Het Centre de Musique Romantique Française in Venetië is een Franse culturele instelling met een onderzoekscentrum en een concertzaal. Dit prestigieus centrum, opgericht in 2009, is gevestigd in het Palazzetto Bru Zane, voorheen Palazzetto Zane.

Het is een paleis uit 1682 van Baldassare Longhena en Antonio Gaspari, architecten van o.m. de magistrale Basilica di Santa Maria della Salute in Venetië. Hoewel gevestigd in Venetië, organiseert het centrum regelmatig concerten in Parijs en elders in Frankrijk. In 2013 vond het Festival Palazzetto Bru Zane bv. plaats in het Théâtre des Bouffes du Nord in Parijs.

Gerestaureerd tot muziekcentrum

In 2006 kwam het Venetiaans prachtig palazzo, eertijds in het bezit van de familie Habsburg, in handen van de Fondation Bru die de restauratie financierde. Het werd geklasseerd en nog in datzelfde jaar werd samen met de administratie voor Schone Kunsten van Venetië, een historisch onderzoek uitgevoerd. Het er op volgende jaar startte een uitgebreid restauratieproject dat het herstel van het gebouw en van de fresco’s toegeschreven aan Sebastiano Ricci inhield. Een geluidsdichte repetitieruimte werd voorzien en er kwam een concertzaal met een honderdtal zitplaatsen en zo werd het palazzo een muziektempel.

Bijzondere publicaties

Het doel van het Palazzetto Bru Zane/ Centre de Musique Romantique Française is de herontdekking van het Frans muzikaal erfgoed uit de periode 1780-1920. Door publicaties van rijk geïllustreerde boeken, telkens met 2 tot 3 cd’s, brengt men het rijk, Frans romantisch repertoire in contact met een breed publiek.

Die magnifieke boeken + cd’s worden uitgegeven door het label Ediciones Singulares/Glossa. Het zijn heel mooie uitgaven die samenvattingen bevatten van hun wetenschappelijk onderzoek met analyses en biografieën. De teksten hebben niet alleen betrekking tot het gebied van musicologie, maar bespreken ook telkens aanverwante disciplines zoals literatuur en kunstgeschiedenis. Tegelijkertijd maakt de publicatie van partituren, waarvan het merendeel niet eerder in druk verscheen, het mogelijk om steeds een gevarieerde selectie van onbekende muziek te concerteren. Hun langdurig registratiebeleid rond de kwaliteitsvolle, artistieke projecten laat almaar meer mensen toe dit schitterend repertoire te leren kennen.

Pallazetto Bru Zane, Concertzaal, Venetië – © Michelle Crosera

Musicologisch onderzoek

De schitterende opnamen zijn het resultaat van hoogstaand onderzoekswerk van knappe musicologen. Dat onderzoek resulteert onder meer in het digitaliseren en catalogiseren van waardevolle collecties. De organisatie van die conferenties gebeurt in samenwerking met het Centro Studi Opera Omnia Luigi Boccherini, de Bibliothèque Nationale de France, het Nationaal Theater van de Opéra-comique, het Conservatorium van muziek en dans van Parijs en het Centre national de la recherche scientifique. Ook catalogiseert en digitaliseert men de publieke en particuliere archieven van het muziekfonds van de Villa Medici, boekjes over en met oorspronkelijke ensceneringen uit de historische bibliotheek van Parijs, de Pleyel, Érard en Gaveau archieven van de Cité de la Musique in Parijs en particuliere archieven gelieerd aan de belangrijke violist Pierre de Sales Baillot (1771-1842). Hij was een leerling van Viotti en auteur van L’Art du violon (1835). De beschikbaarheid van digitale bronnen over Franse romantische muziek gebeurt via een digitale database.

Cycli rond thema’s

Tussen 2009 en 2015 organiseerde men in het palazetto diverse interessante cycli met themaconferenties, – publicaties en -concerten. Men had het reeds over Les sources du romantisme Français, le piano romantique, Luigi Cherubini et les premiers romantiques, Du Second Empire à la Troisième République, Virtuosités, Théodore Dubois et l’art officiel, Antiquité mythologie et romantisme, Théodore Gouvy entre France et Allemagne, Charles-Valentin Alkan, le piano visionnaire, Félicien David de Paris au Caire, Romantisme entre guerre et paix, George Onslow, un autre Beethoven?, Édouard Lalo entre folklore et wagnérisme en over ‘Benjamin Godard (1849-1895) dans les salons Parisiens’. Buitengewoon interessant, essentieel en uniek!

3 series boeken + cd’s : Franse opera, Prijs van Rome en portretten

Bru Zane/Editiones Singurales publiceert 3 series. De series gaan over Franse opera’s, componisten die de Prix de Rome wonnen en “Portraits”. Elk van de volumes in de serie “Portraits” is gewijd aan een Franse componist wiens werk in de loop der tijden in de vergetelheid is geraakt. De teksten, telkens zowel in het Frans als in het Engels, worden aangevuld door een tot nu toe ongepubliceerde iconografie. Tot nu verschenen in die reeks 3 vergeten, Franse componisten Théodore Gouvy, Théodore Dubois en de pianiste en pedagoge Marie Jaëll.

De reeks over vergeten opera’s

In de reeks “Opéra Français” verschenen tot nu toe 10 volumes : “Herculanum” van Félicien David, “Les Danaides” van Salieri, “Les Barbares” van Camille Saint-Saëns, “Dimitri” (naar Schiller over de Russische, valse Dimitri) van Victorien de Joncières, “Les Bayadères” van Charles-Simon Catel, “Le Mage” en “Thérèse” van Massenet, “Renaud” van Sacchini, “La mort d’Abel” van Rodolphe Kreutzer en “Amadis de Gaule” van Johann Christian Bach. In het bijhorend boek over Catel bv. beschrijft Gérard Condé zijn œuvre, heeft Didier Talpain het over « Les Bayadères ou l’exotisme entre classicisme et romantisme”, volgt er een tekst van François-Joseph Fétis, “Catel vu par un contemporain” en schrijft José Pons, “Caroline Branchu à son zénith”. De half zwarte Thimoléone-Rose-Caroline Chevalier Lavit, bekend als Alexandrine-Caroline Branchu (1780-1850), was nl. een Franse sopraan geboren in Cap-Français op Saint-Domingue, het huidige Haiti. Zij was in het eerste kwart van de 19de eeuw, bv. als Julie in Gaspare Spontini’s “La Vestale” (1807), dé absolute diva van de Parijs Opéra.

Oriëntalistische diva

Als bewonderaar van Mozart en muzikaal hervormer van het Conservatorium van Parijs componeerde Charles-Simon Catel in 1810 een lyrisch meesterwerk dat met succes concurreerde met “La Vestale” van Spontini. Getint met oriëntalisme, draaide deze opera de bladzijde om van het classicisme en bevatte de opera een nieuwe klank en nieuwe dramatische constructies. Het karakter van het personage Laméa introduceerde het concept van de “ster” door deze heldin een meesterlijke rol toe te vertrouwen, midden een theatrale actie vol verrassende wendingen. Het werk werd verwelkomd door de jonge Berlioz in het Parijs van de jaren 1820.

Gouvy

Ter afsluiting van een thematische cyclus gewijd aan Théodore Gouvy in 2013 was dit portret van Gouvy een aanvulling op de reeds beschikbare discografie met zijn symfonieën, diverse cantaten, waaronder “Œdipe en Electre”, zijn Requiem en zijn Stabat Mater. Zijn Strijkkwartet in la klein op. 56 nr. 2 en zijn Strijkkwartet nr. 5 in do klein op. 68 tonen Gouvy op het hoogtepunt van zijn capaciteiten als componist van kamermuziek. Zijn serenades voor piano onthullen een elegant eerbetoon aan Mendelssohn. De drie ouvertures, “Jeanne d’Arc”, “Le Giaour” (naar het gedicht van Lord Byron over niet-moslims (Giaour of Gawur is Turks voor ongelovige) in Griekenland ten tijde van de Ottomanen) en “Le Festival”, laten hem als componist van narratieve, beschrijvende muziek horen. “Le Giaours” is ook een schilderij van Ary Scheffer in het Musée de la Vie romantique in Parijs en van Delacroix in het Art Institute of Chicago. Gouvy’s Sinfonietta is een voorbeeld van zijn verering van de muziek geërfd van het Weens classicisme. Beroemd gemaakt door de zangeres Pauline Viardot, was “La Religieuse” een voorbeeld van een dramatische cantate.

Topuitvoerders

De Fantaisie pastorale voor viool en orkest was Gouvy’s enige concertante compositie. De uitvoerders zijn hier het Orchestre philharmonique royal de Liège o.l.v. Christian Arming, de Albanese violist Tedi Papavrami (leerling van Zino Francescatti! en van Viktoria Mullova), mezzo Clémentine Margaine, pianiste Emmanuelle Swiercz (leerlinge van o.a. Michel Béroff, Leon Fleisher! en Murray Perahia), het Orchestre national de Lorraine o.l.v. Jacques Mercier en het Quatuor Cambini-Paris, het Trio Arcadis en het Quatuor Parisii. Allen topuitvoerders.

Reeks Prix de Rome

Bij de heropleving van Franse Romantische muziek, schenkt het Palazzetto Bru Zane ook bijzondere aandacht aan de cantaten destijds gecomponeerd om de Prix de Rome te behalen en aan muziek gecomponeerd in de Villa Medici. In die reeks verschenen tot nu toe Debussy, Saint-Saëns, Chabrier, Max d’Ollone en Paul Dukas. Hervé Niquet, het Brussels Philharmonic en ons Vlaams Radio Koor zijn hier de uitvoerders. Magnifiek.

Max d’Ollone

Wie kent vandaag nog Max d’Ollone (1875-1959 uit Besançon? Als student van Massenet en tijdgenoot van Richard Strauss, wijdde hij zich aan opera en had hij een sensuele en diep romantische relatie met vocale muziek. De wedstrijd “Prijs van Rome” was voor hem dé gelegenheid om verschillende keren dramatische cantaten te componeren waarin koor en orkest het grandioze afwisselden met verfijning. Naast het genoemd koor en orkest en de dirigent zingen op deze opname de sopranen Chantal Santon, Virginie Pochon en Gabrielle Philiponet, de mezzo’s Jennifer Borghi, Marie Kalinine en Noëlle Schepens, Frédéric Antoun, de tenoren Julien Dran en Mathias Vidal, de bariton Andrew Foster-Williams en de bassen Jean Teitgen en Joris Derder.

Onbekende cantaten van d’Ollone

Op cd 1 is d’Ollone’s cantate “Frédégonde” opgenomen (concours pour le prix de Rome, premier grand prix, Paris, 1897), “Sous-bois” (concours d’essai pour le prix de Rome, Paris, 1897) op tekst van Philippe Gille (librettist van “Lakmé” van Delibes en van Massenets “Manon”), “L’été” voor koor en orkest (concours d’essai pour le prix de Rome, Paris, 1894) op tekst van Victor Hugo, “Mélusine” (concours pour le prix de Rome, non récompensé, Paris, 1896) en “Pendant la tempête” (concours d’essai pour le prix de Rome, Paris, 1896) op tekst van Théophile Gautier. Op de 2de cd ontdekt u de cantate “Clarisse Harlowe”, (concours pour le prix de Rome, deuxième prix, Paris, 1895) op tekst van Edouard Noël naar “Clarissa, or, the History of a Young Lady” van Samuel Richardson, “Les Villes maudites” (concours d’essai pour le prix de Rome, Paris, 1895) op tekst van Racine en “Sposalizio”, de orkestratie van de pianocompositie van Liszt uit zijn Années de Pèlerinage (Deuxième Année, Italie, 1939). Liszt liet zich inspireren door het schilderij Lo Sposalizio della Vergine uit 1504 van Rafaël in de Franciscaanse kerk San Francesco in Città di Castello. Het meesterwerk over het huwelijk van Maria en Jozef bevindt zich nu in de Pinacoteca di Brera in Milaan.

Gustave Charpentier

Bij het boek + 2 cd’s “Gustave Charpentier et le prix de Rome” (volume 3) rond de getalenteerde bakkerszoon Gustave Charpentier (1860-1956), verlenen naast het Vlaams Radio Koor, het Brussels Philharmonic en de koninklijke, symfonische Kapel van de Belgische Gidsen, het geheel o.l.v. Hervé Niquet, de sopranen Manon Feubel en Sabine Devieilhe, de alt Helena Bohuszewicz, de tenoren Julien Dran en Bernard Richter en de baritons Marc Barrard en Alain Buet, hun medewerking. Hier gaat het nu eens niet over zijn veristische opera/roman musical “Louise”, maar ontdekt U zijn “Impressions d’Italie”, zijn “Symphonie pittoresque” (envoi de Rome, 1889), de cantate “Didon”(concours pour le prix de Rome, premier grand prix, Paris, 1887) en “La Vie du poète”, Symphonie-drame en trois actes et quatre tableaux pour voix solistes, chœur et orchestre (envoi de Rome, 1888).

Magistrale uitgaven

De uitgaven hebben een uitzonderlijke musicologische waarde. De auteurs van de teksten zijn specialisten en hun teksten worden omkaderd met brieffragmenten van de respectievelijke componisten. De boeken schetsen een heel tijdskader en geven een uitvoerig beeld van het leven en werk van die componisten. De opnamen zijn geluidstechnisch perfect, de uitvoerders zijn uitmuntend en de gekozen composities zijn alle (her)ontdekkingen die nooit nog van het repertoire mogen verdwijnen. Dit is prachtige muziek, dit zijn magistrale uitgaven!