***** Het label Ricercar publiceert een nieuwe box (boek + 8 cd’s) “L’Europe musicale de la Renaissance”. De set wordt gepubliceerd in samenwerking met het Château d’Ecouen (Nationaal Museum van de Renaissance) dat een  tentoonstelling organiseert over Renaissance muziek. Uitgave en tentoonstelling zijn prachtig!

Eerst iets over het kasteel. In 1962 kwam het kasteel van Anne de Montmorency (1493-1567), Opperbevelhebber van Frankrijk en Maarschalk (connétable) van Frankrijk, ontworpen door Jean Bullant, in handen van  het Franse ministerie van Cultuur. De toenmalige legendarische minister van cultuur Andre Malraux was  op zoek naar een locatie om de nationale collecties van de Renaissance tentoon te stellen.  De meeste lagen nl. opgeslagen in het Hôtel de Cluny wegens  gebrek aan ruimte. Malraux zocht een groot gebouw om bvb. de wandtapijten van David en Bathseba die 75 meter lang zijn te kunnen exposeren. Het kasteel van Ecouen was op dat moment het enig beschikbaar erfgoed waar men met die wandtapijten terecht kon. Daarom werd het kasteel gekozen als het Nationaal Museum van de Renaissance. Bovendien was de architectuur, waardig aan deze van de kastelen van de Loire, een bijzonder sterk symbool van de Renaissance kunst. Na uitgebreide werkzaamheden opende het museum zijn deuren in 1977.

Nationaal Museum van de Renaissance

Het museum is het enige museum in Frankrijk dat gewijd is aan die periode. De tweeëndertig zalen tonen een uitzonderlijke collectie sieraden (uit de nalatenschap van barones Salomon de Rothschild, 1922), Ottomaans keramiek (Iznik), geschilderd email uit Limoges, de verzameling van wapens van Edward Beaumont, terracotta van de  keramist en faïencier Masséot Abaquesne (1500-1564) en alle keramische stukken uit het atelier van de Franse pottenbakker en pionier van keramiek- en glazuurtechnieken Bernard Palissy (1510-1590), gevonden tijdens opgravingen in het Louvre. Het bekendste van de collectie blijft de reeks van tien wandtapijten gewijd aan het verhaal van David en Batseba. Geweven in Brussel in de jaren 1515-1520 zouden zij deel hebben uitgemaakt hebben van de collectie van koning Hendrik VIII van Engeland. Men kan ook genieten van twee wandtapijten uit 1545-1546 naar cartoons van Giulio Romano. Ze behoren tot de serie van acht wandtapijten “Fructus Belli”, geweven in opdracht van condottiero  Ferrante Gonzaga (1507-1557) .

Bijzondere tentoonstelling

De originele tentoonstelling en magnifieke uitgave die de muziek van dat tijdperk opnieuw haar prominente, culturele en sociale plaats wil geven, bereiken alle soorten publiek, ingewijd of niet. Muziek stond centraal in de Renaissance. Of het nu religieus of profaan was, beoefend tijdens ceremonies of  privé. Tegen de late vijftiende eeuw heeft deze kunst grote veranderingen ondergaan: de opkomst van de instrumentale praktijk, professionele musici reizen kriskras door Europa van hof tot hof, en natuurlijk een ruimere verspreiding van werken via gedrukte partituren. En dit gaat niet aan de aanzienlijke regionale verschillen voorbij. Protestantisme voorziet ook in een nieuwe relatie met muziek en bevordert amateurpraktijk. De Renaissance ziet de opkomst van  grote componisten: Josquin des Pres, Palestrina en Tallis, Monteverdi of de oorsprong van de opera. En verder vermaak. Muziek, essentieel voor een goede opleiding, begeleidt het leven van de prinsen in hun manier van regeren. Deze bijzondere tentoonstelling wordt georganiseerd door het Nationaal Museum van de renaissance kasteel Ecouen en de RMN-Grand paleis, in samenwerking met het Nationaal Museum van het Kasteel van Pau.

Muziek van de zestiende eeuw

Met de box vervolgt de Luikse musicoloog en gambaspeler Jérôme Lejeune (°1952) de uitgave van zijn verzameling hoofdstukken van de geschiedenis van de muziek. In navolging van de box gewijd aan de Vlaamse Polyfonie (RIC 102), verkent dit boek de muziek van de zestiende eeuw, van Josquin Desprez tot  Lassus. Na alle trends die zich in de Middeleeuwen hadden ontwikkeld, leek de renaissance muziek een eerste stap in de richting van Europese integratie. Het stilistisch model van  Josquin Desprez werd op alle gebied nagevolgd door alle componisten in alle Europese landen: de mis, het motet en alle opkomende genres van zang en zelfs instrumentale muziek die groeiden aan het  begin van de 16de eeuw. De keuze van muziek laat u de belangrijkste componisten van de zestiende eeuw in  Frankrijk, Italië, Duitsland, Engeland, Spanje en de Nederlanden ontdekken.

Tussen bijna acht eeuwen middeleeuwse muziek en barokmuziek, was de muziek van de Renaissance nooit eerder onderwerp van een grote tentoonstelling. Door deze tentoonstelling en met deze uitgave is dat nu anders. Kinderstemmen speelden bvb.  een belangrijke rol in de katholieke kerkdienst. Zij zongen de hoge stemmen naast mannen die de lage stem zongen. Vrouwen, weliswaar uitgesloten van koren in de kerk,  beoefenden daarom niet minder de praktijk der muzikale kunst. Ze lieten zich o.a. gelden tijdens feesten aan het Hof.  Populair in aristocratische en burgerlijke kringen waren het spinet, gamba  of luit, gespeeld in de privacy van de huiselijke sfeer. Van daaruit komt het concept van kamermuziek: de gezellige sfeer van het interieur paste perfect bij de resonanties van de  instrumenten.

Aan het einde van de vijftiende eeuw onderging de muziek grote veranderingen: de ontwikkeling van de instrumentale praktijk, formele en technische ontwikkeling van instrumenten, professionele musici aan Europese Hoven en bredere verspreiding van werken via gedrukte partituren. Hervormde gedachten creëerden een nieuwe relatie tot de muziek, gaven haar diepgang en bevorderden amateurpraktijk. De zestiende eeuw zag de opkomst van componisten als Josquin des Pres, Vittoria, Lassus, Claude Goudimel, Claudin de Sermisy, de luitspeler Albert de Rippe, Jacques Arcadelt of Tallis. Reflecties leiden tot de geboorte van de opera. In die zin kan Monteverdi’s Orfeo worden beschouwd als het hoogtepunt van de Renaissance en het eerste meesterwerk van de barok. Naast verstrooiing was muziek essentieel voor een goede opleiding zoals gespecificeerd door Baldassare Castiglione in “Het Boek van de Hoveling” (1528). Bezoekers ontdekken de muziekinstrumenten en het repertoire, de materiële voorwaarden van de praktijk en de symbolische en politieke maatschappelijke rol aan de hand van een honderdtal werken, waaronder instrumenten, bladmuziek en verdragen, alsmede tafels, prenten, tekeningen en kunstwerken. Het parcours richt zich op vier belangrijke thematische gebieden om de bezoeker zich te laten onderdompelen in de religieuze muziek, tradities en veranderingen, wereldlijke muziek en de opkomst van de instrumentale praktijk, de terugkeer  naar de antieke Oudheid en de pracht van dansen en feesten aan het Hof.

Dialoog met de vaste collectie

De tentoonstelling laat de dialoog toe met de vaste collectie in een zestiende eeuws kader, volledig in de sfeer van de Renaissance. Daardoor  komt de centrale rol van muziek in de cultuur van de Renaissance, in het bijzonder in de koninklijke en prinselijke paleizen, bijzonder goed tot uiting. De tentoonstelling omvat 97 werken verdeeld in vier secties gerangschikt in de zuidvleugel van het kasteel en de kapel op het gelijkvloers en de gehele eerste verdieping. Religieuze muziek (Kapel en appartement van de Connétable), Wereldlijke muziek (appartement van de Connétable en antichambre van Madeleine de Savoie, zijn echtgenote ), Muziek en terugkeer naar de oudheid ( kamer van Madeleine de Savoie ) en Muziek, pracht en “divertissement” ( in de zaal met de open haard (de salle de la cheminée d’Abigail) ).