Uit de eerste editie van de Belgian Music Days – die doorgingen op de campus van de LUCA School of Arts in Leuven –  kwamen behalve mooie muzikale herinneringen ook een aantal ernstige vraagstukken voort. Hoe kunnen we er bijvoorbeeld voor zorgen dat onze Belgische muziek – een waardevol testament – de tand des tijds zal blijven doorstaan? 

Aanbod en organisatie

De organisatie achter de Belgian Music Days had voor zowel een educatief gedeelte – in de vorm van interessante lezingen tijdens de dag – gezorgd als voor een muzikaal gedeelte ‘s avonds. De lage opkomst tijdens de lezingen tegenover de grotere opkomst tijdens de concerten legde onmiddellijk een pijnpunt bloot. Het was druk op de campus, studenten liepen binnen en buiten. Maar waarom kwamen ze niet massaal naar de lezingen over hun eigen erfgoed of over het erfgoed van het land waarin ze studeren? Misschien moet er maar meteen een pleidooi worden gemaakt over de kwantiteit van het aanbod aan lessen over onze (hedendaagse) Belgische muziek en componisten. Niet enkel binnen de conservatoria, maar ook binnen de media. De klassiekers blijft men eindeloos herhalen; Weense school, Russische school, enz… Maar wat de Belgische muziek betreft, blijft men zich beperken tot een kleiner aanbod waarbij steeds dezelfde namen en stukken aan bod komen. Een gemiste kans was het voor de afwezige studenten, aangezien de componisten zelf aanwezig waren en hun composities toelichtten.

Evolutie

De Belgische muziek onderging de jongste decennia een zeer interessante evolutie, die reeds eerder op de week merkbaar was tijdens de uitreiking van de Fugatrofee – voor verdienstelijkheid m.b.t. Belgische muziek – op het Brusselse stadhuis, georganiseerd door de Unie van Belgische Componisten. Het is namelijk zo dat men stilaan van het avantgardistische gedachtengoed aan het terugkomen is. Muziek mag terug prettig en/of passioneel klinken en in de geest blijven vasthaken zonder daarom kwalitatief afgeschoten te worden. Meer nog, melodie wordt terug meerwaarde. Een mooi voorbeeld hiervan waren de 7 Shorties van Marcel De Jonghe die aangenaam in het oor lagen en de Habanera van Wilfried Westerlinck – niet meteen een traditionele Habanera, maar een prachtig staaltje hedendaagse passie. Het is muziek om op te nemen en over te dragen. Deze composities werden gespeeld door het Kugoni Trio. 

Wat evolutie betreft was er ook het concert van de eveneens Belgische pianiste Thérèse Malengrau die een overzicht schetste van composities te beginnen bij César Franck (1873), Ryelandt (1861) over Luc Brewaeys* (1997) naar Ripoll (2017). Het was toch wel spijtig dat net op datzelfde moment een ander concert in de andere zaal plaats vond.  Daar werd namelijk de première opgevoerd van de compositie Black Paintings van Piet Swerts, gebaseerd op een duistere reeks schilderijen die zijn pad kruisten. Dit concert werd gespeeld door het CeDeL saxofoon kwartet. Tegelijkertijd toont  het gelijklopende aanbod  onze rijke traditie en grote muzikale erfenis aan. Er werd zoveel gespeeld, en den nog was het zo’n klein onderdeeltje.

Kugoni

Dat het Kugoni Trio onze Belgische muziek vertegenwoordigt als geen ander werd meermaals bewezen. Ze ontvingen vorig jaar het Gouden Label Jong Talent van Klassiek centraal en saxofonist Kurt Bertels ontving eerder deze week nog de Fugatrofee. Voor deze eerste editie van de BMD stelden zij een caleidoscopisch concert samen met vooral composities van hedendaagse componisten, allen trouwens aanwezig in de zaal. Het concert werd opgenomen door de collega’s van Klara. Kurt Bertels speelde tijdens het slotconcert samen met het orkest van het Conservatorium van Bergen (Mons) de facetten voor saxofoon en strijkorkest uit 1974 van Peter Cabus. Toch wel alles behalve een sinecure. Het is prachtige muziek, maar tart de logica waardoor de prestatie van Bertels – die alles uit het hoofd speelde – enkel maar te bewonderen viel. Ze speelden composities van Ward Vleesschouwer, Pieter Schuermans, Paul Gilson – waarvan Kurt Bertels onderzoek verricht naar zijn eerste saxofoonconcerto, Wilfried Westerlinck, Franz Constant, Marcel De Jonghe, Marc Matthys, Jan Van Landeghem en Jan Decadt.

Andere instrumenten

Tijdens het concert van het Duo Antwerp werd de unieke combinatie van basklarinet en marimba geïllustreerd aan de hand van composities van Wilfried Westerlinck, Wim Henderickx, Bart Verstraeten – een jonge beloftevolle componist wiens stijl als licht jazzy kan worden omschreven. De compositie van Jacqueline Fontyn – Controverse – was toch iets te druk door de overcombinatie van instrumenten. Gelukkig werd deze als laatste gebracht waardoor er eerst een correct beeld van de combinatie van beide instrumenten kon worden gevormd.

Volgende editie

Gastheer aan het Lemmens en tevens componist Pieter Schuermans legde tijdens het slotconcert – na het opvoeren van de Cantata van Luc van Hove – enkele vingers op de wonde;  met name de lage opkomst aan studenten. Daarnaast uitte hij zijn trots over het geslaagde muzikale project waarmee men deze eerste editie kan omschrijven.  Er werd daarbij ook gepleit voor een tweede editie, ten laatste binnen twee jaar aan een ander conservatorium. Er wordt alvast reikhalzend naar uitgekeken.


  • WAT: Belgian Music Days
  • WAAR: LUCA school of Arts, Leuven
  • WANNEER: 1 en 2 maart 2018
  • Foto’s: m.t.