Op vrijdag 20 maart stond Mariss Jansons een laatste keer als chef-dirigent voor het Concertgebouworkest van Amsterdam. Elf seizoenen heeft hij de functie met veel engagement op zich genomen en dit concert was dan ook behalve een kwalitatief unieke belevenis vooral een afscheid met veel sfeer.

Op vrijdag 20 maart stond Mariss Jansons een laatste keer als chef-dirigent voor het Concertgebouworkest van Amsterdam. Elf seizoenen heeft hij de functie met veel engagement op zich genomen en dit concert was dan ook behalve een kwalitatief unieke belevenis vooral een afscheid met veel sfeer.

Het programma bestond uit liederen van Gustav Mahler, Aaron Copland en Luciano Berio, een voor de gelegenheid geschreven orkestwerk van Martijn Padding, Ick seg adieu – met humoristische toets – en het Concert voor orkest van Béla Bartók. Beslist geen populaire of gemakkelijke keuze en orkest en dirigent hadden dan ook de kans hun muzikale kwaliteit te demonstreren.

Voor de liederen was Thomas Hampson uitgenodigd: niet alleen een uitstekend zanger, maar ook een charismatische persoonlijkheid en intieme vriend van de dirigent. We konden genieten van het nog steeds heerlijk gave baritontimbre van de zanger, al hoorden we in Der Tambourg’sell dat de flexibiliteit niet altijd meer zo perfect lukt als het ooit geweest is. Zijn nu eens aangrijpende, dan weer heerlijk ironische stijl was overtuigend aangepast aan elk lied. Maar het was vooral de aandacht voor dirigent en orkest die Hampson tentoonspreidde, die op dit concert zijn optreden memorabel maakte. Hoe hij inspeelde op de eerste violist en twee altviolisten in het wiegeliedje The little Horses van Copland: het was gewoon schitterend betrokken musiceren. Een leuker bisnummer dan het speelse I bought me a cat, was niet denkbaar. Bovendien was het aandoenlijk hoe hij discreet rekening hield met de fysiek van Mariss Jansons bij het betreden van het podium langs de statige trappen van het Concertgebouw.  

Fijnzinnige detaillering

In het veeleisende Concert voor orkest van Béla Bartók kwam de fijnzinnige detaillering waarmee Jansons zijn orkest leidt perfect tot zijn recht. De motieven (vaak verwijzend naar thema’s uit Hertog Blauwbaards Burcht) werden scherp, nu eens energiek en dan weer bijzonder lyrisch uit het orkest gehaald. Elke instrumentengroep speelde met ontzettend grote inzet en overtuiging als dank aan hun Letse chef-dirigent. 

Na het concert was er voor het publiek in de uitverkochte zaal van het Concertgebouw een feestelijke viering van de chef-dirigent. De bloemen werden hem overhandigd door koningin Maxima, die samen met koning Willem-Alexander het concert bijwoonde en beschermvrouwe is van het orkest. Eberhard van der Laan, de burgemeester van Amsterdam, schonk Mariss Jansons de Zilveren Medaille van de stad Amsterdam: een onderscheiding voor mensen die zich jarenlang 'buitengewoon verdienstelijk' hebben gemaakt voor de stad. De voorzitter van de Vrienden van het Concertgebouworkest overhandigde een Liber Amicorum en intendant van het orkest Jan Raes had als verrassingsgeschenk van het orkest een portret van Mariss Jansons laten schilderen door de Belgische kunstenaar Sam Dillemans. Het portret met krachtige, sprekende trekken werd onder een hoes binnengerold en voor het podium onthuld. Een moment van spanning en tevreden ontlading. Alles ging gepaard met bondige en gevatte toespraken.

In een kort stukje die ochtend op Klara had hoboïst Jan Kouwenhoven Mariss Jansons getypeerd als een integer en bescheiden dirigent die de sympathie en waardering wegdroeg van alle muzikanten. Dit unieke concert maakte dit duidelijk. Een viering die een toonbeeld was van sobere, maar doorvoelde feestelijkheid.