Ruim 20 jaar dansen ze samen, heel veel samen: Aki Saito en Wim Vanlessen. Talloze keren in een rijkgevulde loopbaan als balletdansers, dansten ze de mooiste rollen samen en ook apart.

Principals Aki Saito en Wim Vanlessen ontvangen Leopoldsorde van minister Sven Gatz

Ballet Vlaanderen, destijds toen ze begonnen heette het enige professionele balletensemble dat ons land arm en toch rijk is, Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Het ensemble opgericht door Jeanne Brabants zaliger.

Tijdens de legislatuur van Joke Schauvliege als minister van cultuur was het huilen met de pet op in cultuurland. Haar houding tegenover ons gelauwerde ballet en choreografe Kathryn Bennetts was beschamend, vernederend, beledigend. Ik kan haar en zal haar wangedrag terzake nooit (!) vergeten noch vergeven. Ministers blijven niet eeuwig – de Schone Kunsten wel, en soms komt er eens een minister op post die zich wél wil vergewissen van de toestand en interesse betoont. Zo kwam en zag huidig minister van cultuur, Sven Gatz, dat het Ballet Vlaanderen geen speeltuin is waar men onverantwoord met geld van de gemeenschap gooit en er verder maar wat op los danst. De aanwezigen op de huldiging van het danspaar, konden zien dat de minister op zijn minst positief verrast was.

Aki Saito leert Nederlands, maar uit veiligheid sprak ze een dankwoord uit in het Engels. Ze bond de woorden aan elkaar als ware het een vreugdetafereel van een of ander feestelijk ballet. Het applaus loog er niet om. Wim Vanlessen speelde op veilig en las een zeer menselijk mooie tekst, een tekst vol Dankbaarheid, voor aan zijn ouders, de scholing, de collega’s én de oprichtster van ensemble. Mooi haar in herinnering te brengen. Ze zal wel toegekeken hebben vanuit de ballethemel. De tekst was ook een teken van absolute trouw, trouw aan de waarden van het ballet, trouw aan de compagnie. Ook hij oogstte een daverend applaus, een applaus dat net voor de dankwoorden van de gelauwerden nog feller en langduriger was toen minister Gatz hen de medailles van Ridder in de Leopoldsorde overhandigde. De minister hield zich bescheiden – en dat siert hem – en zei dat hij hier een ceremoniemeester was en eigenlijk niet meer dan dat, ook als is hij dan minister die beleid moet voeren, beslissingen moet nemen enzomeer.

Een vriendelijk en warmhartig dankwoord ook bracht choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui. Hij hield zich duidelijk op het achterplan en gunde de volle eer en glorie aan beide dansers. Wel duidde hij op het grote belang van de riddering die hij zeer terecht, niet alleen zag als een verdiende eer voor beide dansers, maar ook als erkenning aan het Ballet Vlaanderen voor alles waar dit ensemble door de jaren heen voor stond.

Ik kan me alleen maar aan het terechte lof aansluiten en wel degelijk beamen dat de symbolische kracht van deze koninklijke eer aan beide dansers veel meer betekent dan het 20 jaar samen dansen. De beide eretekens zijn de eretekens voor al die mensen die zich in zeer goede en soms zeer angstige en zorgwekkende tijden zijn blijven inzetten, soms tegen beter weten in, om het ensemble in leven te houden en altijd weer op het podium te laten schitteren. Van Klassiek Centraal was er in het verleden al meermaals erkenning met Gouden Labels, maar de erkenning die er nu geschonken is, is van een waarde die moet verzilverd worden. Laten we hopen dat dit feestelijk gebeuren een inspiratie geeft naar de huidige en komende generaties mensen die het Ballet Vlaanderen nu en in de toekomst blijvend mogen laten stralen.