2018 is voor hen tot hiertoe een annus mirabilis, en dat ondanks een pijnlijke val met de fiets. Het begon met de release van hun eerste cd. Dan viel het drietal onverwacht in de prijzen tijdens het Concours International de Musique de Chambre de Lyon. En op dit moment is het pianotrio in Melbourne voor alweer een andere wedstrijd. Voldoende stof dus voor een goed gesprek met het Belgisch-Nederlandse Mosa Trio over de zoektocht naar het ideale instrument, hun vele masterclass-ervaringen en de aantrekkingskracht van hedendaagse muziek.

De tips over enkele leuke kaartspelen krijgt u er op het einde van dit interview zomaar bovenop … Want het Mosa Trio dat zijn drie speelvogels die niet alleen op, maar ook naast het podium bijzonder fanatiek uit de hoek kunnen komen. Het ensemble, met Bram de Vree aan de toetsen, Alexandra Van Beveren op de viool en Paul Stavridis op cello, is een succesvol product van de Belgisch-Nederlandse grensstreek. Het drietal leerde elkaar aan het conservatorium van Maastricht kennen en noemde zichzelf dan maar naar de Latijnse benaming van die stad. 2018 is voor het Mosa Trio tot op vandaag al een uitzonderlijk vruchtbaar jaar geweest. In januari verscheen bij Antarctica Records de cd Portraits, hun eerste opname met daarop naast het tweede pianotrio van Shostakovich ook twee nieuwe werken: Portrait of Light van de Nederlandse componist Sam Wamper en het Trio opus 2 van ‘onze’ Mathias Coppens. Vervolgens ging het naar een wedstrijd in Lyon, waar het pianotrio naast de derde prijs ook de publieksprijs, de ‘Prix Yamaha’, in de wacht sleepte. En wanneer u dit leest, is het ensemble op een concours in Australië aan zet, als één van slechts acht trio’s die door de strenge voorselectie geraakte.

Aan het Concours International de Musique de Chambre de Lyon namen in totaal 13 pianotrio’s deel. In de jury zaten bekende namen als Susan Tomes, pianiste van het Florestan Trio, Jean-Marc Phillips-Varjabédian, violist van het Trio Wanderer en de “koningin van de cello” Natalia Gutman. Het was een naar eigen zeggen spannende en slopende wedstrijd. Wat maakte de wedstrijd zo intens? Kunnen jullie daar de vinger op leggen?

PAUL STAVRIDIS: In de eerste plaats was het natuurlijk een lange wedstrijd. Het concours duurde één volle week en zorgde op die manier voor een lange spanningsboog. En dat voel je zowel fysiek als mentaal. Je hebt veel repertoire moeten spelen en vaak op korte momenten moeten pieken. Want op een half uurtje moet je laten zien wat je kunt. We hadden ook niet de meest ideale voorbereiding gekend. Twee maanden voor de wedstrijd ben ik gevallen met de fiets en had een breukje in mijn pink. Dat maakte de voorbereiding eens zo stresserend.

ALEXANDRA VAN BEVEREN: Ook emotioneel is zo’n wedstrijd een hele uitdaging. Je moet je niet alleen voor elke ronde opladen, maar ook voor de momenten waarop je de uitslag krijgt. Elke keer zit je dus in die spanning. De hele week drijf je op een soort van euforie en zit je in je eigen wereld.

Hoe belangrijk is voor jullie het deelnemen aan allerhande concours? En staan er nog wedstrijden op stapel, of is dit een afgesloten hoofdstuk?

PAUL: In juli nemen we deel aan een wedstrijd in Melbourne. Door de verre reis wordt dat natuurlijk wel vermoeiend. Bovendien moeten we als allereerste aan de bak. In dit geval was de dvd-selectie al bijzonder zwaar. We moesten heel veel én zeer specifiek repertoire opsturen. Daar was een volledig 20ste-eeuws werk van na Ravel en Debussy bij, twee delen Haydn en een eerste deel uit een romantisch werk. Om even te vergelijken: voor Lyon was dit één deel Beethoven. De reden voor deze strenge selectie is dat ze in Australië maar acht trio’s uitnodigen, waarvoor de organisatie ook nog eens alles betaalt. Anders zou het voor ensembles uit Europa veel moeilijker zijn om deel te nemen.

ALEXANDRA: We hebben er ontzettend veel zin is, ook al vergt het wederom veel voorbereiding. Gelukkig komen er ook stukken van Lyon terug, dus die hebben we al heel goed in de vingers. Maar natuurlijk komt er ook een opgelegd werk bij dat speciaal voor de wedstrijd geschreven is. Dat blijkt dan een stuk van 32 pagina’s te zijn (Pulses van de Australische componist Paul Stanhope, nvdr.), waar je volledig je eigen ding van moet maken. Voor de rest is het programma wel veel vrijer dan in Lyon, waar alles strak bepaald was en we als afsluiter ook het tripelconcerto van Beethoven moesten spelen. We hadden dit nog nooit gedaan, dus dat was ontzettend spannend. En moeilijk, want dat zijn echt solistenpartijen. Langs de andere kant was dit natuurlijk ook wel de kers op de taart.

PAUL: Het is gewoon belangrijk dat je aan wedstrijden meedoet. Het is tegenwoordig dé manier om je als trio te profileren, want er zijn zeer veel jonge én goede ensembles. En dus willen we volgend jaar ook het concours Joseph Joachim en de wedstrijd in Trondheim meedoen, die allebei ook specifiek voor pianotrio worden georganiseerd. Het zijn dingen die we nú moeten doen, want over een paar jaar zijn we te oud.

Een tweede reden waarom 2018 voor het Mosa Trio zo’n buitengewoon jaar is, is het verschijnen van Portraits, jullie eerste cd-opname – bekijk hierover zeker ook de video onder dit artikel. Op de cd vinden we naast het beroemde tweede pianotrio van Shostakovich twee recent gecomponeerde werken terug: Portrait of Light van de Nederlandse componist Sam Wamper, en het Trio opus 2 van Mathias Coppens, beide geschreven in 2015. Hoe zouden jullie deze stukken karakteriseren? 

ALEXANDRA: Het werk van Sam Wamper is letterlijk een portret van het gezicht van zijn – helaas – ondertussen ex-geliefde. Het is een modern en zeer virtuoos stuk, bij momenten heel lyrisch, maar ook met heel vluchtige, snelle passages. Een heel energetisch werk dus, met felle akkoorden en een sterke atonale inslag.

PAUL: Wat dat betreft, contrasteert het ook sterk met het werk van Mathias. Zijn stuk is volledig tonaal, met uitzondering van een kort middendeeltje. Het is heel melodisch en eclectisch in stijl: een uniek stempel dat op wel meer van Mathias zijn muziek van toepassing is. Hij haalt de mosterd bij verschillende stijlperiodes en laat op die manier zien hoe divers de klassieke muziek in de 21ste eeuw kan zijn. De twee werken vullen elkaar dus heel mooi aan.

Heeft de opname jullie als ensemble veranderd? En zijn er misschien al plannen voor een vervolg?

PAUL: Ik vind niet dat de opname ons veranderd heeft. De voorbereiding is wat dat betreft gelijkend als deze op een wedstrijd. Eén van de redenen waarom we wedstijden doen – behalve dan om nationaal en internationaal wat erkenning te krijgen en concerten te mogen spelen – is omdat we alle drie heel sterk het gevoel hebben dat we daardoor als trio sterker worden. Want er blijft bij wijze van spreken geen noot onbesproken en je leert elkaar nog beter kennen en aanvoelen.

ALEXANDRA: Er waren al een aantal ideeën voor een vervolg omdat één van de prijzen in Lyon een soort van partnership was met een Franse organisatie die je ondersteunde in een project. We speelden toen met het idee om voor onze tiende verjaardag tien componisten de opdracht te geven om elk een kort stukje voor ons te schrijven en dat dan eventueel op te nemen. Maar echt heel concreet is dit nog niet. We spelen allebei ook veel liever concerten dan dat we een opname maken. Dat is onze corebusiness.

Met het winnen van een hele reeks prijzen en het uitbrengen van een eerste cd staat het Mosa Trio stevig op de kaart. Toch is het pianotrio niet jullie enige activiteit als muzikant, want jullie spelen daarnaast ook allebei in orkesten. Alexandra, jij bent onder meer actief in het Nederlands Kamerorkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Antwerp Symphony Orchestra. Paul, jij bent als tweede solist vast verbonden aan het Orchestre Philharmonique Royal de Liège. In hoeverre is het orkestmilieu en het werk als kamermuzikant anders? En in hoeverre doen jullie er je voordeel mee om beide te combineren?  

ALEXANDRA: Beide zijn natuurlijk heel anders, maar vullen elkaar tegelijkertijd ook enorm aan. Het is fantastisch om beide manieren van spelen bij elkaar te gaan gebruiken. Als ik in een groot orkest zit, luister ik evengoed als wanneer ik kamermuziek aan het spelen ben. Maar in het trio is het ook belangrijk dat je soms in orkestrale termen denkt, wat niet altijd even makkelijk is. Terwijl kamermuziek heel solistisch is, moet je je in een orkest constant aanpassen aan wat er rondom je gebeurt. Van de ene dag op de andere switchen, vraagt toch wel een groot aanpassingsvermogen.

PAUL: In orkesten is het natuurlijk interessant om week na week met andere dirigenten en solisten te werken. Want die brengen ook telkens hun bagage en inzichten mee. En die invloeden neem je natuurlijk ook mee in het triospel. Ik zou mij geen leven zonder één van beide kunnen inbeelden: de wisselwerking is één van de mooiste dingen die je in ons vak kan doen.

Ergernissen uitspreken

Op jullie website lees ik dat het Mosa Trio een grote interesse toont in de uitvoeringspraktijken van verschillende stijlperiodes. Hoe uit zich deze interesse precies?

PAUL: Het startpunt is een zo breed mogelijk repertoire. Als we er dan bijvoorbeeld voor kiezen om een trio van Haydn te spelen, dan gaan we ons inlezen in welke uitvoeringsregels daar in het verleden aan ten grondslag lagen. Eigenlijk hanteren we dezelfde aanpak als de collega’s van de oude muziek, met als enige verschil dat we op moderne instrumenten spelen. Het is heel belangrijk om elke periode en elke stijl in zijn tijdgeest te kaderen. Je kan Haydn niet spelen zoals Schubert, hoewel beide maar dertig jaar uit elkaar liggen. Beide zijn in een andere traditie groot geworden. Het is belangrijk om dat goed te beseffen.

Alexandra Van Beveren

ALEXANDRA: Het lijkt mij ook zo saai om alles op dezelfde manier te spelen. Daarom nemen we ook regelmatig les. Aan de European Chamber Music Academy hebben we bijvoorbeeld heel vaak les gehad van Hatto Beyerle (gewezen altist van het Alban Berg Quartet, nvdr.). Dat is echt een encyclopedie van de Weense school. Als je bij hem Haydn speelt, weet je echt niet wat je overkomt. Dat zijn heel confronterende lessen. Alles gaat over tactus, metrum, jamben en Latijnse syllaben: alles wat je moet weten over dictie en spraak. Als je die dingen niet weet, speel je Haydn heel anders. Dat is precies wat we bedoelen met stijlbewustzijn.

Welke instrumenten bespelen jullie eigenlijk?

ALEXANDRA: Ik heb een viool van de Vlaamse school. Het is een Gaspar Borbon uit 1690: een bijzonder mooie viool, maar ze heeft helaas weinig kracht. Ik ben er al vaak mee naar een luthier geweest om dit euvel te verhelpen, maar het is niet de aard van het beestje. Het is eigenlijk geen instrument dat voor de concertzaal gemaakt is. Daarom heb ik nu van een fonds een Guiseppe Scarampella in bruikleen uit het begin van de 20ste eeuw. Dat is een heel krachtige viool die ik tijdens de wedstrijd in Lyon gebruikt heb.

PAUL: Mijn cello is een Hilaire Darche uit 1917. Maar daarnaast gebruik ik op dit moment ook nog een ander instrument. Alexandra was vorige week  (we spraken elkaar begin mei, nvdr.) aan het toeren met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en ik was haar in München gaan bezoeken. Op de terugweg zijn we langs de bouwer Urs Mächler gereden. Ik had toevallig al tweemaal een cellist aan het werk gehoord die een instrument van hem bespeelde, en dat klonk prachtig. En dus heb ik nu een cello van hem op proef. Ook Alexandra heeft trouwens een instrument van hem meegenomen. We kijken dus zeker ook naar nieuwbouwinstrumenten, want op dat vlak beleven we echt een gouden tijdperk. (Ondertussen hebben zowel Alexandra als Paul het instrument van Mächler aangekocht, en gebruiken ze deze instrumenten op de wedstrijd in Melbourne, nvdr.)

Wat zijn volgens jullie de voornaamste kwaliteiten van een goed geolied pianotrio?

ALEXANDRA: Dat vind ik een moeilijke vraag. Sowieso heb je naast het spelaspect ook het sociale aspect. Het is zó belangrijk dat je goed communiceert en ook je ergernissen uitspreekt. Anders zou het echt niet lukken om zo intensief samen te werken. Wat dat betreft zijn we als ensemble heel Nederlands geworden: als er iets is wat ons niet lekker zit, dan moet dat gewoon uitgesproken worden. Gelukkig is het één van onze grote kwaliteiten dat we zo’n goede vrienden zijn. Onze kwaliteiten vullen elkaar ook zeer goed aan. Ikzelf ben nogal impulsief en speel enorm op mijn gevoel. Bram luistert dan weer heel veel. En Paul heeft een beetje van beide.

Paul Stavridis

PAUL: Dat is volgens mij ook het fundamentele verschil tussen een pianotrio en een strijkkwartet. In een kwartet doe je er alles aan om één speler te worden: je wordt het strijkkwartet. Bij een pianotrio moet je dat bij momenten ook zijn – ik denk bijvoorbeeld aan het unisono begin van het tweede trio van Schubert – maar vaak is het zo dat je elk je eigen solistische rol hebt, en dus veel meer dan bij een kwartet drie individuen bent die samen een ensemble vormen. Ik denk dat dat een van onze sterke kanten is: we doen er alles aan om als één instrument te kunnen klinken, maar behouden elk wel onze eigen stem in het kapittel, ook al kunnen we in dat solistische aspect zeker ook nog groeien door nog meer te durven om ons moment te pakken. Ik denk dat dit de twee belangrijkste kwaliteiten van een pianotrio zijn: enerzijds een ensemble vormen, maar anderzijds ook niet uit het oog verliezen dat je drie afzonderlijke rollen hebt.

Volgens Menahem Pressler is de pianist de primus inter pares van een pianotrio, zo verklaart hij in dit interview (8:05-8:15). Hoe ervaren jullie dit?

PAUL: Het punt is natuurlijk dat als je als pianist in een trio doet wat je wil, je de strijkers volledig in de vernieling speelt. Wat dat betreft, denk ik dat je als pianist een hele belangrijke rol hebt. Want alleen al puur auditief produceert de piano de grootste hoeveelheid klank en het instrument is voor een groot stuk ook verantwoordelijk voor de harmonische rijkdom. Ook qua dynamiek heeft de piano een zeer grote invloed. De piano is dus zowat het fundament van het ensemble. Maar in tegenstelling tot bij een strijkkwartet heb je in een pianotrio geen echte primarius. Zo komt bijna elke mooie melodie uit het eerste trio van Mendelssohn eerst of alleen bij de cello voor. In andere werken moet de viool dan weer schitteren, terwijl het trio van Ravel de allure van een pianoconcerto heeft en voor de pianist heel moeilijk is. Ik denk dus dat we niet helemaal akkoord kunnen gaan met de bewering van Pressler.

Kapotte airconditioner

Vertel eens over jullie ervaringen tijdens de masterclasses die jullie gevolgd hebben bij verschillende muzikale grootheden zoals Susan Tomes (Florestan Trio), Menahem Pressler (Beaux Arts Trio) en Mark Steinberg (Brentano Quartet)?

ALEXANDRA: De ontmoeting met Pressler was een openbare masterclass hier in het Muziekgebouw van Eindhoven. Natuurlijk zegt die man gouden dingen en is zoiets echt een belevenis, maar het is ook wel een beetje een onemanshow. Je moet je er van bewust zijn dat Pressler daar is voor jou, maar evengoed ook voor het publiek. Zo’n les heeft dus een heel groot entertainmentgehalte. Er zijn daarom andere lessen in Parijs en elders die voor ons waardevoller waren.

PAUL: De lessen met Mark Steinberg op het Orlando Festival in Kerkrade zijn misschien wel onze beste ooit geweest. Dat kan misschien raar klinken omdat hij in een strijkkwartet speelt, maar die man heeft zo’n ongelooflijke verbeelding en kan ook perfect uitleggen hoe je daar als ensemble beter van wordt. Dat hadden we nog nooit meegemaakt. Zeker voor ons als strijker was dit een memorabele ontmoeting omdat hij altijd in gestreken termen denkt en vele nieuwe ideeën aanbracht. Het is ook een ontzettend lieve man. En dat is geen vanzelfsprekendheid, want soms bots je op mensen die je helemaal met de grond gelijk kunnen maken.

ALEXANDRA: Zo herinner ik mij een masterclass bij een Duitse pianist die Paul in Schubert met een kapotte airconditioner vergeleek. Als je bij een leraar merkt dat er geen respect aanwezig is, dan werkt zoiets natuurlijk averechts. Van Susan Tomes hebben we enkele jaren geleden in Londen één keer een dag les gehad. Dat was heel interessant, omdat zij muzikaal een beetje een tegenpool van ons is. Zij is iemand die voor heel veel helderheid gaat, maar tegelijk ook zeer rechtdoor en sec is. We hebben van haar geleerd dat we soms te ver gingen en dingen uit hun context trokken, gewoon omdat we het mooi vinden. Maar zij bracht ons terug naar het georganiseerd spelen.

Hoe verloopt momenteel jullie studieperiode bij het Trio Wanderer aan het Conservatoire à Rayonnement Régional de Paris. Op wat werken jullie precies?

PAUL: Ook wat het Trio Wanderer allemaal doet en wilt, is zeker niet altijd onze smaak, maar qua algemene muzikale ideeën leunen ze wel sterker aan bij wie wij zijn. Zij leren ons echt de kneepjes van het vak, en dat maakt dat we na drie jaar nog steeds met plezier naar het conservatorium van Parijs trekken. Als we dan terug naar huis komen, spelen we de stukken vaak helemaal anders. Het is heel fijn om op die manier grote stappen vooruit te kunnen zetten.

ALEXANDRA: Het is eigenlijk een heel vrijblijvende opleiding. Wij mailen hen en geven aan dat we klaar zijn om les te krijgen. We krijgen dan twee dagen van ’s morgens tot ’s avonds les. Op die manier kunnen we ons in de meest optimale omstandigheden op een wedstrijd voorbereiden. We hebben altijd les van één van hen afzonderlijk, en het valt op dat ze over hetzelfde stuk soms compleet het tegenovergestelde zeggen. Maar toch is dat zo’n ongelooflijk goed trio. De manier waarop ze elkaar beïnvloeden, beïnvloeden ze ook ons. Dat gaat dan van de kleinste details en enkele maten tot de grote lijnen van een werk.

Hoe gaan jullie bij het instuderen van nieuw repertoire precies tewerk, neem bijvoorbeeld het plichtwerk voor Melbourne? 

PAUL: In de eerste plaats bestuderen we elk apart de partituur om een idee te krijgen van het klankbeeld, zeker met een modern werk dat we totaal nog niet kennen. Dan nemen we ons instrument erbij om een aantal dingen uit te proberen, maar het is niet zo dat we de stukken alle drie perfect moeten kennen alvorens we samenkomen. De laatste stap is dan het technisch verfijnen. Het is wel met z’n drieën dat we ons het stuk echt eigen maken. Zo probeer je van bij het begin een gezamenlijke visie op het stuk te ontwikkelen.

ALEXANDRA: Ik kijk wel altijd uit naar het moment waarop we gaan samenzitten. Want in je eentje kan je eigenlijk zo weinig. Je kan de noten wel spelen, maar het is pas als we samenspelen dat de muziek echt vorm krijgt. Na enkele repetities verloopt het studeerproces ook heel anders, omdat je dan een veel duidelijker beeld hebt van wat we ermee willen. Pas dan komen de zaken ook in een stroomversnelling terecht.

Zoektocht naar bevestiging

Het Mosa Trio gaat er prat op om zich ook te verdiepen in hedendaagse muziek. De Belgische componist Mathias Coppens schreef zelfs een stuk speciaal voor jullie. Wat trekt jullie zo aan in deze nieuwe muziek?

PAUL: Het leuke is dat je intensief met een componist kan samenwerken. Dat is zeer verrijkend. Ook in de opbouw van een concertprogramma vinden we het belangrijk om verschillende stijlen aan bod te laten komen, zodat de luisteraar ook nieuwe dingen hoort en met andere oren naar de stukken luistert.

ALEXANDRA: Wat ik fijn vind, is dat je op de een of de andere manier minder aan regels gebonden bent. Ik voel mij nogal snel in een bepaalde rol gewrongen, terwijl je in moderne muziek soms net iets verder kan gaan. Want eender welke muziek gaat eerst en vooral over het hart, en dat geldt ook voor hedendaagse composities zoals deze van Sam en Mathias. En dat merken mensen. Ze worden erdoor aangetrokken en geprikkeld. De respons van het publiek is vaak zeer positief.

Wat is het mooiste compliment dat het publiek jullie kan geven?

PAUL: Wanneer komen jullie terug? Want het is uiteindelijk voor het publiek dat we spelen, en niet voor onszelf.

ALEXANDRA: Ik vond het moment dat we voor de pauze in het Concertgebouw Amsterdam al een staande ovatie kregen wel een mooi moment. Dat was tijdens het releaseconcert van onze cd. Ik weet wel dat Nederlanders snel rechtstaan, maar zo voor de pauze hadden we dat toch nog nooit meegemaakt. Ik was daar wel van onder de indruk. Het leven van een muzikant is toch ook wel een beetje een constante zoektocht naar bevestiging.

Wat is voor elk van jullie het favoriete pianotrio uit het repertoire?

PAUL: Als ik één stuk naar een onbewoond eiland mag meenemen, dan kies ik voor Haydn. Daar hoef ik niet voor te studeren (lacht).

ALEXANDRA: Ravel doet toch elke keer iets met mij, vooral dan het derde deel. Het raakt mij elke keer wanneer Bram daar inzet. Zalig gewoon. Er zijn weinig trio’s die als je ze speelt zo’n impact hebben, puur omdat je een golf van klank teweegbrengt en over je heen krijgt. Al heb ik dat ook wel bij de finale van het tweede trio van Schubert.

PAUL: Als we samen op een onbewoond eiland mogen zitten, dan kan ik er wel mee leven dat zij voor Ravel kiest en ik voor het tweede trio van Schubert. Dan zijn we allebei perfect gelukkig.

Is er eigenlijk een zaal of locatie waar jullie graag (nog) eens zouden spelen?

PAUL: De kleine zaal van het Concertgebouw Amsterdam of de Musikverein in Wenen: dat zijn echt prachtige zalen met een grote geschiedenis die je als muzikant bijzonder inspireren. In het Concertgebouw zijn nog symfonieën van Mahler in première gegaan en heeft de componist ook nog zelf gedirigeerd!

ALEXANDRA: Wat in BOZAR wel speciaal is, is dat ze voor kamermuziekconcerten de zaal omdraaien. We zitten dan met onze rug naar de zaal en het publiek zit op het podium. Dat is bijzonder intiem. Bovendien heb je een goede akoestiek omdat je tegen het orgel speelt.

Nog een laatste vraag als uitsmijter: het Mosa Trio wordt eigenlijk gevormd door Alexandra, Paul, Bram en een stapel gezelschapsspellen. Zelf ben ik ook wel een bordspelfanaat. Welke spelletjes spelen jullie zoal?

PAUL: We hebben onze heilige Drievuldigheid, en het zijn alle drie kaartspelen. Wat we al het langst spelen, is Ligretto. Dat is een spel waarin snelheid heel belangrijk is en het er soms heel heftig aan kan toegaan. Na verloop van tijd vonden we het spel niet uitdagend genoeg meer, dus hebben we een aantal variaties bedacht. In Lyon speelden we het elke avond. En Alexandra heeft in het  Rotterdams Philharmonisch Orkest al heel wat andere muzikanten aangestoken.

ALEXANDRA: Daarnaast spelen we ook Bonanza. Dat is een soort koehandel, waarin je kaarten moet ruilen en onderhandelen. Het is wel een gevaarlijk spelletje, want het brengt het slechtste in ons naar boven, vooral bij Bram dan. Je wordt er een beetje gemeen van en we zijn nogal fanatiek.

PAUL: En het derde kaartspel is Exploding Kittens. Dat is het meest succesvolle kaartspel op Kickstarter (een online platform waar spellenmakers aan crowdfunding kunnen doen, nvdr.) ooit. Het spel heeft duizend keer meer opgehaald dan het voor ogen had.

Klassiek Centraal wenst het Mosa Trio in Melbourne alle succes toe en nog heel veel speelplezier, zowel op als naast het podium!


  • WAT: interview met Alexandra Van Beveren en Paul Stavridis, violiste en cellist van het Mosa Trio. Het trio wordt daarnaast aangevuld met pianist Bram de Vree.
  • CREDIT FOTO’S: © The Tintype Studio
  • WEBSITE: http://www.mosatrio.nl/nl