KC: Brussel hoofdstad van zoveel, ook van de muziek?

GL: Ja natuurlijk ! Niet in de zin van de enige stad van de muziek maar Brussel is een plek waar muziek geboden wordt op een heel hoog niveau wat onder meer kan door het aantal inwoners van meer dan 1.000.000 mensen. Een statistisch gegeven… Je kan hier ook nauw corresponderen met de grotere en kleinere instellingen. Het gaat niet zozeer om nog meer aan te bieden maar om een consequent aanbod aan het publiek voor te leggen.

KC: Flagey/PSK: concurrenten, collega’s of concullega’s?

GL: Zo moet jet het niet zien! Ik mag en moet benadrukken dat het om een totaal verschillende aanpak en aanbod gaat. Beide huizen hebben als het ware een eigen wereld. Ik ga met veel plezier naar Bozar en er is meer dan ruimte genoeg in Brussel. Wat zouden we elkaar voor de voet lopen? Er zijn geen antinomieën.

KC: Flagey kende veel kinderziektes: personeelsverloop, financiële zorgen…

GL: Is die vraag aan mij gericht? Toen Flagey met die moeilijkheden had te kampen was ik er niet en bovendien volgde ik het dossier niet. Vijf jaar lang werkte in ik het buitenland en de situatie was me niet voldoende bekend. Vandaag zijn de financies in evenwicht. De Raad van Beheer is eensgezind. We kunnen dus gezond aan de slag.

KC: Is er voldoene respons van het Vlaams publiek?

GL: Het publiek is zeer evenwichtig verdeeld. Om ons een goedj beeld te schetsen van de publieke aanwezigheid hielden we vorig seizoen een enquète naar de sociologische achtergrond en de taal. Er kwam een zeer mooi evenwicht naar voor met een zeer gedivercifieerde leeftijd van jong en oud uit alle lagen van de bevolking. Daar doen we het voor.