Celebrate this Festival is de leuze dit jaar. Want van 2 tot en met 11 augustus vindt in Brugge en omstreken voor de 50ste maal het MAfestival plaats. Klassiek Centraal sprak met directeur Tomas Bisschop over de betekenis van deze feesteditie, het belang van de historische uitvoeringspraktijk en een publiek van oudjes. “De vergrijzing is juist een gigantische kans.”

"Het is onze opdracht om de oude muziek alive and kicking te houden"

 

Celebrate this Festival is de leuze dit jaar. Want van 2 tot en met 11 augustus vindt in Brugge en omstreken voor de 50ste maal het MAfestival plaats. Klassiek Centraal sprak met directeur Tomas Bisschop over de betekenis van deze feesteditie, het belang van de historische uitvoe-ringspraktijk en een publiek van oudjes. “De vergrijzing is juist een gigantische kans.”

 

Oude muziek in Brugge en het Ommeland: dat is waar het MAfestival anno 2013 meer dan ooit garant voor staat. Het Festival van Vlaanderen Brugge blaast dit jaar 50 kaarsjes uit, en doet dat in stijl, met onder andere verschillende generaties musici, twee producties rond Bachs vioolpartita's en een muzikale fietstocht. In dit jubileumjaar is er vanzelfsprekend ook aandacht voor de geschiedenis van deze muzikale hoogmis. Een tentoonstelling in het Brugse stadsarchief toont vanaf 18 juli in woord en beeld hoe het festival de huiselijke kring ontgroeide en zich onder de gepassioneerde leiding van een handvol idealisten ontpopte tot een professioneel, internationaal evenement rond oude muziek – één van de eerste in zijn soort in Europa.

 

Wie de geschiedenis van Musica Antiqua vertelt, kan niet om de naam van wijlen Robrecht Dewitte heen, wiens onvoorwaardelijke inzet het festival mee op de kaart heeft gezet. Als medeoprichter en bezieler leidde hij het festival tot in 2004, alvorens de fakkel door te geven aan Bart Demuyt. Die werd op zijn beurt opgevolgd door Stefan Dewitte, zoon van, en in 2007 door het duo Hendrik Storme en Tomas Bisschop. Sinds 2009 is Tomas Bisschop de enige directeur van het MAfestival, nadat vriend en collega Storme naar het KlaraFestival verhuisde. De West-Vlaming beslist op eigen houtje over de artistieke invulling van het festival. “Overleg met collega-organisatoren van andere festivals is natuurlijk zeer interessant, maar de eindbeslissing wordt wel door mij genomen.”

 

Ik ontmoet Bisschop in het LOD|muziektheater, een Gents kunstenaarshuis voor opera en ander muziektheater op de Bijlokesite. Het is de eerste dag van de weerkundige lente, maar het regent pijpenstelen. Voor mij zit de Herman Schueremans van de oude muziek, al wuift Bisschop zo'n vergelijking kordaat weg. “Schueremans werkt met Rock Werchter op een zeer commerciële manier, wat evident is, maar wat bij het MAfestival veel minder speelt. Het initiële idee om een kwaliteitsvol festival samen te stellen is wel gelijklopend, maar de inhoud en doelgroep van beide festivals zijn totaal verschillend. Je boekt groepen, ensembles zoals wij ze noemen, waarvan je denkt dat ze een interessante weergave vormen van wat zich op dit moment afspeelt in de oude muziek, en die een publiek kunnen bereiken dat daarvoor openstaat.”

 

– Het MAfestival is op zoek naar ensembles met een uitgesproken profiel die in interactie treden met het publiek. Hoe verloopt de prospectie van deze ensembles?

 

Bisschop: Dat is een zeer arbeidsintensief werk, dat maar resultaat geeft na een aantal jaren waarin je je netwerk uitbouwt. Het volstaat niet om even op internet te gaan googelen naar een interessante artiest. De wereld van de oude muziek is een zeer actieve wereld waarin je een aantal compagnons de routes vindt waarin je kan geloven, die je uitnodigt en die het al dan niet waarmaken. Op die manier kom je weer in contact met anderen en zo ontstaat een voortdurende flow. Het is een zeer internationaal werkveld. Ik verplaats mij daarom regelmatig om mensen te ontmoeten en zaken te gaan beluisteren die over enkele jaren op het festivalprogramma kunnen komen. Ik wil de ensembles altijd live gehoord hebben, want op cd kan er zeer veel gemanipuleerd en gemaskeerd worden. Maar hoe dan ook blijft het MAfestival natuurlijk altijd een momentopname. Of een concert slaagt, hangt van veel externe factoren af. En misschien is het concert voor mij zeer geslaagd, maar net iets minder voor mijn buurman. Zoiets is allemaal zeer persoonlijk.

 

– De voorbije jaren had het MAfestival steeds een thema: Londen en de Engelse muziek in 2008, of de Oriënt Express en de invloed van niet-westerse culturen op 'onze' muziek in 2010. Heeft het festival ook dit jaar een specifiek thema?

 

Bisschop: Het gaat om een feesteditie, maar als je er het programma op naslaat, is het eigenlijk een weergave van wat het festival de voorbije vijftig edities heeft kunnen realiseren. En dat is vooral het aanbieden van een podium aan de nieuwste generatie musici, maar ook de context creëren waarbij er een professionele omgeving is die alles in perspectief plaatst. Concrete voorbeelden hiervan zijn vader en zoon Suzuki die samen het podium opgaan, het duorecital met Petra Somlai en Bart van Oort – beide oud-laureaten van ons festival – of het Partita Project: twee programma's waarbij het genre van de partita door hedendaagse artiesten en kunstenaars als uitgangspunt wordt genomen voor enerzijds een dansproductie en anderzijds een jazzy improvisatiesessie. We leggen dus echt de brug tussen wat we gerealiseerd hebben in het verleden en wat het festival vandaag de dag betekent. Ook het slotconcert van het festival blikt zowel terug als vooruit. De H-moll Messe is voor de Barokperiode een culminatiepunt. De esthetiek die Bach gebruikt is immers een synthese van wat er op dat moment van compositietechnieken aan bod kwam en die geïntegreerd worden in de Latijnse mis, het archaïsche genre bij uitstek. In deze compositie zelf zit heel veel van wat het MAfestival wil betekenen. Het thema zit hem dus zowel in de uitvoerders, de combinaties als het repertoire zelf.

 

Kritisch en eigentijds

 

Het MAfestival wil een kritisch-eigentijds festival zijn met de oude muziek als uitgangspunt, zo vertelt Bisschop. Geen museaal festival, maar wel een evenement dat met beide voeten in de wereld van vandaag staat met artiesten die vooruit kijken en een bepaalde positie willen innemen in het actieve cultuurleven. Het MAfestival is hun spreekbuis. “De grote uitdaging is de oude muziek te actualiseren en relevant te maken in de 21ste eeuw”, vat Bisschop de opdrachtverklaring in één zin samen. Voorwaar geen eenvoudige opgave. Want wat is – in dit moderne, digitale tijdperk waarin muziek en geluid alomtegenwoordig zijn – de waarde nog van muziek uit pakweg de 17de eeuw? Bovendien liggen de pioniersjaren van de historische uitvoeringspraktijk al even achter ons.

 

– Is de historische uitvoeringspraktijk eigenlijk nog wel relevant, en welk effect heeft dit op het MAfestival?

 

Bisschop: Ik vind het uiteraard een zeer goede zaak dat de historische uitvoeringspraktijk er is. Alleen moeten we opletten dat dit geen strop rond de nek wordt, en het enige criterium is om iets te boeken. Ik vind de manier waarop musici van vandaag hiermee omgaan interessanter dan het idee van de historische uitvoeringspraktijk op zich. Iets dat niet goed klinkt, maar wel historisch verantwoord is, daar heb je eigenlijk niks aan. En laten we eerlijk zijn: het blijft een proberen. We zullen nooit helemaal weten hoe iets geklonken heeft. Bovendien vind ik dat je heel sterk rekening moet houden met de context van vandaag, die je niet kan vergelijken met deze uit het verleden, zelf al heb je de juiste bronnen en dergelijke. Onze muzikale beleving wordt heel sterk bepaald door wat er rondom ons gebeurt. We gaan met 21ste-eeuwse oren naar een concert luisteren en hebben een bepaald verwachtingspatroon. Zo kan je het stuk vooraf al op cd beluisterd hebben. Bovendien kennen we het begrip stilte op een andere manier. Er is dus veel meer dat onze perceptie van klank beïnvloedt dan alleen het instrumentarium, de articulatie, de boogvoering, enzovoort. In de beleving van een concert is de historische uitvoeringspraktijk dus maar één aspect.

 

– Hoe probeert u het festivalgevoel aan te wakkeren?

 

Bisschop: Sowieso zit je met een goed gevuld programma. Zo hebben we voor de derde keer een Fringereeks. Samen met het Festival Oude Muziek Utrecht worden jonge ensembles geselecteerd op basis van een opname en cv. In de eerste week van juni wordt dan duidelijk wie eerst in Brugge en vervolgens ook in Utrecht op het podium zal staan. Zij mogen zich in de namiddag voorstellen aan het publiek, dat op die manier nieuwe ontdekkingen kan doen. Er zijn twee concerten per dag, en deze zijn gratis toegankelijk. Je hebt daarnaast ook een concours dat echt leeft, want iedere dag is er wel een preselectie, halve finale of finale. Er is ook een expo van historische klavierinstrumenten en voor ieder concert is er een inleiding, een lezing of een interview met de artiest. Als je naar Brugge komt, is er dus heel veel te beleven. Er zijn ten slotte ook twee activiteiten die buiten Brugge gaan. De eerste zondag gaan we naar het polderdorpje Lissewege, waar een muzikaal parcours gemaakt wordt van vier concerten op vier locaties, inclusief een lunch. Het andere initiatief is nieuw in 2013 en heet Vélo Baroque. Daarmee organiseren we een muzikale fietstocht van 30 kilometer waarbij het publiek onderweg verrast wordt met concerten.

 

– Worden er ook evenementen specifiek voor deze 50ste verjaardag georganiseerd?

 

Bisschop: We maken een feestprogramma, de Early Music All Stars, waarin we een tiental laureaten van ons internationaal concours in diverse constellaties samenbrengen met Il Gardellino, dat dit jaar vijfentwintig jaar bestaat en ontstaan is in de schoot van ons festival.

 

– En zijn er ook dit jaar weer premières gepland?

 

Bisschop: Er zijn meerdere programma’s die enkel in Brugge aangeboden worden. De Early Music All Stars is er natuurlijk één van, net als het Partita Project. Het concert van de Suzuki's is ook een unieke productie die op vraag van het festival wordt gemaakt.

 

– Wat is volgens u de grootste verdienste van het MAfestival?

 

Bisschop: De grootste verdienste van het festival is dat het van in den beginne consequent een professionele omkadering heeft geboden voor de nieuwe beweging van de oude muziek. Het was het eerste festival in België dat aan oude muziek een plaats gaf. Bovendien heeft het een concours georganiseerd waarbij de nieuwe generatie musici zich konden meten met hun collega's. In die tijd waren er amper conservatoria die een opleiding in de oude muziek aanboden. Het festival bood deze mensen een feedbackmoment, en heeft op die manier de beste artiesten naar Brugge gehaald. Het heeft er ook voor gezorgd dat het genre oude muziek, met de historische uitvoeringspraktijk als uitgangspunt, geïntegreerd is in alle reguliere concertzalen.

 

Wakker blijven

 

Opdracht volbracht, zo lijkt het dus wel. Maar niettegenstaande Tomas Bisschop de toekomst vol vertrouwen en met ambitie tegemoet ziet, steekt hij toch een waarschuwende vinger op. “Het frappante aan heel de oudemuziekbeweging is dat ze ontstaan is vanuit een soort rebellie tegen het toenmalige muziekestablishment, een reactie tegen het romantiserende van de muziekwereld waarbij alles op dezelfde manier wordt uitgevoerd. Het grote gevaar op dit moment is dat de beweging zichzelf ook als gevestigd gaat beschouwen, en niet meer die verfrissende ideeën van in het begin zal uitdragen. En dan is het aan ons als festival om als het ware wat keet te schoppen en de oude muziek alive and kicking te houden.” Volgens Bisschop tracht het MAfestival om, los van wat de grote concertzalen programmeren, voor een gespecialiseerd publiek hedendaagse alternatieven aan te bieden met een scherp kantje. “Laat ons dus vooral wakker blijven. Want door af en toe buiten de lijntjes te kleuren, geef je opnieuw dynamiek aan de beweging.”

 

– Hoe moeilijk is het om als festivalorganisator de heug en meug van het publiek in te schatten?

 

Bisschop: Het publiek is kritisch en geëngageerd en komt met een open blik luisteren. Je moet eerlijk zijn met je publiek. Je mag het zeker niet onderschatten en moet altijd het beste willen presenteren. Er wordt veel over leeftijd gesproken, maar ik vind dat eigenlijk geen probleem. De vergrijzing is juist een gigantische kans. Het publiek groeit alleen maar aan, wat niet wegneemt dat we ook moeten investeren in een jong publiek. Ik vind verjonging zeer belangrijk, maar het is geen mantra. Iedereen is welkom.

 

– Wordt u daarbij ook geholpen door onderzoek, bevragingen, en dergelijke?

 

Bisschop: Wij bevragen ons publiek, maar houden ook heel nauw bij hoe een publiek reageert op het aanbod en de communicatie. We zijn daar zeer actief mee bezig. We spreken met ons publiek en houden ook de ticketverkoop nauwlettend in de gaten. Wanneer er geboekt wordt, heeft veel te maken met de aard van het publiek. Zo boeken jongeren hun tickets bijvoorbeeld later.

 

– Het festival is zeer sterk vergroeid met de stad Brugge: hoe verloopt de samenwerking met het stadsbestuur?

 

Bisschop: Zeer goed. We hebben nu natuurlijk een nieuw stadsbestuur, dus dat is nog even afwachten, maar we hebben van oudsher een zeer goede relatie met de stad. We staan ook niet alleen in Brugge. Er is een fantastisch concertgebouw met een zeer interessante werking en een uitstekende akoestiek voor het repertoire dat wij brengen. We werken heel nauw met hen samen op het vlak van artistieke productie en communicatie. Als je bovendien ziet hoeveel publiek er jaarlijks naar Brugge komt om in het concertgebouw aan cultuur te doen, dan is dat ook voor ons een zeer grote meerwaarde. En omgekeerd heeft het concertgebouw geen programmering in de zomer, maar dan is er het MAfestival. We versterken dus elkaar. Maar we werken daarnaast ook samen met het Cultuurcentrum Brugge, het Cactus Muziekcentrum, kunstencentrum De Werf, enzovoort.

 

– Trekt het MAfestival eigenlijk veel toeristen aan, en is het omgekeerd geen probleem dat het festival in de vakantieperiode plaatsvindt?

 

Bisschop: Ik zie het als een voordeel dat er nog een goede lastminuteverkoop is door de vele toeristen in de stad. Maar wij hebben ook veel mensen die ons festival al jaren volgen en die nu al een hotel boeken om het festival mee te maken. In die zin genereren wij ook publiek voor de toeristische sector.

 

– Hoe is het toeschouwersaantal de voorbije jaren geëvolueerd?

 

Bisschop: Wij zitten momenteel rond de 13.000 bezoekers op tien dagen. En dat is een constante, wat natuurlijk zeer goed is. Echt veel ruimte om te groeien is er niet meer. Vorig jaar hadden we immers een bezettingsgraad van 92%.

 

Unieke plaats

 

Zomer of niet, oud of jong: mede dankzij een trouw publiek is het MAfestival dus ieder jaar weer een schot in de roos. Het was vijftig jaar geleden een van de eerste en enige oudemuziekfestivals, en werd sindsdien meermaals gekopieerd. “Dat is goed, want een teken dat het festival heel veel kwaliteit in zich heeft”, weet Bisschop. “Maar dat betekent dus ook dat de oudemuziekbeweging heel sterk geïntegreerd is in het reguliere concertleven, en anderzijds dat er zeer veel festivals bijgekomen zijn. Ik ben zelf lid van een internationaal netwerk van oudemuziekfestivals (het REMA, Réseau Européen de Musique Ancienne, nvdr.) dat op dit moment vijfenzeventig leden telt. En er zijn er nog veel die geen lid zijn. Dat is een gigantisch aanbod. Wat wel opvallend is, is dat we met onze scherpe kantjes opnieuw een voortrekkersrol spelen. Veel festivals zijn nog enkel bezig met het presenteren van oude muziek, los van de kritische vragen die wij soms durven te stellen. Op dat vlak hebben we een unieke plaats, en zijn er veel collega's die in de zomer langskomen om dingen te ontdekken.

 

– In welke mate kunnen de inkomsten uit ticketverkoop de kosten van het festival dekken?

 

Bisschop: Helemaal niet. Dat is onmogelijk. Daarvoor moet je bij Herman Schueremans zijn. We kunnen het enkel bolwerken met subsidies, sponsoring en door te werken met vrijwilligers. Het aandeel tickets is nochtans groot bij ons. Een bezettingsgraad van 92% genereert zeker wel wat inkomsten, maar geen enkel concert is zelfbedruipend. We krijgen nu voor vier bijkomende jaren subsidies van Vlaanderen, en ook bij de stad en de provincies zijn de subsidies gegarandeerd. Dat zit dus wel goed.

 

– Het MAfestival staat in het bijzonder bekend omwille van zijn internationale wedstrijd Musica Antiqua. Hoe verloopt specifiek de organisatie van zo'n concours? En welke prijzen kunnen er gewonnen worden?

 

Bisschop: Ik stel zelf de vijfkoppige jury samen, en ga daarbij op zoek naar een interessante mix van ervaren uitvoerders en internationale docenten. Het programma wordt door juryvoorzitter Johan Huys voorgelegd, en samen met het reglement internationaal verspreid. Wat de kandidaten moeten spelen, wordt in grote lijnen opgelegd. Er is enerzijds een geldprijs, maar wat ik persoonlijk belangrijker vind, is dat de winnaar de mogelijkheid krijgt om concerten te spelen. Voor een jong musicus is het zeer belangrijk om zich te kunnen presenteren aan een publiek. Hij of zij wordt sowieso uitgenodigd voor één concert in Brugge. En dan hebben we een aantal partnerships met collega-organisatoren zoals Bozar, het museum Vleeshuis in Antwerpen en nu ook het Beethovenhaus in Bonn, waar zij gegarandeerd een concert mogen spelen in het seizoen of twee seizoenen later. Nieuw dit jaar is de samenwerking met het cd-label Alpha, waarbij een professionele opname wordt aangeboden aan één van de laureaten. Ze krijgen dus een cd die in het commerciële circuit terechtkomt en die ze kunnen gebruiken als promotiemateriaal. We hebben ook een samenwerking met het European Union Baroque Orchestra (EUBO), waarbij de winnaar uitgenodigd kan worden om met het orkest op internationale tournee te gaan. De laureaten krijgen dus heel veel speelmogelijkheden in het internationale circuit.

 

– Zijn er voor dit jaar nieuwe uitdagingen voor de deelnemende muzikanten?

 

Bisschop: Het idee van de actualisering van de oude muziek zit ook in het programma van de wedstrijd, in die zin dat we in de halve finale steeds iets speciaals vragen. Vorig jaar was dat een compositieopdracht, dit jaar is dat een grafische partituur. De kandidaten weten nog niet welke partituur dit zal zijn. Die wordt hen opgestuurd na het afsluiten van de inschrijvingsperiode. Het creëren van een compositie uit 1960-1980 is eigenlijk iets atypisch voor een pianofortespeler. We vragen dit om de musici uit te dagen. Hoe gaan ze met zoiets om als je ganse dagen met oude muziek bezig bent? Er zijn er die daar heel creatief mee omgaan, maar er zijn er ook die niet weten hoe aan zoiets te beginnen. Het ene is daarom niet beter als het andere, maar het zegt wel iets over de musicus in kwestie.

 

– Hoe groot is de impact van het concours in de wereld van de (oude) muziek?

 

Bisschop: Vrij groot. Het is opvallend dat heel veel laureaten opgepikt worden door ensembles en cd-labels of zelf een ensemble beginnen. De wedstrijd heeft dus zeker impact. Bovendien is het mooi om te zien dat vele laureaten – Christophe Rousset, Pierre Hantaï of Kristian Bezuidenhout – het in hun cv blijven schrijven. We verplichten hen niet om dit te doen, maar het staat er wel in. Dat zegt wel iets natuurlijk. Heel veel musici die in Brugge gepasseerd zijn, komen binnen afzienbare tijd op de grote podia terecht. Maar je moet ze natuurlijk de tijd geven.

 

– Waarom moeten mensen die nog nooit het MAfestival hebben bijgewoond dit jaar zeker naar Brugge afzakken?

 

Bisschop: Omdat het gewoon een steengoed festival is door de mix van zeer enthousiaste musici van verschillende generaties en de unieke context waarin heel wat te beleven valt. Je voelt dat ook als je op het festival bent: hier gebeurt iets, maar het is moeilijk te omschrijven waaraan dat ligt. Mensen ontmoeten elkaar en spreken elkaar aan over de concerten die ze meemaken. Je hebt echt een festivalsfeer. En dan is er nog de meerwaarde van het concours. Dat heeft natuurlijk wel iets: de spanning die daarrond hangt, hoe die jonge mensen omgaan met stress. En je kan alles van op de eerste rij meemaken. Dat is toch wel iets speciaals.

 

– Als u de geplande reeks concerten bekijkt, naar welk concert kijkt u dan zelf het meest uit?

 

Bisschop: Dat is een onmogelijke vraag, omdat ik achter het ganse programma sta. Ik kijk natuurlijk uit naar de creaties, omdat ik niet weet wat het resultaat zal zijn. Maar de kwaliteit van het openingsconcert – Orlando met René Jacobs, B'Rock en vijf fantastische solisten – dat is uniek en een ongelooflijke meerwaarde voor het festival.

 

De ticketverkoop van het MAfestival is sinds 8 april open voor het grote publiek.