Toevalligheden zijn zo van die dingen waar je niet teveel mag bij stilstaan. Je moet er geen reden achter zoeken die toch niet te bewijzen valt. Neen, toevalligheden moet je oogsten en savoureren. De pitten kan je daarna terug zaaien om er nog meer moois uit te laten voortvloeien. Zo mocht ik  op 21 maart te gast zijn op de lancering van Productiehuis Plus. Naast een aantal modernere zaken, was er ook flink wat aandacht voor het Franse Chanson. En zo raakte ik aan de praat met Marijn Devalck, die naast Liliane St-Pierre schittert in een nieuwe productie. Gaandeweg deed de man me meer en meer denken aan Edwin Rutten, ons bestuurslid voor Nederland. Ik stelde de vraag “kent u Edwin Rutten dan niet?” Absolute stilte volgde. “Die zag ik dit jaar exact 50 jaar geleden en daarna nooit meer”. Ik vond het grappig, gezien beide mannen toch grotendeels een gelijklopende carrière in Nederland en Vlaanderen hadden. Er werd in samenspraak met producer Alain Mazijn in Sint-Niklaas, locatie van de uitreiking van de Gouden Labels van dit jaar, een weerzien georganiseerd. Maar is dit nu iets voor Klassiek Centraal, hoor ik u denken? 

Beethoven en Bach

Wat het frappante is, is dat zowel Edwin als Marijn gekend zijn omwille van hun tv-rolletjes. Wie kent Ome Willem of Balthazar Boma nu niet? Dit terwijl beide heren een grote muzikale carrière achter de rug hebben, en in de eerste plaats een eerder klassieke opleiding genoten. Vooral het verhaal van Marijn was bijzonder grappig. Hij werd gescout om naar het conservatorium te gaan en heeft alles gedaan om maar niet te moeten gaan. Zo onvoorbereid als wat werd hij toch toegelaten. Kwaliteit drijft nu eenmaal onmiskenbaar boven.

ER: De meeste mensen kennen mij van Ome Willem. Zestien jaar op televisie. Ik vind het leuk daaraan herinnerd te worden. 3x per week een fotootje in de supermarkt geeft aan dat het programma wat gedaan heeft bij de mensen. De kijkers van toen zijn de decisionmakers van nu.

Wat bij beide heren naar voren komt is vooral hun kijk naar het commerciële tegenover het eerlijke. Eerlijke muziek is in de eerste plaats muziek die je zelf raakt. Er wordt vaak neergekeken op artiesten als wijlen André Hazes en Eddy Wally. Al wie een hart heeft voor echte muziek kon de passie voelen bij beide artiesten, wat hen ook tot echte muzikanten maakte.

MDV: Kijk, muziek is een taal die je emotioneel moet bereiken. Daarom moet het ook eerlijk gebracht worden. Ik heb zelf nog koorwerk gecomponeerd. Ieder stukje wat je componeert is weer een ander portretje. Het ene verschilt totaal van het andere. Wanneer je eerlijk bent voor jezelf moet je ook toegeven dat ieder gevoel totaal anders aanvoelt. Daarom moet het ook totaal verschillend kunnen hoorbaar zijn.

ER: Je kan gewoonweg geen geld verdienen met wat je niet goed vindt, met wat niet bij je leeft. Wat is commercieel? Ik denk dat je moet doen wat je heerlijk en eerlijk vindt. En het publiek weet je wel of niet te vinden, en dat publiek is groot of klein. Het jazzpubliek is nu eenmaal kleiner dan het populaire chanson, maar alles even waardevol.

MDV: Neem nu Beethoven. Hij maakte vele grote werken, maar ook dat hele eenvoudige melodietje dat zovele mensen kennen. Welke beginnende pianist wil nu niet “Für Elise” kunnen spelen?

ER: Eenvoud is een groot goed.  

MDV: Muziek moet je zelf maken, geen boemboem op de achtergrond

Eventjes de tijdcapsule in. Wat maakte De Film Van Ome Willem nu zo speciaal dat het ons zoveel jaren later nog bij is gebleven. De echte instrumenten natuurlijk. Dat bandje geitenbreiers achter de piano, contrabas, accordeon en de held die zelf achter het drumstel kroop.

ER: Alle respect voor Harry Bannink, de geweldige componist en pianist. Hij was de zogeheten Hoofd geitenbreier. En natuurlijk de schrijvers en vooral nooit kinderachtig zijn. Onderwerpen nemen waarmee kinderen en ouders zich kunnen identificeren.

MDV: Bij mij geldt hetzelfde naar Freddy Sunder, toen hij en nog een aantal mensen uit die periode aan zet waren werd er nog echte muziek gemaakt op T.V. Optredens werden prachtig ondersteund.

Für Elise werd Avec toi, Jacqueline, een ode aan een de mooiste van 4 dochters uit een stamcafé in Marijns buurt. Het liedje voor zijn eerste muze bracht hem naar het Festival van Gmunden.

Gmunden 1967 –  Sint Niklaas 2017

      

We worden even met beide mannen meegenomen in de tijd. 1967 was het, in het Oostenrijkse Gmunden. Frankrijk en Nederland eindigden gelijk, dus moesten terug de bühne op. Edwin Rutten trad als eerste op.

ER: Ik kreeg plots de ingeving dat ik dat liedje dat ik bij de voorronde in het Nederlands zong ook best wel in het Frans kon brengen bij de finale. En dat deed ik ook. Les grands musiciens. De Franse delegatie met Guy Mardel nam het besluit niet verder op te treden. Zowel de eerste prijs als de publieksprijs gingen naar Nederland. 

Eigenlijk grappig dat net het Frans voor internationale faam zorgde bij Edwin, daar waar het jaar erop het Frans meer en meer werd gemeden in Vlaanderen. Dit ten koste van de carrière van Marijn.

Lekker spontaan toch, die ingeving van Edwin? Maar hadden jullie dan nooit zenuwen?

MDV: Dat is natuurlijke gezonde spanning.

ER:  Ja, dat gevoel van “Ik wil niet”. Toen ik mijn eerste optreden in het Duits deed met een eigen verhaal bij een symfonieorkest dacht ik vlak voor de opkomst terwijl de openingsmuziek al speelde “Als ik nu eens gewoon zou flauwvallen, dan zeg ik daarna dat ik het zo goed kende”. Maar nee, dan ga je óp, en dan is het weer genieten om het te doen.

En hoe los je dat op?

ER: Repeteren en tekst goed kennen vermindert de zenuwen. Je moet je vak, je kunstje relativeren en tegen jezelf zeggen “Dit wil je toch?”. Alsje niet tegen bloed kan moet je geen dokter worden.

Dwars door de genres

Onze inmiddels herenigde ambachtsmannen gebruiken de taal van de muziek. Heel veel jazzy geluiden verlaten ons hoekje, al dan niet met wat ambachtelijk gedrum tegen de rand van de tafel. Ik distantieer me even en geniet van het zicht. Edwin begon zijn carrière eigenlijk als jazzmuzikant. Het nummer waarmee hij optrad in Gmunden was ook lekker jazzy. Dat was best wel gewaagd voor zo’n grote wedstrijd. Met zo’n nummer kan het alle richtingen uit, hoe hoogstaand het kwalitatief ook mag zijn. Jazz is en blijft de grote voorliefde van beiden en houdt hen tot op de dag van vandaag nog bezig. Vooral hun voorliefde voor authentieke muziekinstrumenten en kleine bezettingen wordt nogmaals geuit, terug met emotie als sleutel.

MDV: Ik wilde als eerste nummer dat ik op de markt zou brengen iets zingen dat raakte en dacht daarbij dat als het de moeders zou aan het huilen brengen, het meer dan geslaagd zou zijn.

Even wordt teruggegrepen naar wat er eerder over Beethoven werd verteld.

MDV: Mijn vader stief tijdens mijn prille jeugd en was amper 14 toen ik met deze compositie aan zet was. Op zo’n moment moet je dan ook niet aan komen zetten met een liefdesliedje. Men heeft het me nochtans voorgesteld. Mijn God, zoiets is strafbaar (lacht). Dus schreef ik “je n’ai plus mon papa”. Als je daarbij denkt aan het eenvoudige gitaarsolootje, weet je ook meteen dat het liedje mijn doel niet had gemist.

Maar wat het met authentieke binnen de musicalwereld. Want tenslotte zijn jullie daar beiden in beland Was dat een logische volgorde der dingen?

MDV: We hebben zelfs dezelfde rol gespeeld. We waren namelijk beiden Warbucks in de musical Annie!

Er wordt lustig verder gezongen en gejamd. Inmiddels is de restaurantruimte helemaal gevuld, maar bekruipt me het gevoel dat ik eigenlijk niemand heb merken binnenkomen. Heh, waarom heb ik dit nu niet op een filmpje opgenomen… Ik begin me lastig te voelen, maar beslis niet toe te geven aan ergernis, maar verder te genieten van dit unieke moment. Ik kruip dus terug mee in de jamcocon.

ER: Nee, dat meen je niet seg, Warbucks! Dat was mijn allereerste musicalrol! Ik had nog nooit gedanst. Alleen zingen of drummen op het toneel. “Muzikanten dansen niet”. Voor het eerst in mijn leven dansen. Hard aan gewerkt en…? Ik verheugde mij 198 keer het meeste op de dansjes met die kleine Annie’s!

MDV: Bij mij de laatste musical , ik was zelfs de enige Warbucks ooit met een snor. Ik was ook ooit nog Judas in “Jesus Christ, Superstar”. Het grappige was dat ik ook in de Duitse productie mee mocht spelen, maar daar mocht ik de rol van Jezus vertolken. Die producent belde op om letterlijk te zeggen dat onze Judas hun Jezus moest worden.

Ja Edwin, dat brengt ons eigenlijk bij wat je de laatste jaren doet en hoe je eigenlijk bij Klassiek Centraal terechtkwam. Je voorliefde om klassiek aan te brengen bij Kinderen en andere volwassenen.

ER: Ja, eigenlijk begon het voor mij door mijn vader allemaal bij Strawinsky en Kurt Weill en mijn moeder met Ella Fitzgerald. Ik was 9 jaar.  In 2016 wilde ik de Mattheus Passie bij de kop nemen. Ik had  behoorlijk wat vragen op te lossen bij het brengen van “mijn” Mattheüspassie. Ik nam een cd op en deed een succesvolle concert tour in Nederland, die ik volgend jaar naar de Vlaamse zalen hoop te brengen.

Marijn, eigenlijk ligt voor jou heden en verleden toch ook niet zover van mekaar.

MDV: Inderdaad, ik kwam eigenlijk in contact met het chanson via mijn moeder. Zij wilde dat ik meekwam naar een concert van Gilbert Bécaud. Eigenlijk ging ik gewoon mee om haar gezelschap te houden. Wat ik daar zag, zou mijn hele toekomst gaan bepalen. Zelf heb ik trouwens nog een productie rond Bécaud, Art Bécaud. En nu dan natuurlijk “Compagnons de la Chanson” , samen met Liliane Sint-Pierre.

Cherchez la femme chantante et dansante

ER: Ik heb bijzonder veel steun aan mijn echtgenote, Annett Andriesen die ik steeds mijn wijze Erda (Nibelungen) noem. Als ik mij soms opwind over iets zegt zij “Nicht ärgern, nur wundern”.

Ze zingt nog steeds en is te zien en te horen in april en mei bij De Nationale Opera in Amsterdam in “A Dog’s Heart” van AlexanderRaskatov in de regie van Simon Mcburney

Wat mij betreft een van de beste operaproducties die ik in jaren gezien heb. En Annett is directeur van het Internationaal VocalistenConcours in ’s Hertogenbosch. Maar bovenal mijn grote liefde.

MDV: Mijn vouw was danseres bij het Ballet van Vlaanderen. Cultuur leeft bij ons.

ER: Interesse in elkaar geeft het leven reliëf.

Wat zouden jullie nu nog gaan doen indien er geen muziek meer zou mogelijk zijn?

MDV: Met een caravan de bossen in!

Ernstig?

MDV: Of gewoon wat anders! Dat was de eerste gedachte die door mijn hoofd ging nadat door een ongeluk mijn stembanden over waren.

ER: Drie maal L : Lezen, luisteren en liefhebben.

En zo brengt het begin van het interview ons dankzij de werkelijkheid naar het einde. Zoveel gezellig gezang bij ons aan tafel. Mooi, puur en uit het hart. Maar uiteindelijk wordt Marijn herkend als zijnde Boma. Heel hartelijk gaat hij op de foto en deelt handtekeningen uit. Daarop zegt hij “maar weten jullie wel wie dit is?” … Neuriet even Deze duim op deze duim. “Ohja! Dat is van dat broodje poep”.

Zou het nu niet mooi zijn dat deze jonge mensen zo erg geraakt werden door deze dag dat ze naar een Chanson-opvoering gaan kijken  van Marijn Devalck of naar de platenboer snellen om de Mattheüspassie van Edwin Rutten?


  • WAT: Van Bach tot Bebop A Lula
  • WIE: Edwin Rutten en Marijn Devalck
  • WANNEER: 6 april 2017
  • WAAR: Sint-Niklaas
  • Foto’s: ©Klassiek Centraal, m.t.