Het Goeyvaerts String Trio, genoemd naar Karel Goeyvaerts (1923-1993), de Belgische voorvechter van de seriële muziek, werd al in 1997 opgericht, maar is in de afgelopen paar jaar werkelijk als een komeet omhoog geschoten. De leden, violiste Kristien Roels, altviolist Kris Matthynssens en cellist Pieter Stas wonen en werken allen in Sint-Niklaas, een stadje tussen Antwerpen en Gent.

Het Goeyvaerts String Trio, genoemd naar Karel Goeyvaerts (1923-1993), de Belgische voorvechter van de seriële muziek, werd al in 1997 opgericht, maar is in de afgelopen paar jaar werkelijk als een komeet omhoog geschoten. De leden, violiste Kristien Roels, altviolist Kris Matthynssens en cellist Pieter Stas wonen en werken allen in Sint-Niklaas, een stadje tussen Antwerpen en Gent, maar als ze geen les geven, repeteren of andere muzikale bezigheden hebben (zo zingt Stas de baspartij in Cappella Pratensis – klik hier voor de recensie) zijn ze, als het gezinsleven dat tenminste toelaat, op tournee.

Wat het trio zo bijzonder maakt is de doelbewuste keuze voor uitsluitend het repertoire dat pas in de afgelopen eeuw is ontstaan: vanaf 1900 dus. Een strijktrio van Beethoven of Mozart zullen we dus niet op de programma’s vinden, maar daarentegen wel dat van Schönberg, Webern en Schnittke. Hun eerste cd, toen nog op het Pavane-label, was gewijd aan strijktrio’s van drie twintigste-eeuwse Belgische componisten: Joseph Jongen, Louis de Meester en Eugène Ysaÿe.
De samenwerking met Challenge Classics heeft intussen twee cd’s opgeleverd: een met strijktrio’s van Schönberg, Webern en Schnittke (klik hier voor de recensie) en de nieuwste loot aan de stam, met Sofia Goebaidoelina’s in 1988 gecomponeerde Strijktrio, Oleg Paiberdins Organum A-nn-A, Gija Kantsjeli’s Time… and again en Rag-gidon-time, en van Alexander Knaifel ‘E.F. and three visiting cards of the poet’ met de componist die zelf gedichten en een gebed van Fjodor Ivanovitsj Tijoetsjev voordraagt. Het zeer interessante programma, de vele lovende kritieken en de aandacht van de media bracht hen vandaag ook in het Bimhuis (die typische zwarte ‘doos’ die uit het Muziekgebouw aan ’t IJ steekt)  , waar ze te gast waren in het tv-programma Vrije Geluiden van de VPRO. Daar had ik een gesprek met hen en zouden we het ongetwijfeld onder meer hebben over wat zij zelf noemen het ‘authentieke’ karakter van hun uitvoeringen: als het ook maar enigszins mogelijk is gaan ze bij de componist zélf op bezoek om van hem het kleinste naadje van de kous te weten te komen en met hem aan zijn stuk te werken, in het hol van de leeuw. Dan zijn er de contacten met andere musici waarvan ze vinden dat die over een bepaald werk of over een specifieke uitvoeringsstijl hen zo het een en ander te vertellen hebben. Geen wonder dus dat componisten speciaal voor het Goeyvaerts Trio muziek schrijven, wat het unieke karakter van zowel het ensemble als die muziek nog eens dubbel en dwars onderstreept.

De eerste tekenen waren niet gunstig: het trio was door de VPRO ingepland rond 11.00 uur, maar door sneeuwval in Frankrijk had de Thalys aanzienlijke vertraging opgelopen en die niet meer goed kunnen maken. Het was maar de vraag of het drietal nog op tijd zou verschijnen. “In Zwitserland rijden de treinen het hele jaar door, sneeuw of geen sneeuw, maar misschien is de sneeuw hier wel anders,” hoorde ik iemand mompelen. 
In een van de vele nauwe gangen liep ik Arthur Jussen tegen het lijf. Nee, hij was er niet om uitgebreid over zijn toekomst te praten, maar om voor de muzikale omlijsting te zorgen van het interview tussen Marco Riaskoff (voor Arthur zijn ‘tweede vader’) en de vaste presentator van Vrije Geluiden, Melchior Huurdeman. Riaskoff had maar liefst een kwarteeuw lang de bekende serie Meesterpianisten in het Amsterdamse Concertgebouw georganiseerd en talloze toppianisten daarvoor geëngageerd. Bovendien zou er zondagavond in ‘het Gebouw’ een bijzonder concert plaatsvinden met optredens van een groot aantal van hen, waaronder zelfs een ‘mystery guest’ (dat bleek later Alfred Brendel te zijn). Er viel dus veel over te vertellen en dat deed Riaskoff ook. Een boeiende man met heel veel liefde voor de muziek, ‘zijn’ pianisten en ‘zijn’ publiek. Een man ook die risico’s niet uit de weg ging (“een zaal vol krijgen gaat niet vanzelf en zekerheid heb je nooit”).

 Ondertussen werd veel op de horloges gekeken. Waar bleven de drie Vlamingen? Klik op onderstaande link en u leest niet alleen waar ze bleven maar u verneemt alles over dat sterke project dankzij Aart Van der Wal, hoofdredacteur van Opus Klassiek, zeg maar een evenknie van Klassiek Centraal.