Ons land was de voorbije maand in de ban van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. Het was van Guadagnini hier en Guarneri daar. Om van ene Stradivarius nog maar te zwijgen. Namen als, welja, klokken, maar worden er dan vandaag geen violen meer gebouwd? Toch wel. Het metier van luthier is zelfs springlevend, getuige de opening van het inkijk-atelier van de Belgische vioolbouwer Thomas Meuwissen in het Brusselse Muziekinstrumentenmuseum.

Brussel had al zijn pop-uprestaurant en daar komt nu een glazen pop-up-atelier bij. Want gedurende twee jaar neemt meester-vioolbouwer Thomas Meuwissen (Leuven, °1966) zijn intrek op de zevende verdieping van het Brusselse Muziekinstrumentenmuseum (mim). Veel tijd om er van het prachtige uitzicht over de Europese hoofdstad te genieten, zal hij allicht niet hebben. Als bouwer in residence is hem begin dit jaar door de Muziekkapel Koningin Elisabeth gevraagd om een volledig strijkkwartet te fabriceren. Tegen de allereerste editie van de Koningin Elisabethwedstrijd voor cello in 2017 moeten de viool, altviool en twee cello’s klaar zijn.

In 2011 opende de Muziekkapel een nieuw departement voor cello. Daaruit vloeide een nood aan nieuwe instrumenten voort. Op voorspraak van master in residence Gary Hoffman werd Meuwissen een eerste keer aangezocht om een cello te bouwen. Met succes, want in de nabespreking van deze eerste opdracht kwam de boodschap dat de kapel ook zinnens was om een strijkkwartet te bestellen. De Brusselaar haalde de aanbesteding binnen en vond dat zo’n uniek project ook op een bijzondere locatie uitgevoerd moest worden. Hij nam daartoe contact op met Jo Santy, de communicatie- en persverantwoordelijke van het mim, die samen met collega Saskia Willaert de idee in enkele maanden tijd hielp realiseren.

In het bloed

Het is zeer belangrijk om Belgische ambachtslui te ondersteunen, benadrukte Bernard de Launoit, voorzitter van het uitvoerend comité van de Muziekkapel, tijdens zijn korte speech bij de opening van het atelier. Dat plechtige moment werd – of wat had u gedacht – met behulp van een Meuwissen én de muziek van Bach en Hindemith door de Poolse cellist Kacper Nowak, student aan de Muziekkapel, opgeluisterd. Het doorknippen van het lint – geen gouden tierlantijntje, maar een rood-wit afzetlint zoals het bij een werkplaats past – gebeurde door Andreas, het zevenjarige zoontje van Meuwissen. En er was deze vooravond nog wel meer familie aanwezig. “Het portret dat aan de ingang van het atelier hangt, is van mijn overgrootvader. Hij was een van de meest bekende scheepsbouwarchitecten van zijn tijd en ontwerper van de Mauretania, toentertijd het grootste en snelste schip op aarde. In essentie was hij met hetzelfde bezig als ik: hij optimaliseerde een eeuwenoude structuur om het rendement ervan te verhogen. En eigenlijk doe ik dat ook met een viool. Het zit mij dus in het bloed, vandaar dat ik zijn portret hier gehangen heb”, zo vertelt Meuwissen mij wanneer ik hem de dag na de opening in zijn gloednieuwe atelier tref.

Ons landje is op dit moment in de ban van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. Morgenavond weten we wie de laureaten zijn. Ook voor vioolbouwers bestaat er een internationaal circuit aan concoursen. Meuwissen had aanvankelijk zijn reserves tegenover wedstrijden. “Maar vandaag zie ik er toch vooral het positieve van in. Uiteindelijk brengt het mensen met eenzelfde passie en discipline bij elkaar en worden er informele contacten gelegd. Deelnemen is dus belangrijker dan winnen. Door er jarenlang naartoe te werken, heb ik bij elke deelname ook mijn grenzen verlegd.” Zijn eerste bekroning, een bronzen medaille voor een altviool op het Concours Etienne Vatelot in Parijs (1999), noemt Thomas persoonlijk de belangrijkste. “Dat is voor mij een enorme stimulans geweest. En wat nog meer bijzonder was, was dat de andere laureaten mensen waren waarmee ik gestudeerd had. Wij werden door dit onverwachte succes enorm gesterkt. Het heeft mij aangezet om aan nog andere wedstrijden mee te doen en mijn instrumenten te perfectioneren. Ik ben nu samen met mijn assistenten een cello aan het maken voor een heel belangrijke wedstrijd in Cremona in oktober van dit jaar. Ik moet wel nog wat doorwerken.” (lacht)

Nieuwe Vlaamse Primitief

Na een vooropleiding in de beeldende kunsten aan Sint-Lukas Brussel – “Ik kwam in die periode in contact met een gitaarbouwer die mij signaleerde dat er ook mensen waren die violen maakten” –  en vervolgens in de muziekinstrumentenbouw aan het PTS Boom – “Daar heb ik de passie voor het beroep ontdekt” – trok Meuwissen als jonge twintiger naar de Newark School of Violin Making, één van de meest gerenommeerde instituten in Europa. “Geen evidente keuze, maar op dat moment besefte ik dat niet. Het sprak gewoon enorm tot de verbeelding, ook het object zelf. Ik voelde dat daar een wereld achter zat die mij fascineerde en die aan verschillende disciplines raakte. Ik had toen al een grote bewondering voor ambachten. En kunstenaar worden was voor mij op dat moment te abstract of te moeilijk. Ik voelde mij daarom beter bij een toegepaste kunstvorm.” Drie jaar lang werd Thomas in England in de geheimen van de vioolbouw ingewijd. “Maar een opleiding tot vioolbouwer kan al snel tien jaar duren eer hij zich zelfstandig vestigt. Zelf ben ik naar Praag gegaan om stage te volgen bij Přemysl Špidlen (1920-2010) – mon Stradivarius à moi. En daarna ben ik ook nog in de leer geweest bij Frédéric Chaudière (°1963) in Montpellier. Ik heb geprobeerd overal de beste elementen uit te halen om deze in mijn eigen instrumenten te verwerken.”

We verplaatsen ons naar de werkbank. Het bewerken van vuren- en esdoornhout met gutsen, beitels en schaven voor respectievelijk het bovenblad en de rug, het buigen van de zijwandjes en snijden van de f-gaten met een mes, het afwerken van de krul, stemmen van de klankbladen en het plaatsen van de stapel met de pointe aux âmes: u kan er zich niet meteen veel bij voorstellen? Loop dan zeker eens langs in het glazen inkijk-atelier. Thomas zal je met plezier demonstreren waar het woord ‘stapelgek’ precies vandaan komt. “Het bouwen op zich is echt zoals Stradivarius dat deed. Het is ook mijn betrachting om dat werk te evenaren, om de esthetische en akoestische concepten te vatten. De keuze van het materiaal is daarbij natuurlijk heel belangrijk. Een strijkinstrument is ook een typisch voorbeeld van form follows function: alles heeft een functie.” Eens het klankhout in de juiste vormen is bewerkt, ziet het er nog zeer bleek uit. Daar komen dan eerst nog gronderingen op om te zorgen dat het vernis niet in het hout dringt. “Vervol-gens wordt het vernis opgebouwd zoals een oud meesterschilderij, met dezelfde technieken als deze die de Vlaamse Primitieven gebruikten. Ik ben dus eigenlijk een nieuwe Vlaamse Primitief.” Op een viool komen op die manier een acht à tien vernislagen. De snaren is het enige dat Meuwissen niet zelf produceert, maar die hij in een winkeltje in het centrum van Brussel bewust zelf uitkiest.

I’m working on it

Meuwissen profileert zich op de eerste plaats als een vioolbouwer. Restauraties doet deze créateur zelden en dan vooral uit interesse voor het vak en als voedingsbodem voor eigen werk. Zo schoolt Thomas zich vandaag nog steeds bij. Om de zoveel maanden gaat hij enkele dagen werken bij Jean-Jacques Fasnacht, een autoriteit op het vlak van de vioolrestauratie. “In mijn vak is specialisatie hoe langer hoe meer de regel. Dat moet ook als je ergens echt goed in wil zijn. Er zijn weinig vioolbouwers die én goede restaurateurs én goede bouwers én goede experten zijn. Ook het maken van strijkstokken is een totaal ander beroep. We leven niet meer in een tijd waarin je het hele pallet kan aanbieden.” Meuwissen wordt in zijn dagelijks werk door enkele assistenten bijgestaan die het werk voorbereiden. “Door hun hulp kan ik mij op de belangrijke dingen focussen, zoals de keuze en het uittekenen van het model, de keuze van het hout, de afmetingen, enzovoort. Zij vormen mijn rechterhand, al zal in elke etappe de laatste hand wel altijd van mij komen. Maar dat neemt niet weg dat ik een zeer groot vertrouwen in mijn assistenten heb. Ik leid hen ook zelf op en wie weet wordt één van hen ooit mijn opvolger.”

Na vijfentwintig jaar in het vak behoort Meuwissen internationaal tot de top. De man is niet voor niets lid van de prestigieuze Entente des maîtres luthiers et archetiers d’art, een soort gilde die oorspronkelijk na de Tweede Wereldoorlog door een handvol experten en handelaars was opgericht. Het aantal zogenaamde nieuwbouwers dat lid is van deze vereniging, is nog altijd beperkt. “Ik werd aangemoedigd om mij aan de Entente voor te stellen door een collega die reeds lid was. Op dat moment moet je een dossier inleveren en wordt je aanvraag met unanimiteit goedgekeurd of niet. De toelating was opnieuw een zeer grote erkenning voor mijn werk.” En dus laten verschillende grote solisten vandaag met plezier hun vingers op een Meuwissen los. Vadim Repin, winnaar van de KEW in 1989, en Igor Oistrakh, zoon van de wereldberoemde David Oistrakh (1908-1974), behoren wellicht tot de bekendste namen. Maar ook de Duitse pedagoge Maria Kliegel loopt bijzonder hoog op met diens werk. Toch blijft Thomas bescheiden, maar met een uitgesproken doel: “In het eerste interview dat ik voor de radio gaf, kreeg ik de vraag of ik de nieuwe Stradivarius was. Mijn antwoord toen is nog steeds hetzelfde als nu: I’m working on it.” (lacht)

Wat de Muziekkapel Koningin Elisabeth met de vier instrumenten precies zal gaan doen, dat weet Meuwissen nog niet. Elk instrument kan uiteraard solistisch bespeeld worden. “Maar het is toch mijn betrachting om hen als ensemble te kunnen gebruiken, als een homogeen akoestisch en esthetisch geheel.” Elk instrument is daarbij een uniek polychroom en sonoor kunstwerk, zo is Thomas rotsvast overtuigd. “Een viool maken, is voor mij een statement. Je kan daar, weliswaar voor kenners, veel expressie in leggen. Het is als het ontwikkelen van een vormentaal. De verschillende technieken zijn daarbij enkel een middel.”

Het atelier van Thomas Meuwissen is tijdens de openingsuren van het mim vrij en gratis toegankelijk voor het publiek. Het museum, dat één van de rijkste collecties muziekinstrumenten ter wereld bewaart en beheert, is sowieso een bezoekje waard. En nu nog net dat tikkeltje meer.