Tekst Milo Derdeyn

Wat op het eerste gezicht een commercieel akkefietje leek, waarvoor bijna iedereen in deze tijd van overkill zijn neus ophaalt, bleek een major event te zijn in het pianolandschap alhier. Met een fijne neus voor die dingen was Klassiek Centraal daarop aanwezig en versierde voor de bezoekers aan onze site een exclusief interview met Paolo Fazioli.

Referentie

Onder de titel Fazioli-avond (in feite een tweedaagse op 25 en 26 oktober met op zaterdagavond een zeer gewaardeerd miniconcert door pianist Lucas Blondeel) werd het pianomerk Fazioli officieel in België geïntroduceerd. Naast de grote merken (zie hieronder) weten alleen insiders dat er ook zoiets bestaat als Fazioli of Tallone, te weten de meest exclusieve piano’s ter wereld. Dat die confidentiële merken (nog) niet bekend zijn bij de nochtans zeer talrijke pianoliefhebbers, is een onrechtstreeks gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Toen de helft van Europa zowat platgebombardeerd was (eerst door de Duitsers daarna door de geallieerden), zaten de Amerikanen gewoon te wachten om met bijbehorend commercieel geweld de wereld te veroveren met hun piano’s. Zodanig zelfs dat het merk Steinway & Sons dé referentie werd in elke concertzaal en voor elke pianist met een beetje naam, uitzonderingen niet te na gesproken.

Paolo who ?

Paolo Fazioli werd geboren in 1944, als jongste van zes zonen. Zijn vader had een meubelfabriek in Rome maar als kleine jongen had Paolo vooral belangstelling voor muziek. Voor de piano (als uitvoerder) maar ook voor de techniek van dit wonderbaarlijke instrument. Voorbestemd om in het familiebedrijf aan de slag te gaan, studeert hij voor ingenieur. Dit zal zijn belangstelling voor techniek in het algemeen en voor pianobouw in het bijzonder vanzelfsprekend nog aanwakkeren. Wij spraken met deze zeer minzame zeventiger die voor de gelegenheid speciaal uit Italië kwam en de files op de Belgische wegen trotseerde. Op zijn aandringen begon het gesprek met een het nuttigen van glaasje champagne.

Klassiek Centraal : U wilde ondanks uw studies aan de conservatoria van Pesaro en van Rome toch geen pianist worden?

Paolo Fazioli : Weet je, als kleine jongen droomde ik inderdaad van een carrière als pianist. Maar tegelijk was ik ook permanent omringd door technologie – die van het meubels maken en alles wat erbij hoort. Maar ik wist bijna tegelijk ook wel dat ik geen – hoe heet dat ook weer – podiumbeest was. Dus werd ik in de eerste plaats ingenieur. Maar de liefde voor de muziek en voor de piano was er niet minder om. U weet net zoals ik dat liefde voor de muziek een leven lang blijft duren. En ik zat voortdurend met een soort dilemma in het achterhoofd. Ik was intussen ingenieur-pianist of pianist-ingenieur en vond dat het instrument – we schrijven begin jaren 1980 – een ‘plat commercieel product’ (sic) was geworden.

KC : Begrijpelijk dat u het, als perfectionist, beter wilde doen. Maar hoe durfde u het aan de grote merken als Steinway, Bösendorfer, Bechstein, Yamaha (toen al in opkomst) op hun eigen domein te bekampen?

PF : Dat was het precies. Ik ontdekte dat het bij die grote bedrijven vooral ging – en nog gaat – om zeer veel geld verdienen. En dat lukt hen nog aardig ook. Je kent het succes van Steinway maar ook anderen bezondigen zich aan het excessief streven naar winst. Daar is in principe niets mis mee, maar men verloor daarbij het streven naar absolute kwaliteit en – ook wel door omstandigheden – liet men de zoektocht naar de beste materialen voor wat ze was.

KC : Dat lijkt ons inderdaad wel dé hamvraag. Hoe lost u dit probleem van materiaalkeuze dan op?

PF : Enerzijds hebben we het geluk dat het hout voor de zangbodem hetzelfde sparrenhout is uit de Val di Fiemme (Zuid-Tirol) waar ook het hout vandaan kwam voor de befaamde Stradivarius-violen. Maar dit hout moet vijf à zes jaar ‘rusten’ (drogen) vooraleer het gebruikt kan worden. Om een mogelijk tekort aan de juiste houtsoort op te vangen, zijn we zeer intens bezig met de studie van andere houtsoorten die er eventueel voor in aanmerking zouden komen. Geen sinecure. Ook het gietijzer, de snaren, de toetsen – pakweg alle onderdelen van de piano – worden voortdurend aan de strengste selectie onderworpen. Het komt in de buurt van vliegtuigbouw, maar met vooral een bijkomende, zeer specifieke zorg: de klank. Ik wil alleen het beste van het beste. In verband hiermee kan ik je meteen vertellen dat we ook het geluk hebben te kunnen beschikken over de beste vaklui die er zijn. De meubelmakerij van mijn familie is als het ware de kweekbodem van uitstekende technici in de houtbewerking… om maar één, zeer belangrijk, onderdeel te vermelden.

KC : Uw vleugelpiano’s staan bekend voor hun uitzonderlijke sonoriteit – vooral in de bassen – en zoals we hebben kunnen ervaren, hun heldere klank. Het spreekt vanzelf dat dit dure instrumenten zijn zelfs vergeleken bij de merken die we citeerden. Hoe ziet u de toekomst van topkwaliteit in een wereld waarin door de wet van de grote getallen de middelmaat het schijnt te halen op kwaliteit?

PF : Ik deel uw pessimisme niet. Ondanks de zogenaamde commercialisering – ik bedoel hiermee de vervlakking ja zelfs nivellering naar beneden – van alles en nog wat, blijf ik geloven dat op de lange termijn Kwaliteit (met grote K dus) zal zegevieren. Je zei het zelf: onze instrumenten onderscheiden zich door een buitengewone klank en wees maar zeker dat dit alvast grote namen als Ashkenazy, Berman, Magaloff, Beroff, Fischer, Lortie, Brendel, Ciccolini, Argerich… aanspreekt. Nu nog concertzalen over heel de wereld hiervan overtuigen en ook de (een beetje gefortuneerde) amateurs – zij die liefhebben dus. Kom, mijn beste, we gaan samen met de andere genodigden nog een glas drinken en een hapje eten.

KC : Zeer hartelijk dank voor dit gesprek mijnheer Fazioli.

JS Piano’s

Op Klassiek Centraal kon u sporadisch al commentaar lezen over twee uitzonderlijke pianotechnici die elkaar al 35 jaar kennen: Jacek Bielat en Svetlo Siarov. Zij waren studiegenoten aan de Technische Hogeschool voor Pianobouw te Kalisz (Polen) en droomden ervan een eigen bedrijf te kunnen leiden. In 1992, drie jaar na het vallen van de muur, kwamen ze naar het westen en ontdekten dat er uitgerekend in België een groot gebrek was aan bekwame pianotechnici. The rest is history… bij wijze van spreken. Jacek en Svetlo stichtten JS-Piano’s en hun naam en faam groeide exponentieel. Ze onderhouden de instrumenten van de beste pianisten in ons land, van conservatoria en van concertzalen (vooral in Vlaanderen) en – geloof me vrij – de klankkwaliteit van die instrumenten is er enorm op vooruitgegaan. “Voor ons is het merk van de piano is niet doorslaggevend”, vertrouwt Svetlo me toe, “wél de intrinsieke kwaliteit, het potentieel van het instrument dat we in handen krijgen.”

De exclusieve verkoop van Fazioli is een bekroning die beide heren – door hard en zeer toegewijd werken – ruimschoots verdienen.