer. Momenteel bekijken we hoe we dit opnieuw kunnen  bevorderen, hoe we impulsen kunnen geven. Het blijft van belang de autonomie van de kleine motortjes te respecteren, maar ze hoe dan ook te voeden. Zonder brandstof draait niet één motor.

Er wordt intussen wel meer aandacht gegeven aan de centrumsteden sinds de laatste ronde van de structurele subsidies (2015). De steden werkten er zelf al naartoe. Er zouden regionale samenwerkingen moeten groeien – wat in bepaalde gevallen al zo is en duidelijk aanslaat – en dat is van groot belang dat dit lukt tegen 2018. Dat jaar worden de middelen van de provincies overgeheveld naar de Vlaamse Overheid.

Doorstroming is er altijd gebleven, maar die gaan we onder meer in het kader van dat nieuwe beleid, moeten heruitvinden zodat het landschap gevoed blijft en niet verschraalt.

LVM: Subsidies, het woord valt nu echt. Er zijn altijd (zeer) gelukkigen en bijzonder ontevredenen. Niemand ziet zijn subsidies graag stopgezet of geweigerd worden, iedereen is opgetogen met (meer) subsidies. Ziet u het als een taak van de overheid om hoe dan ook cultuur financieel en / of materieel te ondersteunen en zoja, waarom bepaalde opvallende keuzes pro en anti, als ik het zo mag stellen?

Sven Gatz: Het is UITERAARD de taak van de overheid te subsidiëren. Dit staat buiten kijf. Meer participatie van bijvoorbeeld het bedrijfsleven moet ook kunnen. Zo zal de tax shelter voor de Vlaamse film toegepast worden voor de podiumkunsten. De ervaring met het jonge systeem (sinds 1 januari 2015) is buitengewoon positief.

Weet je, er was een opbouwscenario in het cultuurbeleid, zo’n 40 jaar geleden begonnen met de toenmalige cultuurminister Frans Van Mechelen en daar hebben zijn opvolgers op verder kunnen werken. Tijdens de vorige legislatuur werd de kaasschaaf opgelegd aan elk Vlaams ministerie en het was aan mijn voorganger Joke Schauvliege om als eerste te besparen op de cultuuruitgaven. Dat is niet in goede aarde gevallen. Tijdens deze legislatuur heb ik ook moeten besparen, gemiddeld zo’n 5%. Ik heb daarbij een aantal duidelijke keuzes gemaakt. Gelukkig kan ik rekenen op veel deskundigheid van de beoordelingscommissies.

De beoordelingscommissies, samengesteld uit mensen/experts uit de sector zelf, geven een artistieke beoordeling gaande van zeer goed tot volstrekt onvoldoende. De kunstorganisaties kunnen hun dossier na beoordeling versterken door een ‘verhaal’ of ‘repliek’ in te dienen. Op die manier zijn beoordelingen van 2/3 van de dossiers verbeterd.

Ik ben blij dat de we na de besparingen in 2014 nu opnieuw extra middelen kunnen investeren in cultuur. Het gaat om ongeveer 10 miljoen euro extra.

de grote Vlaamse Kunstinstellingen kregen meer middelen toebedeeld. Met hen wordt binnenkort een nieuwe beheersovereenkomst afgesloten. Zij krijgen de opdracht om ook kleine en jonge organisaties onder hun vleugels te nemen en hen te begeleiden. Ik ben ervan overtuigd dat groot en klein van elkaar kunnen leren.

LVM: Klassiek Centraal is een nieuwsbron van en voor de klassieke muziek. Graag wil ik verder gaan over de subsidies in het muzieklandschap. Er zijn iconen die geen steun meer ontvangen (denk aan La Petite Bande en Oltremontano om er een paar te noemen) en anderen die reeds ‘goed voorzien’ werden, zien de subsidies stijgen. Wat zijn in feite de criteria om hier lijnen te trekken? Er bestaat namelijk een indruk dat er niet echt duidelijke criteria zijn en dat de commissieleden zowat op eigen houtje advies verlenen.

Sven Gatz: Vooreerst zijn er de criteria, vastgelegd in het Kunstendecreet waarop organisaties door de beoordelingscommissie worden geëvalueerd. De organisaties worden daarnaast ook beoordeeld op hun zakelijke kwaliteiten.

Ik besef dat onder meer het symbooldossier van La Petite Bande zeer gevoelige materie is en ik weet welke verdiensten er waren. Er zijn initiatieven die verdwijnen, maar er zijn ook altijd nieuwe initiatieven die ontstaan en die het kunstenlandschap levenskrachtig houden.

Weet dat toch ruim 200 organisaties subsidies krijgen.

LVM: Subsidie: kan ze ‘verslavend’ en verlammend werken? Is ze oorzaak van mogelijke gemakzucht met andere woorden? “O, doe maar, we krijgen toch subsidies genoeg.”

Sven Gatz: Recht op cultuursubsidie bestaat niet ! Daarom is het verantwoord dat om de vijf jaar de dossiers voor de structurele subsidies opnieuw moeten ingediend worden. Het besef moet bestaan dat er een ruimer deel van de gemeenschap moet bereikt worden. Net zoals moet ingezien worden dat je je lot niet mag afhankelijk maken van de overheid. Zo zijn er organisaties die geen subsidies meer krijgen die er gewoon mee ophouden, anderen zoeken alternatieven en zetten door.

LVM: Overheidssteun is één. Maar hoe ziet u een samenwerking en / of verschuiving naar sponsoring? Sponsorgelden zijn nooit erg in geweest als je vergelijkt met vele andere landen in Europa en over de grote plas. Sponsoring en schenkingen zouden toch aantrekkelijker kunnen gemaakt worden door bepaalde belastingvoordelen?

Sven Gatz: Er wordt gezocht naar een nieuw evenwicht. 20 tot 30% van de gelden is al privé bij de gesubsidieerden. Eerder in het gesprek verwees ik al naar de tax shelter, maar het is wachten voor de Vlaamse overheid op de federale regering. Het is een materie van Financiën dat de aftrekbaarheid moet stimuleren. De federale overheid is deze mogelijkheid momenteel aan het onderzoeken, maar het ziet er wel goed uit. In vergelijking met het buitenland zijn alternatieve financieringsmogelijkheden beperkter.

De studies in omringende landen tonen aan dat er heel wat bijkomende middelen via aanvullende financiering uit de markt kunnen gehaald worden. Op gebied van aanvullende financiering bekijken we momenteel welke mogelijkheden we verder kunnen ontwikkelen.

LVM: Zeven is een van de vele heilige getallen, laten we met vraag zeven afronden. Er is buiten Klassiek Centraal amper nog een nieuwsbron die volop recenseert. Wij zijn een vrijwilligersorganisatie, 100% vrije inzet zonder enige compensatie voor onze medewerkers. Dat houdt ons sterk ook al is het meteen onze zwakte. Maar wat als ook wij zouden stoppen, zoals Staalkaart einde dit jaar zou stoppen omdat zij geen subsidie meer krijgen? Bestaat het risico niet dat, zonder daadwerkelijke steun van de overheid, ook nieuwsbronnen op het internet verdwijnen en dat de muziekwereld qua nieuwsgaring verweesd achterblijft?

Sven Gatz: Zoals ik al stelde: in het kunstenlandschap bestaat er bloei en groei, maar bestaan er ook organisaties die ter plaatse blijven trappen of zelf stoppen. Er moet aanvaard worden dat er een komen en gaan is. Stel dat Klassiek Centraal zou verdwijnen – iets wat ik niet wens – dan denk ik dat er op termijn toch iets voor in de plaats komt. Vlaanderen bulkt van talent, het talent komt van onderuit. Nergens in Europa is per inwoner zoveel aan cultuuractiviteit als in Vlaanderen. Het is misschien wel dat overaanbod aan talenten, dat het extra moeilijk maakt op die kleine oppervlakte.

Hoe dan ook, ik blijf optimistisch.


Foto: copyright Studio Nunu