Gerard Mortier overleed zondag 9 maart 2014 na een agressieve kanker die niet overwonnen werd. Mortier zijn leven was gekenmerkt door 'strijd', maar het gevecht tegen de kanker heeft hij moeten opgeven. Het kan niet gezegd worden van al het andere waar hij voor vocht. Eerstdaags volgt een uitgebreider in memoriam. We plaatsen hier al wel de reactie van Peter De Caluwe, huidig intendant van De Munt.

Gerard Mortier overleed zondag 9 maart 2014 na een agressieve kanker die niet overwonnen werd. Mortier zijn leven was gekenmerkt door 'strijd', maar het gevecht tegen de kanker heeft hij moeten opgeven. Het kan niet gezegd worden van al het andere waar hij voor vocht. Eerstdaags volgt een uitgebreider in memoriam. We plaatsen hier al wel de reactie van Peter De Caluwe, huidig intendant van De Munt.

Reactie van de Munt op het overlijden van Gerard Mortier

Gerard Mortier (1943-2014)

Met veel verdriet vernemen we dat Gerard Mortier is overleden. Het voltallige Munt-team wenst zijn innige deelneming te betuigen bij het verlies van deze charismatische en daadkrachtige persoonlijkheid, met wie een aantal van ons gedurende lange tijd mochten samenwerken.

Het heengaan van Gerard Mortier betekent een niet te vatten verlies voor de operawereld in het algemeen, en heel in het bijzonder voor de Munt. Als de Munt vandaag een eersterangsplaats inneemt in het Europese operalandschap, is dat in hoge mate aan hem te danken. Niet alleen heeft hij gedurende tien jaar heel sterk zijn stempel gedrukt op de organisatie en het artistieke beleid van dit operahuis, zijn visie op opera bleef ook nadien een inspiratiebron voor zijn opvolgers.

Na zijn studies Rechten en Communicatiewetenschap in zijn geboortestad Gent engageerde Gerard Mortier zich in het Festival Van Vlaanderen (1968-1972) als assistent van toenmalig directeur Jan Briers. Hij groeide snel door in het internationale circuit als hoofd van de artistieke planning bij Christoph von Dohnanyi en Rolf Liebermann, in de operahuizen van Düsseldorf (1972-1973), Hamburg (1973-1977), Frankfurt (1977-1979) en Parijs (1979-1981). Zijn eerste functie als algemeen directeur bekleedde hij in Brussel.

Van bij zijn aanstelling in de Munt in 1981 heeft hij alles gedaan om dit huis opnieuw op de kaart te zetten. Door een gedurfde programmering, door een samenwerking met grote theatermakers met de bedoeling opera ook als theatervorm te herwaarderen, door een bewuste keuze voor een doordachte, consequente dramaturgische lijn met een klemtoon op de relevantie van het grote repertoire voor onze tijd, door een keuze voor het verjongen van het genre door opdrachten te geven aan hedendaagse componisten met feeling voor opera, door een doorgedreven verhoging van de artistieke kwaliteiten van het huis via een vernieuwing van orkest en koor en door het engageren van grote dirigenten met dramatische inzichten, door een grote aandacht voor de homogeniteit van de vocale bezetting met doorgaans jonge zangers, en niet in het minst door het inblazen van een enorm enthousiasme dat elke voorstelling tot een belevenis maakte, heeft hij het genre van de opera een nieuwe dynamiek gegeven die onheilstijdingen als “de opera is dood” uit de jaren ’60 radicaal naar de prullenmand verwees. Tien jaar lang – tot einde 1991 – was hij directeur in de Munt. In die tijd heeft hij vanuit Brussel de wereld getoond hoe een dynamisch operahuis met een visie ondanks beperkte middelen toch smaak- en spraakmakend kon zijn in Europa. Theaterregisseurs maakten opera hier opnieuw tot theater: internationaal gevierde artiesten als Patrice Chéreau, Peter Stein, Luc Bondy, Daniel Mesguich, Herbert Wernicke of Ruth Berghaus werkten er naast talent van eigen bodem als Philippe Sireuil of Gilbert Deflo. Met zijn muziekdirecteurs Sir John Pritchard en Sylvain Cambreling wist hij het dramaturgisch concept ook steeds muzikaal vorm te geven. Zijn onfeilbare theaterinstinct maakte dat dit bijna altijd resulteerde in unaniem geroemde producties. Jong talent kreeg hierbij van hem steeds alle kansen. Tal van werken uit het repertoire heeft hij zo door het Brusselse publiek laten ontdekken of herontdekken, met als kroon op het werk ongetwijfeld de beroemde Mozartcyclus van Karl-Ernst en Ursel Herrmann, gedirigeerd door Sylvain Cambreling, en waarin José van Dam, één van de meest prominente zangerspersoonlijkheden uit de periode Mortier,  een prominente rol kreeg. Nog tijdens zijn mandaat in Brussel werd hem gevraagd een vernieuwde structuur voor de Vlaamse Opera op te zetten, een opdracht waarvan hij zich schitterend heeft gekweten. 

Omwille van zijn successen in de Munt werd Gerard Mortier in 1992 uitgenodigd om de artistieke leiding van de Salzburger Festspiele op zich te nemen. Ook hier liet hij een nieuwe wind waaien en schuwde hij de controverse zeker niet. Niet alleen verjongde hij het publiek, maar door zijn repertoirekeuze bereidde hij het festival tegelijkertijd voor op de 21ste eeuw. Na Salzburg volgde de RuhrTriennale, waarvan hij de eerste intendant werd (2002-2004). Daarna werd hij directeur van de  prestigieuze Opéra de Paris (2004-2009), een logisch vervolg op zijn plaidoyer tijdens zijn Brusselse periode, waarin hij reeds zeer actief betrokken was bij de uitwerking van de plannen voor de nieuwe Opéra Bastille. Na een mislukt avontuur met de New York City Opera, waar zijn plannen omwille van financiële restricties nooit van de grond kwamen, werd hij benoemd tot artistiek directeur van het Madrileense operahuis Teatro Real, waar hij tot voor kort aan het werk was.

Gerard Mortier werd alom gerespecteerd omwille van zijn grote onderlegdheid, zijn ongebreidelde werkkracht en zijn visionaire cultuurplannen. Deze visie, die steeds vertrok vanuit een Europees en humanistisch perspectief, blijft richtinggevend voor ons allen die zijn erfenis verder willen uitbouwen.

Voor zijn verdiensten werd hij in 1991 benoemd tot Commandeur in de Kroonorde, kreeg hij in datzelfde jaar hetGrosses Bundesverdienstkreuz in Duitsland, werd hij doctor honoris causa van de universiteiten van Antwerpen en Salzburg, werd hij Commandeur des Arts et des Lettres in Frankrijk, ontving hij in 2002 de zilveren Mozartmedaille van de Internationale Stiftung Mozarteum, en werd hij in 2005 Chevalier de l’ordre de la Légion d’honneur. Voor zijn ganse oeuvre werd hij gelauwerd met de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste2004. In 2007 verleende koning Albert II hem de titel van Baron. Vanaf dit jaar wordt een prijs naar hem vernoemd, deMortier Award, een nieuwe erkenning voor innovatieve leiders in muziektheater, die door de gerenommeerde Ring Award Jury voor het eerst, aan hemzelf, uitgereikt zal worden op 31 mei van dit jaar.

De Munt verliest met Gerard Mortier een groot voormalig directeur en een niet te vervangen referentie en vriend, wiens artistieke erfenis er sinds zijn vertrek steeds levendig gehouden werd, en wiens visie er ook na zijn dood nog lang richtinggevend zal blijven. Zijn uitgesproken  artistiek-intellectuele en onafhankelijke geest maakte steeds scherpe keuzes en nam steeds weer duidelijke, vaak controversiële, posities in. Dit leverde hem uiteraard niet alleen maar vrienden op, maar het valt niet te ontkennen dat hij het aanzicht van de culturele wereld in ons land en daarbuiten blijvend heeft bepaald.

Beste Gerard, een persoonlijke noot is jou wel degelijk goed besteed. Je kon zelf als geen ander uiting geven aan je respect voor een project, voor een beslissing, voor een keuze, net zoals je ook ongezouten kritiek kon leveren wanneer je dingen anders zag. Jouw mooie handgeschreven kaartjes heb ik altijd bewaard als souvenirs die erg veel voor me betekenen. Jouw mening deed er immers toe. Een compliment van jou kwam dan ook erg dicht bij de hoogst mogelijke erkenning. Hoe anders dan met oneindig respect kunnen we terugkijken op jouw vele verwezenlijkingen. De meeste ervan zijn historisch te noemen, en ook al waren – zoals het bij ons allen het geval is – niet alle projecten even grote successen, toch draagt de lijn van kwaliteit en visie onvervreemdbaar jouw handschrift. Het is er een van veeleisendheid,excellence, doorzettingsvermogen, innovatie; net als voor Mahler was voor jou 'Tradition' immers 'Schlamperei'.

Jouw huidige Real-seizoen in Madrid brengt alles samen waar je je hele leven voor heeft gestaan: creatie van nieuwe werken, spannende en verrassende inzichten, muzikaal revolutionaire interpretaties, herontdekkingen, bekende werken in topproducties, een rol voor beeldende kunstenaars… Alleen al daarvoor verdien je een ereprijs, een carrièreprijs – enkel de meest lovende titels passen voor jouw rol als inspirator voor een hele generatie operamakers in de afgelopen 30 jaar … Ik ben ervan overtuigd dat onze professionele community jou dat zal gunnen, eenvoudigweg omdat je dat verdient.

In naam van alle medewerkers, van de oneindige rij artiesten die hier aan het werk zijn geweest, en uiteraard ook namens ons talrijke publiek willen we jou bedanken voor jouw passie en gedrevenheid die mede aan de basis lagen van het huidige succes van onze instelling.

Ik denk dat de mooiste hommage aan jou van Mozart hoort te komen, en welbepaald een citaat uit diens Zauberflöte dat je zelf tot je levensmotto hebt gemaakt en waaraan je je steeds opnieuw hebt gespiegeld: „Sei standhaft, duldsam und verschwiegen!“

Dat is een levensles voor ons allen. Dank daarvoor. Rust nu in vrede.

Peter de Caluwe

Vanaf dinsdag 11 maart kan u in de inkomhal van de Munt een rouwregister komen tekenen. De Munt organiseert binnenkort een hommage aan haar voormalige directeur.

De nieuwe wereldcreatie Au monde van Philippe Boesmans zal opgedragen worden aan Gerard Mortier.