Het begon in het voorjaar van 2012 tijdens een concert ter gelegenheid van de officiële opening van de Antwerpse winkel van Piano's Maene. Aan de pianoforte zat een duo: Nicolas Callot en Lucas Blondeel, jeugdvrienden en grote liefhebbers van Schubert. Onder de genodigden was ook de directeur van het Museum Vleeshuis, Karel Moens. En de rest is geschiedenis, pleegt men dan wel eens te zeggen. Maar niets is in dit geval minder waar. Het product van die feestelijke avond, de cd getiteld Für Karoline, is sinds deze week beschikbaar.

Het begon in het voorjaar van 2012 tijdens een concert ter gelegenheid van de officiële opening van de Antwerpse winkel van Piano's Maene. Aan de pianoforte zat een duo: Nicolas Callot en Lucas Blondeel, jeugdvrienden en grote liefhebbers van Schubert. Onder de genodigden was ook de directeur van het Museum Vleeshuis, Karel Moens. En de rest is geschiedenis, pleegt men dan wel eens te zeggen. Maar niets is in dit geval minder waar. Het product van die feestelijke avond, de cd getiteld Für Karoline, is sinds deze week beschikbaar.

Dit is een relaas over de opname van een muzikaal kleinood. Die vond in Antwerpen plaats en duurde vier volle dagen, al is dat in dit uitzonderlijke geval niet geheel correct. Want om het verhaaltje uit de inleiding af te maken: na een geslaagd recital nodigde Karel Moens beide muzikanten uit om op de historische Conrad Graf-pianoforte van het Museum Vleeshuis te concerteren. En na afloop werd ook de idee van een cd-opname gelanceerd. Nu moet u goed beseffen dat het hier over een uniek en buitengewoon waardevol instrument gaat, origineel gebouwd in 1826 toen Schubert zelf nog in Wenen rondliep: “Een Graf-vleugel die door vele pianofortespelers als een van de best bespeelbare en mooist klinkende exemplaren wordt beschouwd”, zo beklemtoont Moens. “Maar het blijft niettemin een zeer fragiel instrument waar we met uiterste zorg moeten mee omgaan.” En dus heeft dit kostbare klavier, een zeldzame gelegenheid niet te na gesproken, permanent huisarrest.   

Geen Abbey Road, wel een wondermooie plek

Op maandagavond 9 juni trok ik daarom naar het Vleeshuis, dat rijzige, bak- en zandstenen gebouw op een steenworp van die machtige Schelderivier waar de oudste gilde van ’t Stad eeuwenlang zijn vlees aan de man bracht. Sinds 1913 was hier het Museum voor Oudheden gehuisvest, dat zich vanaf de jaren ’70 steeds meer ging profileren met zijn collectie gerestaureerde (klavier)instrumenten. En zo opende het vernieuwde museum over muziek en dans in Antwerpen – “Klank van de Stad” – in 2006 zijn deuren. In zo’n drukke metropool worden overdag inderdaad behoorlijk wat (wan)klanken geproduceerd: geluiden die men bij een opname kan missen als kiespijn. Want het Vleeshuis mag dan wel een muzikale schatkamer zijn, het is allesbehalve een Abbey Road Studios. Sowieso is in ons landje het aantal, aan klassieke muziek toegewijde, professionele opnamestudio’s beperkt. Daarom wordt er voor dit soort van producties bijna uitsluitend op locatie gewerkt. Zodus zat er voor Lucas Blondeel (°1981), Nicolas Callot (°1979) en de betrokken technici niets anders op dan zich voor een aaneenschakeling van lange, nachtelijke uren op te laden. Hoogst exceptioneel en vooral spannend.

Het is bijna 22 uur wanneer ik in de Vleeshouwersstraat arriveer. Ondanks de hoogzomer gaat de schemerdonker al over in de nacht. Ik heb nog nooit een voet in dit indrukwekkende gildehuis gezet. Blondeel kan het moeilijk geloven: “Dit is één van de mooiste plekken ter wereld”, klinkt het op een eerbiedige fluistertoon, terwijl de massieve toegangsdeur verbazend zacht in het slot valt. Conciërge Theo staat net op het punt om te vertrekken. “Niet verschieten als het laat wordt”, geeft Lucas hem nog mee. In de monumentale hal is het zowaar nog donkerder dan buiten, maar een repetitieve noot die in de verte weerklinkt alsook de helle spots maken meteen duidelijk dat hier een speciale activiteit aan de gang is. Dit is de tweede opnameavond voor een cd met vierhandige pianomuziek van Franz Schubert (1797-1828). Dat schijfje moet in het najaar verschijnen. Eén extra dag staat ingepland moesten onvoorziene omstandigheden roet in het eten gooien. De eerste avond was het al zover: een fiks onweer en felle hagelbuien trokken op het eind van het Pinksterweekend over Vlaanderen. Frustrerende verliesuren, ze komen helaas niet alleen in het vervoer voor.          

Bewuste aanpak, nieuwe editie, zelfde intensiteit

De mogelijkheid om enkele van Schuberts absolute meesterwerken op een authentiek instrument uit diens eigen tijd op te nemen, was zowel voor Bondeel als Callot een lang gekoesterde droom die in vervulling ging. “Een opname is een belangrijke visitekaart voor een ensemble. Bij de keuze van het repertoire kwamen we steeds opnieuw bij Schubert uit. We zijn allebei onafhankelijk van elkaar altijd al grote Schubertliefhebbers geweest. Maar omdat er van zijn muziek al zoveel opnames op moderne piano bestaan, én we ons nadrukkelijk willen profileren als muzikanten die zowel op moderne als op historische instrumenten uit de voeten kunnen, hebben we zeer bewust voor deze aanpak gekozen”, licht Blondeel toe. Maar op welke Schubert zou het duo zich precies baseren? Terwijl een zoveelste take van het Rondo in A (D951) wordt ingezet, snuister ik in de uitgaven die achter hen opgestapeld liggen. Sinds jaar en dag speelde iedereen deze werken van de standaard Günter Henle-uitgave, maar ietwat verrast lees ik in een editie van Bärenreiter waaraan nieuwe interpretaties en musicologische inzichten werden toegevoegd en waarvan recent het laatste volume is verschenen. “Die heeft alvast één groot voordeel”, klinkt Callot stellig: “De bovenste en onderste partij worden op hetzelfde blad genoteerd, terwijl deze traditioneel naast elkaar werden geplaatst. Dat is misschien iets lastiger om te lezen, maar je hebt een veel beter overzicht, waardoor je er ook in slaagt om de muziek beter te begrijpen.” “Zonder dat deze uitgave nu de nieuwe bijbel moet zijn, is het interessant om deze met Henle te vergelijken”, preciseert Blondeel hun werkwijze.   

Schubert componeerde in zijn veel te korte leven een aanzienlijk corpus aan werken voor piano quatre-mains bij elkaar. Het maakt van hem een pionier van dit genre in de muziekgeschiedenis. Voor vele componisten was het pianoduo een leuke vrijetijdsbesteding, of hooguit een eenvoudige manier om, in een tijd waarin opnames nog niet bestonden, muziek voor grotere bezetting voor de huiskamer te bewerken. “Niet zo voor Schubert”, stelt Blondeel met klem: “Hij componeerde, naast lichtere dansen en marsen, enkele van zijn allergrootste meesterwerken voor twee musici aan één klavier. Schubert heeft tijdens zijn hele leven altijd veel gecomponeerd, maar wat hij in zijn laatste tien levensmaanden op papier heeft gezet, overtreft alles, ook wat de kwaliteit en intensiteit van de stukken betreft.” Ook in het vierhandige repertoire werd 1828 een ongelooflijk vruchtbaar jaar voor de Weense maestro, met drie prachtige, qua karakter zeer contrasterende werken: de Fantasie in f, het Allegro in a en ten slotte het Rondo in A. “Zij vormen het eerste en ook belangrijkste deel van onze opname”, vertelt Callot. “Daarnaast grijpen we terug naar enkele kortere gelegenheidsstukken uit 1818 en 1824, twee jaren waarin Schubert veel voor vier handen componeerde. Afsluiten doen we met de eigenaardige Fuga in e, eveneens uit 1828.” Het intieme karakter van deze bezetting paste Schubert als gegoten. Hij genoot ervan om tijdens de zogenoemde Schubertiades in huiselijke kring te musiceren. Schubert speelde veel met mannelijke collega’s en het allerliefste met Josef von Gahy (1793-1864): twee zeer goede vrienden, net als het duo Callot-Blondeel.

Adellijke muze, vocht, koude en warmte

Toch zat Schubert ook maar al te graag met zijn mooie, vrouwelijke leerlingen  aan het klavier. Het tegendeel zou verbazing wekken. Menig werk werd door de componist aan de een of andere muze opgedragen en zo gebeurde ook met de ronduit sublieme Fantasie. Die werd met name voor Karoline Esterházy (1811-1851) op papier gezet. De familie Esterházy heeft in de eerste plaats als mecenas van Joseph Haydn (1732-1809) een prominente rol in het muzikale leven van hun tijd gespeeld, maar daarnaast kreeg Karoline, een dochter uit een belangrijke tak van de familie, in de zomers van 1818 en 1824 muziekonderricht van Schubert. Tijdens diens verblijf op hun landgoed in Zseliz, in het huidige Slowakije, ontstaan een hele reeks gelegenheidswerken voor vier handen, waaronder het Allegro moderato & Andante (D968) en de Deutscher mit zwei Trios (D618), die tijdens deze vierdaagse ook opgenomen worden. “Over het liefdesleven van Schubert bestaat weinig biografisch materiaal. Maar van Karoline, die door haar stand onbereikbaar was, moet hij wel erg gehouden hebben. Verschillende getuigen bevestigen de intieme gevoelens van Schubert. Een tekenende anekdote wordt in verschillende bronnen vermeld. Als Karoline hem eens lachend vroeg waarom hij voorafgaand aan de Fantasie geen werken aan haar had opgedragen, zou Schubert heel serieus hebben geantwoord dat al zijn werken voor haar zijn geschreven. Für Karoline leek ons dus wel een zeer toepasselijke naam voor deze cd.”

Callot dist de romantische ontboezeming op tijdens een van de zeldzame momenten dat er deze avond – al is het ondertussen al ruimschoots nacht geworden – geen muzikale passage weerklinkt. Wanneer vooral de mi-mol snaar wederom kuren heeft en de pianoforte bijvoorbeeld opnieuw wordt gestemd, iets wat elke avond meermaals diende te gebeuren en waarvoor een beroep werd gedaan op de professionele inzet van Ortwin Moreau. “De klankkast van de Graf-vleugel is volledig uit hout, waardoor heel dit instrument bij manier van spreken vibreert als een viool”, benadrukt Lucas. “Maar omdat het ook zo gevoelig is voor de luchtvochtigheid, duurt het stemmen veel langer.” En dat vocht, koude en warmte elkaar in deze eeuwenoude hal makkelijk afwisselen, hoeft uiteraard geen betoog. Edoch! Dankzij een tweede, ingrijpende restauratie door Jan Van den Hemel is de bijna honderdnegentig jaar oude Graf sinds enkele jaren zeer goed bespeelbaar. Wat maakt musiceren op deze prachtige pianoforte nu eigenlijk zo speciaal? “Wat aan dit instrument vooral bijzonder is, is de totaal verschillende, opvallend eenvoudige mechaniek”, steekt Callot van wal. “De hamerkoppen zijn met leer bekleed en niet met vilt, zoals bij moderne instrumenten, waardoor je een veel sprekender geluid kunt produceren. Je voelt de snaar echt aan je vinger en dat geeft heel andere inzichten in de muziek. De bespanning ligt ook een stuk lager, waardoor je geen ongelooflijk luide klank, maar net een veel intiemere toon krijgt.”

God in het souterrain

Het is hoog tijd om terug aan de slag te gaan. “Excellent left foot”, komt er uit een kleine geluidsbox die tegenover de muzikanten staat opgesteld. Als ware het de stem van God, laat iemand vanuit het niets plots zijn appreciatie blijken. De precieze toedracht is weliswaar veel meer down to earth. Het zijn de bedachtzaam geformuleerde aanwijzingen van Johannes Kammann, de Tonmeister van dienst die zich samen met zijn echtgenote Ines Kammann in de catacomben van het Vleeshuis schuilhoudt. Het tweetal is de drijvende kracht achter het Duitse klassieke muziekproductiebedrijfje Nordklang en heeft een cruciale taak met de technische totstandkoming van deze gloednieuwe opname. Ze hebben al een resem opnames gemaakt en zijn al meer dan tien jaar in deze aparte branche actief. “De Tonmeister heeft als enige een volledig overzicht van hoe de cd uiteindelijk gemonteerd zal worden. Als dusdanig speelt hij een belangrijke rol in het realiseren van een spanningsboog doorheen de hele opname. Hij werkt ook een beetje als dirigent en regisseur en kan ons adviseren als hij denkt dat iets niet perfect samenhangt”, steekt Lucas, die nog samen met Johannes aan dezelfde universiteit in Berlijn heeft gestudeerd, zijn grote appreciatie niet onder stoelen of banken. “Hij en Ines hebben vele jaren studie achter de rug. Het zijn ook zelf muzikanten en ze hebben dus een goed inzicht in de muziek. Dat is ontzettend belangrijk. Ze bereiden zich bijna zo goed voor als wij”, vult Nicolas enthousiast aan.

Met een schuchtere glimlach neemt de Kammann-tandem zoveel lof in ontvangst. Terecht, want in het souterrain wordt er, zij het dan aan een ander soort toetsen, zeker zo hard en alert gezwoegd. “But it is much easier to talk about it than to play it, of course”, blijft Johannes de bescheidenheid zelve. En toch, de vele rode potloodmarkeringen op de partituren wijzen alvast één ding uit: deze klanktechnici zitten er bovenop, laten niets aan het toeval over en zijn een onmisbaar klankbord. Terwijl Ines even de schouders van Lucas masseert – het leven van een muzikant vertoont inderdaad soms wat trekjes van topsport – licht Johannes toe hoe de arbeid precies wordt verricht. Het Rondo werd tijdens de eerste nacht al drie keer integraal opgenomen en bij het begin van deze sessie nog een vierde keer. “We do not only work in small bits, like we are doing right now, but rather we play it through and listen if the general direction is good. Once we have a basic version that we like for most of it, we focus on the few things that did not work and try to get these as good as possible. In the end we play it through one more time and hopefully everything will come together.” Wat je op de cd hoort, is dus allerminst knip- en plakwerk, maar wel een complete take waarvan enkele details op een even kundige als doordachte wijze werden opgeknapt. Die verfraaiingswerkzaamheden staan aan het eind van de zomer gepland: midden september trekken beide pianisten voor enkele dagen naar Duitsland, waar de opname tijdens een verblijf op de familieboerderij van de Kammanns in Billerbeck al mixend in zijn definitieve vorm zal worden gegoten. “Eure CD ist großartig geworden! Ich habe grade alles durchgehört und bin wirklich begeistert. BRAVO!”, laat een gelukkige Ines Kammann een tweetal weken na datum via de Facebookpagina van Lucas weten.

Ik neem afscheid van dit sympathieke Duitse koppel en vergezel Lucas en Nicolas opnieuw naar boven, naar hun immense werkvloer met daarop dat magnifieke werktuig. Gauw nog een Prince-koek of een rijstwafel en er met volle goesting weer tegenaan. Nog twee nachten doorzetten… Om Karoline te behagen, moet een mens veel overhebben, zeer veel.

“Für Karoline” is nu uit op het Klara-label, kwam tot stand in samenwerking met Warner Classics en  is te koop in de reguliere muziekhandel. Korte filmpjes van tijdens de cd-opname alsook een stukje van het persconcert op 20 november jongstleden zijn terug te vinden op de Facebookpagina van het Museum Vleeshuis.