Auteur Milo Derdeyn

Deze talentvolle jonge pianiste vergastte het publiek op een gevarieerd en gedurfd programma met een heel uiteenlopend repertoire.

Stephanie Proot, halve finaliste Koningin Elisabethwedstrijd piano 2013, combineert op een virtuoze wijze subtiel kleurenspel met structurele klaarheid. Ze speelt met souplesse en bezieling, zonder partituur, alles gewoon uit het hoofd. Als eerste werk vertolkte ze de Sonate nr. 23, opus 57 in f, Apassionata van Ludwig van Beethoven. De  geweldige klankenrijkdom van deze compositie werd op een super gevoelige manier verklankt en emotioneel ingekleurd. Als contrast pakte ze in het tweede deel uit met de Sonate nr. 6, op. 82 in A van Sergei Prokofiev. De Russische nieuwlichter op zoek naar anders, beter, schoner. Op een onnavolgbare wijze wist ze ook hier uit zijn eclatante klankkleurpalet de juiste toon te vatten en haar spel met nadruk en lichtheid te nuanceren. Een pianiste met  de gave om mensen te raken. Het enthousiaste publiek werd als toemaatje nog getrakteerd op een compositie van Schumann. De melodische elegantie van de verschillende composities vond haar weg in een virtuoos festijn van tien vingers.

In het volgende interview komt u meer te weten over  de sympathieke jonge vrouw achter de integere en succesvolle pianiste.

Klassiek Centraal: Hoe is uw passie voor muziek ontstaan?

Stephanie Proot: Eigenlijk heel toevallig. Mijn ouders hebben me op zesjarige leeftijd ingeschreven voor pianoles. Ik bleek over enig aangeboren talent te beschikken. Omdat ik behoorlijke resultaten behaalde werd ik ingeschreven voor een paar wedstrijden.

KC: U kaapte meteen hier te lande eerste prijzen weg:  Jong-Tenuto, Charlier, International Kaufmann, Cantabile, André Modeste Grétry, Dexia, …

S.P.: Op een bepaald moment krijg je echt de liefde voor muziek  en bepaalde componisten te pakken. Als aanmoediging werd mij in 2004 de Yamaha foundation-beurs toegekend.

KC: In 2012 nam u deel aan vijf internationale wedstrijden waarvan u er vier won!

S.P.: Ja, dat was de 1ste prijs op het Neue Sterne Pianoconcours in Wernigerode (Duitsland), de 1ste prijs op de Massarosa International Piano Competition (Italië), de 3de prijs op het Ricard Viñes Pianoconcours in Lleida en de 1ste prijs op de Maria Hererro International Piano Competition in Granada (beide in Spanje) en de 1ste prijs bij de André Dumortier International Piano Competition in Leuze (België). In 2013 was er dan nog de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel.

 

KC: Met uw meeslepende podiumprésence en boeiende persoonlijkheid op en naast het podium, kreeg u zowel het Belgische publiek als de pers aan uw  zijde.

S.P.: Dat doet natuurlijk deugd, is hartverwarmend.

KC: Als u al die prijzen binnenrijft is er dan de hang naar meer?

S.P. Naar meer muziek, ja. Dan besef je ook  dat er potentie  inzit. Het geeft je hernieuwde energie om door te gaan. Wedstrijden deed ik tijdens mijn studietijd om mijzelf te peilen op internationaal niveau en om ervaring op te doen. Het is ook interessant om je kwaliteiten te meten met die van anderen. Schiet je ergens te kort, dan kun je daar aan werken. Op zo’n wedstrijden leer je ook wat je waard bent. Na mijn studietijd werd het anders. Dan neem je deel aan wedstrijden om contacten te leggen en naambekendheid te creëren, wat dan weer nieuwe concerten oplevert.

KC: Heeft het mooie resultaat in de Koningin Eliisabethwedstrijd een boost gegeven aan uw carrière?

S.P.: Ik was heel blij dat ik tot in de halve finale ben geraakt. Anderzijds waren er een hele boel mensen de mening toegedaan dat ik een plaats  in de finale verdiende. Dan denk je achteraf toch: “Was ik daar maar bij geweest.” Nu ja, de jury oordeelde er anders over en dat moet je respecteren. Het voordeel is wel dat heel veel mensen mij zagen performen en dat heeft wel geresulteerd in een pak concerten.

KC: Had  het ook een impact op uw internationale carrière?

S.P.: Niet zo enorm. Ik treed wel regelmatig op in Nederland, Duitsland en Frankrijk, maar daar zijn geen directe linken met de Koningin Elisabethwedstrijd. Daarvoor moet je echt wel tot in de finale geraken.

KC: U blijft er vrij nuchter onder!

S.P.: Je krijgt niets gratuit. Het is hard werken geblazen. Naast mijn muziekstudies heb ik universitaire studies gedaan, ik volg in avondonderwijs een lerarenopleiding, geef al les aan de Academie voor Muziek, Woord en dans DKO Panta Rhei in Gent. Zelf volg ik nog vervolmakingscursussen aan de Frankfurter Hochschule für Musik und Darstellende Kunst bij Lev Natochenny. Sinds 2012 maak ik ook deel uit van een vast trio samen met Claire (viool) en Aurore (cello) Dassesse: het Ensembl’Arenski.

KC: De samenstelling van het programma dat u bracht: Beethoven versus Prokofiev. Vanwaar die keuze?

S.P.: Het zijn twee componisten die ik supergraag speel. Daarnaast wil ik in een concert altijd verschillende dingen laten horen. Ik vind het boeiend voor mijzelf én voor het publiek om verschillende werelden bijeen te brengen.

KC: U benadert een compositie heel gevoelsmatig, weet veel nuances te leggen.  Gaat u daarvoor op zoek naar de context, hoe een compositie tot stand kwam?

Ja, dat vind ik een must, dan kun je in detail gaan. Veel concertpianisten spelen zeer technisch. Daarmee bedoel ik, je zal hen op geen enkele fout betrappen. Dat komt bij mij nogal koud over. Er is geen overdracht naar het publiek toe. Ik vind het belangrijk dat je uit elk stuk alle elementen kunt puren. Daarin schuilt ook de rijkdom van een compositie.

KC: Naast technische perfectie, een empathisch vermogen?

S.P.: Precies. Dat is natuurlijk risicovoller, enigszins gevaarlijk, maar zoveel interessanter.

KC: Gaat Stephanie Proot zich specialiseren in het oeuvre van een welbepaalde componist?

S.P.: Ik ben niet de persoon om de echt hedendaagse muziek te spelen, daar ligt mijn interesse niet. Tot begin 20ste eeuw voel ik mij aangesproken. Ik specialiseer mij voorlopig nog niet, maar niets houdt mij tegen om dat in de toekomst eventueel wel te doen.

KC: Om een werk volledig uit het hoofd te spelen. Hoe lang studeert u daarop?

S.P.: Dat hangt van stuk tot stuk af. Meestal speel je dat na een week of drie helemaal van buiten. Het probleem is natuurlijk wanneer je op een podium gaat staan dan eisen stress en adrenaline hun tol. Je moet daar leren mee omgaan en een diepere kennis opbouwen van een stuk. Eens je dat stuk in de vingers hebt moet je het een tijd laten rusten, het laten bezinken. Na een tijd neem je het terug op en wordt het rijker qua interpretatie.

KC: U bedoelt dat uw spel evolueert?

S.P.: Heel hard. Beethoven heb ik al verschillende keren gespeeld en ik merk dat ik telkens nieuwe elementen ontdek. Zaken die ik eerder benadrukte zal ik dan weer afzwakken of weglaten.

KC: Bang voor contrasten bent u niet.

S.P.: Helemaal niet. Veel mensen vinden klassieke muziek saai. Dat is compleet fout, vind ik. Componisten zijn mensen met heel diverse achtergronden en ideeën, als je die eigenheid er niet uithaalt, doe je hun werk tekort.

KC: Om hun werk alle eer aan te doen, gaat u zich verdiepen in hun leven?

S.P.: Absoluut. Ik probeer altijd te achterhalen in welke fase van hun leven een bepaalde compositie tot stand is gekomen. Bevoordeeld de Sonate van Prokofiev is een typische oorlogssonate. De hele context van de wereldoorlogen zit er in verweven. Je hoort dat ook.

KC: Heeft u nog een druk jaar voor de boeg?

Het heeft niet allemaal met muziek te maken, maar indirect wel. Ik vertelde al dat ik nog een lerarenopleiding volg. De examens staan voor de deur. Ik moet er gewoon door. Voor de rest zijn er solo- en trioconcerten. Het is leuk om er een beetje variatie in te brengen. Dat houdt het geheel boeiend.