Voor de allereerste keer in het bestaan van het ensemble, organiseerde het dit jaar 40-jarige La Petite Bande een persconferentie. De reden: de nieuwe subsidieronde voor de komende vier jaar (periode 2013/16) waar er de vrees bestaat dat LPB de subsidies zoals ze nu zijn moeilijk zal kunnen houden.

De commissie die de minister adviseert is immers precies dezelfde als diegene die drie jaar geleden LPB de subsidies wou ontzeggen. Het was toenmalig minister van cultuur, Bert Anciaux, die het advies niet volgde (wat best kan want het advies is een advies om een bepaalde beslissing te nemen maar het is niet de definitieve beslissing) en het ensemble onder leiding van Sigiswald Kuijken de subsidies verlengde, al werd het uiteindelijk toegezegde bedrag naar beneden afgerond. Gezien dezelfde personen advies moeten uitbrengen is er de nodige onrust bij La Petite Bande maar is dit wel nodig? Er werd in het toen negatieve verslag onder meer verweten aan LPB niet vernieuwend te zijn. Intussen zal iedereen wel gemerkt hebben dat LPB vernieuwender is dan velen denken en/of beseffen. Onder meer om die reden kwamen in 2009 talloze reacties uit binnen- en buitenland over dat negatieve rapport. Herinner dat er meer dan 20.000 handtekeningen werden verzameld in een petitie om LPB te steunen (via de oproep op Klassiek Centraal kwamen er iets meer dan 2.000 handtekeningen).

De vernieuwing

LPB is eigenlijk sinds het ontstaan vernieuwend geweest. Het was een van de eerste ensembles dat het verloren, vergeten, onder het stof liggende instrumentaal erfgoed nieuw leven inblies. Na ontelbare successen en wereldfaam verworven te hebben met de werkwijze ging de zoektocht naar meer en beter onophoudelijk verder. Zo kwam LPB als eerste op de proppen met het ‘afschaffen’ van het in koor zingen van de Bach cantates en passies. Men schakelde over op vier en in het beste geval op acht solisten omdat er, na grondige studie, van uitgegaan wordt dat Bach zo werkte en het ook zo wenstte. Hierover is in de wereld van muziek het laatste woord nog niet gezegd en ook daar heeft LPB opnieuw een verdienste: het niet uit de weg gaan van historisch onderzoek en dingen naar voor te brengen die iedereen met verstomming doet luisteren én doet nadenken. Vandaag zijn er al vele navolgers van het solistisch zingen van onder meer de Bach  cantates. En dus ging Sigiswald Kuijken verder neuzen en herontdekte de Viola de spala. Geen bevlieging maar opnieuw historisch sterk te staven. Sinds 2006 is Sigiswald Kuijken dat strijkinstrument gaan bespelen dat trouwens opvallend diep en warm klinkt met een grote draagkracht. Het blijkt dat in de wijde omgeving van Bachs werkterrein dit instrument gebruikt werd in plaats van de cello maar men kende het tot in Italië en mogelijk ook elders. En zie, opnieuw zijn er al vele navolgers van Kuijken en worden er opnieuw viola da spala’s gebouwd en bespeeld. Het erfgoed op die wijze opnieuw leven inblazen en terug actief in te zetten in het vertolken van de muziek is baanbrekend en meer dan vernieuwend. Alleen deze verdiensten van La Petite Bande zijn op wereldvlak dermate belangrijk dat een subsidie meer dan verantwoord is, ook de komende vier jaar.

Sigiswalds opvolger is Benjamin

Sigiswald Kuijken ziet op de kalender dat hij er niet jonger op wordt. Intussen 67 jaar jong beseft hij dat er moet gewerkt worden aan opvolging om de visie en de werking van La Petite Bande zoals de voorbije 40 jaar levend te houden en een toekomst te bieden. Er is immers nog ontzettend veel werk te verrichten, zeg maar dat het nooit echt ‘gedaan’ zal zijn. Niemand minder dan de jonge Franse hoogbegaafde klavecinist en orgellist Benjamin Alard zal meer dan waarschijnlijk op middellange termijn Sigiswald Kuijken als leider van La Petite Bande opvolgen. Benjamin Alard werd in het verleden voor twee cd’s opnames door Klassiek Centraal bekroond met twee Gouden Labels.

De komende drie seizoenen (nog niet dit net gestarte seizoen) zal Benjamin drie projecten leiden waar Sigiswald niet bij betrokken wordt. Voor de eerste keer in meer dan 40 jaar staat hij aan de zijlijn al zal hij wel met dichtgeknepen ogen tussen de spleetjes de dingen gadeslaan. Alard is een perfecte keuze. De visies van beide musici kennen een grote harmonie en algemene overeenstemming. Het spreekt voor zich dat Alard op termijn zijn eigen aksenten zal leggen, dit is volkomen normaal maar hij zal zeker geen afbreuk doen aan de vele vernieuwende en historisch verantwoorde opvoeringen aller aard van La Petite Bande.

Jong Talent

La Petite Bande heeft consequent sinds het onstaan altijd jong talent kansen gegeven. Vele musici die nu wereldfaam genieten, danken hun carrière aan La Petite Bande. In alle opzichten kan je LPB een vruchtbare bodem noemen voor het levend houden en opnieuw tot leven wekken van het muzikale erfgoed. We hopen dat jong talent blijvend kansen geboden kan worden op de internationale podia dankzij de inzet van LPB. We citeren graag Louis Tobback, burgemeester van Leuven die de aanwezigen op de persconferentie toesprak: “De bijdragen van de verschillende overheden en dus ook van onze stad Leuven aan La Petite Bande zijn goed geïnvesteerd geld. Daar wil ik dit en komend gemeentebestuur toe aanzetten om te blijven bijdragen aan het welzijn van La Petite Bande”. LPB mag wat het residentschap in Leuven betreft op beide oren slapen. Samen met LPB wachten we af hoe de commissie zal oordelen en hoe de minister het oordeel zal inschatten en opvolgen.

Het programma van het seizoen 2011/12 vind u op de weblink van La Petite Bande.

Je kan fan worden van La Petite Bande op facebook via volgende link:

http://www.facebook.com/groups/173280932708110/doc/247459298623606/

De integrale toespraak van Sigiswald Kuijken op de persconferentie in Museum M te leuven op  13 september

Mijn hele leven lang heb ik als musicus een welbepaalde lijn gevolgd :  een lijn die niet zomaar het gevolg was van een eenmalige ‘beslissing’ of van een of ander principe dat iemand me ooit bijbracht – neen : het is een lijn die volgde uit een innerlijke noodzaak, een lijn die voortkomt uit een soort vlammetje dat in mij brandt en mij dierbaar is.

En wat zegt mij dat vlammetje over muziek ? Dat muziek  (uit welke tijd dan ook) in zich een kernheeft van waaruit ze kon ontstaan en van waaruit we ook moeten proberen haar uit te voeren, wil ze met  haar oorspronkelijke frisse impact op onze  ervaring inwerken.

Het is mijn vaste overtuiging dat deze kern ook vandaag leeft in ieder van ons, net zoals het òòk die kern was die in de componist leefde toen hij leefde en schreef – dààr moeten we hem dus proberen te ontmoeten, willen we hem enigszins begrijpen!

We moeten dus een capaciteit van inleving ontwikkelen, een welbepaalde soort aandacht voor de componist en zijn tijd, voor de heersende stijl en leefhouding van zijn tijd en omgeving, willen we een kans maken op een hechtere ‘ontmoeting’ over de tijd heen.

Om dit alles na te streven en praktisch naar buiten te brengen is er vanzelfsprekend naast studie en groeiend inzicht ook een instrument nodig,  gereedschap  om mee te werken.

Precies zò is LA PETITE BANDE sinds binnenkort veertig jaar  een instrument bij uitstek – een instrument waarvan ik mag zeggen dat ik het zelf bouwde en ook leerde bespelen; het is allicht het voornaamste werktuig in mijn hand – wat niet betekent dat het het énige is : het allereerste ‘instrument’  in iemands handen is immers hoe dan ook het talent dat hij kreeg zonder dat hij het zelf veroorzaakte  of verdienste aan had…

LA PETITE BANDE “blijft dus bij haar zaak”, zij laat haar filosofie niet verwateren; liever blijft ze (nu we toch over water spreken) tegen stroom in varen  (dat deed ze immers eigenlijk altijd al !!!). Deze houding is volgens mij méér en meer noodzakelijk in deze tijden, mede als teken daarvan, dat niet iedereen met de groeiende banaliteit van  onze “eigentijdse” cultuurmodes wil meegaan, laat staan ze gretig wil omarmen…

Dit alles wilde ik u  hierbij nog eens duidelijk gezegd hebben,  nu  om allerlei redenen LA PETITE BANDE in deze periode op een soort kruispunt staat in haar bestaan – en dus in een situatie waarin deze uitgangspunten zeker ook een belangrijke rol spelen.

Waarom staat LA PETITE BANDE in voor een soort “kruispunt “ in haar bestaan ?  Twee elementen zal ik u aanduiden, en u zult het verband tussen beide begrijpen.

Het eerste is, dat in deze dagen van september de officiële aanvragen voor de  subsidies voor de volgende vier jaar ( ‘13 tot en met ’16), moeten worden opgestuurd naar de bevoegde diensten van ons Vlaams Cultuurministerie. U moet weten dat een orkest als het onze, binnen het systeem dat in West-Europa is gegroeid sedert een 20tal jaren, geen kans op overleven heeft zonder dergelijke subsidies. Misschien herinnert u zich nog hoe de commissie die bij de vorige subsidieronde (over 2010  – ’11 –  ’12) de toenmalige Minister Anciaux moest adviseren de subsidies voor LA PETITE BANDE  duidelijk wilde stoppen, om ons nog steeds grotendeels onduidelijke redenen. Dat wij in 2010 alsnogeen (zij het wat verminderde) subsidie mochten ontvangen van Minister Anciaux geschiedde ondanks het zeer negatieve advies dat hij had gekregen, en dank zij wereldwijde steun via een internet petitie die hem hadden duidelijk gemaakt dat een schorsing van LA PETITE BANDE als een daad van culturele onwetendheid en kortzichtigheid zou worden ervaren door wie het zou vernemen, en dus het imago van het Vlaamse cultuurbeleid zéér zou schaden… — Ik wil hier geen verdere woorden aan besteden behalve deze : dat de commissie die in mei 2012 Minister Schauvliege moet adviseren precies dezelfde commissie is die ons de vorige keer wég wilde van lijst der gegadigden. Logisch gezien hangt er dus een donkere wolk boven ons hoofd wat betreft de subsidiëring, en dreigt LA PETITE BANDE daardoor in een hopeloze situatie te verzeilen…

Wij hebben de bezwaren die de commissie eerder maakte tegen onze werking wel degelijk overdacht en kritisch beschouwd, en er was zelfs ook een dialoog met hen daarover.

Eén hunner aanmerkingen heeft ons sindsdien toch bijzonder aan het denken gezet, temeer omdat datgene waarover het ging òòk vanuit een andere hoek bij ons werd aangekaart, nl. vanwege vele musici en aankomende musici in ons specifieke werkterrein van oude muziek. Het gaat om de vraag wat er zou (of zal) gebeuren wanneer ik (Sigiswald Kuijken) zou beslissen om minder te gaan werken – of desgevallend zou ophouden met LA PETITE BANDE.

Dat deze vraag ergens legitiem is staat natuurlijk  buiten kijf : niemand weet wat de toekomst brengt, en met mijn 67 jaren moet ik niet doen alsof ik 45 ben. Dit onderwerp leidt ons naar het tweede element, de tweede reden waarom ik daarnet beweerde dat LA PETITE BANDE op een bijzonder kruispunt in haar bestaanstraject  staat:

Ik wil u  toevertrouwen dat ik tot voor redelijk korte tijd er eigenlijk van uitging dat er op een bepaald moment – als ik daartoe zou besluiten – een eind zou komen aan het avontuur dat LA PETITE BANDE is. Ook in de vorige subsidieaanvraag (2008) had ik dit zo laten doorschemeren – iets waar de commissie niet geheel onverwachts vragen bij had (hoe lang zou LA PETITE BANDE dan nog moeten worden gesteund ??? en was deze factor dan geen argument om nu al  te stoppen met subsidie-geven ????).

Het leek me dus indertijd  inderdaad ondenkbaar (zoniet ondoenbaar) om dit ensemble niet samen met mij te laten ‘stoppen’ als het moment daartoe zou gekomen zijn.

En toch, in dit standpunt , dat LA PETITE BANDE met mij zou ophouden te bestaan, is de laatste tijd beweging gekomen. Zoals ik al zei, vooral hierom :

Van verschillende jonge musici en ook gedreven muziekstudenten uit onze werkkring krijg ik namelijk steeds vaker te horen hoe zeer wij onder de bestaande werkzame ensembles langzamerhand  een‘witte raaf’ aan het worden zijn, omdat we aan onze dieperliggende artistieke motivaties en integriteitblijven voorrang geven, en niet toegeven aan de trendy “noden” van het cultuurbedrijf  om ons bestaan te verzekeren.  Dit treft mij zeer: ik merk dat deze mensen wel degelijk uit ervaring spreken, vanuit hun be-leefde praktijk.

Zij verzekeren mij dat als LA PETITE BANDE met mij zou stoppen, òòk het soort musiceren en muziek-denken dat in LA PETITE BANDE leeft versneld zou uitdoven; dat dit voor hen een onherstelbaar verlies zou zijn.  Dit levenswerk moet dus verder blijven bloeien, wordt mij met klem voorgehouden – òòk als ik er niet meer bij ben. Daarom dringen zij erop aan, dat ik zou proberen om een geleidelijke weg te vinden om de groep ook zonder mij  verder te laten “bestaan” zonder dat ze haar eigen oorsprong vergeet of verloochent…

Mettertijd ben ik mij gaan inleven in deze voor mij andere en ongewone gedachtegang; de oproep vond  tenslotte een echo in mij,  en ik  ben mij gaan voorstellen hoe dit dan wel in zijn werk zou kunnen of moeten gaan .

Gedurende haar hele bestaan heeft LA PETITE BANDE essentiëel gewerkt met jong talent; de doorstroming tussen de generaties was steeds zéér intens, en dank zij de artistieke integriteit  leefde er altijd een dankbare sfeer van samen ontdekken en ontwikkelen. Ook nu nog  is dit de kern van wat wij beleven als wij samenwerken. Het is dus zaak, dit kernpunt niet te verliezen in de toekomst – dat is immers wat jongeren -in – het -beroep van mij  verwachten .

Daarom hebben we nu concreet het plan opgevat om in de komende seizoenen een paar projecten in te bouwen waar ik zelf niet lijfelijk zal aan meewerken, en die derhalve onder de leiding zullen staan van een door ons uitgekozen musicus in wiens talent wij een bijzonder groot vertrouwen hebben;  De eerste waaraan wij dachten is  de jonge klavecinist en organist Benjamin Alard. Hij mag dan wel ruim veertig jaar jonger zijn dan ik – we spelen en denken vanuit dezelfde bron, vanuit dezelfde inzichten en overtuigingen, zo merken wij sinds een paar jaar al…

Benjamin Alard was op 19-jarige leeftijd eerste laureaat van de befaamde internationale klavecimbel-wedstrijd te Brugge, en is ook organist aan de kerk van St Louis en l’Île  te Parijs.  In korte tijd heeft hij een indrukwekkende  carrière opgebouwd als klavecinist en organist ; zijn CD-opnamen en concertoptredens  worden overal enthousiast onthaald. Met LA PETITE BANDE maakte hij al twee concertreizen doorheen Japan;  hij trad daarbij ook als solist op. –  Het is een groot geluk,  om over de (leef)tijd heen zulk een getalenteerde en gelijkgestemde geestesgenoot te vinden  die  zijn leven nog vòòr hem heeft liggen.  Hij heeft een duidelijk gestructureerde geest en opvatting in zijn spel, die hij ook naar buiten (naar het publiek én de medespelers)  overtuigend kan doorgeven. Wij geloven  dat iemand als hij  in staat is om wat is gegroeid binnen de LA PETITE BANDE-sfeer en werking verder te zetten, als een stuk van zijn pad, met zijn talent en zijn intuïtie.

Wij willen dank zij dit soort experimenten dus ingaan op de wens van een bezorgde en gemotiveerde jongere generatie, en ons nòg meer erop concentreren  hoe we onze spirit kunnen doorgeven en doen overleven. Mogelijks gaan wij in deze zin ook aan anderen naast  Benjamin Alard gelijkaardige projecten willen aanbieden in de toekomst, maar wij wilden alvast deze wending aan u mededelen. Het is de bedoeling dat aanvankelijk één project per seizoen zonder mijn toedoen wordt gerealiseerd.

Vanaf het seizoen 2012-2013 zult u dus kunnen mee-beleven hoe dit experiment  zijn start neemt  :  in april 2013  zal LA PETITE BANDE olv Benjamin Alard een programma presenteren  naar zijn keuze, opgebouwd rond de orgelconcerti van Georg Friedrich Händel.