De muziekwereld brengt gelijkgezinde mensen op een schitterende manier met elkaar in contact. Verschillende festivals en concerten in het Verenigd Koninkrijk brachten het Albion Quartet samen. Door vriendschap aan elkaar gesmeed, kwamen de kwartetleden tot de vaststelling dat de dynamiek tussen hen werkte. Nu staat Brussel op het punt om de Albions voor de allereerste keer te omarmen en het viertal is helemaal klaar om het publiek een wederdienst te bewijzen. “De muziek van Dvořák is als een stevige knuffel!”  

Als een ervaren nieuwkomer op de internationale strijkkwartetscène zal het Britse Albion Quartet een concert geven in het kader van het MuCH-muziekseizoen van de Muziekkapel Koningin Elisabeth. MuCH staat voor intieme concerten in de Studio Haas-Teichen, met een publiek dat dicht bij de muzikanten aanschuift en tegelijk over het Zoniënwoud uitkijkt. Het seizoen biedt het grote publiek de mogelijkheid om zich onder te dompelen tot in de kern van de Kapel als muzikaal laboratorium en presenteert daarbij artiesten in residentie, gastmuzikanten en opkomende sterren.

Eén van deze artiesten in residentie op dit moment is Rosalind Ventris, de altiste van het Albion Quartet. Volgende week, op woensdag 24 januari, zal dit ensemble een 100% Dvořák programma brengen, daarbij gedeeltelijk bijgestaan door Master in Residence Miguel da Silva. “We zijn allen bijzonder enthousiast om met zo’n groots muzikant en één van onze strijkkwartethelden samen te werken. Zoals het beslechten van een tennismatch aan de zijde van een ervaren speler, zorgen gelegenheden als deze ervoor dat we ons spel echt op een hoger niveau kunnen tillen. Door met Miguel samen te werken, kunnen we zo veel leren. Hij heeft een uitgebreide ervaring met dit repertoire en het strijkkwartetgenre.”

Het is een repertoire waarmee de Albions een specifieke affiniteit aan het opbouwen zijn. Het kwartet focust in de nabije toekomst op Tsjechische kamermuziek en zal later dit jaar voor het label Signum Records vier van Dvořáks veertien strijkkwartetten opnemen. Voor het programma van volgende week viel de keuze van het ensemble op twee van diens meest geliefde werken, beide kort na elkaar geschreven tijdens het succesvolle driejarige verblijf van de componist in de VS: het vreugdevolle “Amerikaanse” kwartet (opus 96) en het magnifieke derde strijkkwintet (opus 97), dat soms met dezelfde bijnaam wordt aangeduid. “De kamermuziek van Dvořák behoort tot het beste dat er ooit geschreven is. Recentelijk zijn we geïnteresseerd geraakt in historische opnamen van diens werk. Deze opnamen verkennen, biedt een opwindende nieuwe benadering van zijn muziek tijdens repetities. Zijn muziek kan fris, opbeurend en hartelijk zijn en is rijk aan mooie melodieën. Hij heeft een elan en levensvreugde waar we in deze getroebleerde wereld allemaal bij gebaat zijn. Het is als een stevige muzikale knuffel!”

Een voor de hand liggende eerste vraag met het oog op jullie concert in Brussel: waarom moet het publiek op 24 januari naar het Albion Quartet komen luisteren?

Albions: Waarom moet iemand naar eender welk liveconcert gaan? De opwinding om muziek live te horen is als geen ander! Oprecht hopen we om mensen een levensverbeterende ervaring te bieden waarbij ze zichzelf in de muziek en in het moment kunnen verliezen. Wat we zullen creëren, kan niet meer nagespeeld worden. Als kwartet streven we naar integriteit. In dit geval hebben we ons in Dvořáks oeuvre ondergedompeld en werken we samen met Miguel, één van de grootste chambristen van onze tijd.

Elk van jullie is al vele jaren in kamermuziek actief, maar als een ensemble is het Albion Quartet nog zeer jong. Tegelijkertijd, en niettegenstaande het voortdurend in ontwikkeling is, heeft het geluid van een strijkkwartet tijd nodig om te rijpen. En dus lijkt het mij dat bij het vormen van een nieuw kwartet je harder moet werken als andere, meer gevestigde kwartetten …

Albions: We werken inderdaad hard om ons repertoire op te bouwen. Dit is een uitdaging. Maar bekijken we het positief, dan stellen we vast dat we allemaal al behoorlijk wat kamermuziekervaring hebben. In vele gevallen hebben we al in vorige ensembles aan ons kwartetrepertoire gewerkt of hebben we al veel kamermuziek gespeeld van de componist waar we als kwartet aan werken. We hebben ook een duidelijk idee over waarom we samenspelen en wat we als groep willen bereiken. Onze gemeenschappelijke visie bestaat erin de muzikale ideeën van de componist tot leven te brengen. Dit betekent vele uren repeteren, ideeën bediscussiëren en nieuwe werkvormen uitproberen, maar tegelijk ook spontaan zijn tijdens een concert. De werkuren staan ons toe die flexibiliteit en dat vertrouwen ook op het podium uit te stralen.

Wat zijn de belangrijkste kwaliteiten waarover een strijkkwartet moet beschikken?

Albions: Enkele woorden komen daarbij meteen in ons op. Nederigheid. Focus, bij de intonatie bijvoorbeeld. We zijn voortdurend bezig om intonatie en timbre bij te schaven en te verkennen. Verder ook nog ruimdenkendheid en, natuurlijk, luisterbereidheid – op eenzelfde manier als waarop een schilder kijkt.

Als strijkkwartet probeer je met één stem te spreken, maar wil ieder lid ook zijn onafhankelijkheid behouden en zijn medespelers uitdagen. Hoe werkt deze moeilijke spagaat in de praktijk?    

Albions: Het bekijken en beluisteren van een vierzijdige dialoog is volgens ons een van de unieke kwaliteiten van het kwartetspel. Als er één stem in het kapittel ontbreekt, gaat ook de magie verloren. Het is onze taak om onder elkaar een perfecte balans te vinden en daarbij uiterst zorgvuldig naar onze drie medespelers te luisteren en ons volume aan te passen. Soms vraagt de componist ons om onafhankelijk te spelen, als een solist, en de anderen op sleeptouw te nemen. Maar in een volgende frase kan het zijn dat we onze individualiteit moeten afschudden en er voor zorgen om onze partij in het geheel te integreren om een nieuwe kleur te maken.

Geen van deze nuances zal door het publiek opgemerkt worden als één van de vier musici nalaat om zijn duit in het zakje te doen. Als lid van een kwartet kom je reeds heel vroeg te weten dat op het podium alleen een gezamenlijke visie telt. Doe je dat niet, dan blijf je achter met muzikale nonsens: een luid kabaal van onverstaanbare woorden …

Aansluitend hierbij vertelde een violist me ooit dat muzikanten in een strijkkwartet zich op de eerste plaats moeten concentreren op wat er zogezegd ‘in het midden’ gebeurt, in plaats van zich op de eigen partij te focussen. Zeker tijdens concerten lijkt het ook mij dat individualiteit aan een samenhangend geluid ondergeschikt is, terwijl dit tijdens repetities omgekeerd kan zijn. Hoe denkt het kwartet hierover?    

Albions: We gaan akkoord. We repeteren vaak in kruisformatie – en dit in tegenstelling tot de traditionele concertopstelling – en spreken daarbij over het scheppen van een geluid letterlijk in het midden van de formatie. We proberen altijd oor te hebben voor het alomvattende geluid. Tijdens concerten komt daar een publiek bij, wat voor extra magie zorgt. Het werkt in twee richtingen: wij laven ons aan haar energie en zij aan de onze.

Een hoogstpersoonlijke vraag om af te ronden: welk strijkkwartet in het repertoire is het meest aandoenlijk? Uiteraard zijn tranen van vreugde ook mogelijk …

Albions: We hebben allemaal een zwak voor de trage beweging (Adagio ma non troppo) van Beethovens “Harp” kwartet (opus 74). We voelden allen iets bijzonder speciaal op het podium wanneer we dit stuk voor de eerste keer speelden, op het einde van een festival in Frankrijk waar we in residentie waren, het Sainte-Mère Festival. Maar het ganse strijkkwartetrepertoire is omwille van haar rijke klankwereld iets dat je steeds opnieuw wil verkennen. Wanneer je je laaft aan de taal van eender welke grote componist, wil je steeds meer.