Klokslag middernacht viel voor de twee Belgische deelnemers het doek van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. Noch Fien Van den Fonteyne, noch Hrachya Avanesyan kon tot het selecte groepje van vierentwintig jonge muzikanten doorstoten die reeds vanaf morgen in de halve finale hun opwachting zullen maken.

Het tornooi is onthoofd, zoveel is zeker. Voor wie nu nog te supporteren? Want zoals met internationale sportwedstrijden is het ook met muziekconcoursen: de aandacht van het grote publiek verslapt van zodra er geen landgenoten meer in de running zijn. Het is helaas geen al te goed voorteken voor de kijk- en luistercijfers in de komende weken, ook al zitten er voor melomanen in de volgende dagen en weken ongetwijfeld nog vele even ontroerende als spannende momenten aan te komen. De sportieve strijd moet nog volop losbarsten.

Zowel voor Fien Van den Fonteyne (°1989) als voor de Belgische kandidaat met Armeense roots Hrachya Avanesyan (°1986) eindigde de Koningin Elisabethwedstrijd al in de eerste ronde. Een hard verdict, op de eerste plaats voor het wellicht nog hardere voorbereidingswerk van beide violisten zelf, en verder ook voor al diegenen die hen een warm hart toedragen. Maar is het ook terecht? De vraag stellen is ze in dit geval niet beantwoorden. Dit stuk is namelijk geen recensie. Hoe zou het ook: ik was alleen van het optreden van Van den Fonteyne, gisteren op Europadag in Studio 4 van Flagey, live getuige. De tienkoppige jury, de voorbije week elke dag twee sessies trouw op post, heeft gewikt en gewogen. Enkel haar lijstje geeft recht op een ticket naar de halve finales die zich morgen, maandag al op gang trekken.

Ongeluk bij een geluk

Een poging tot nuchtere analyse the morning after kan je kort en krachtig afdoen door nog eens het befaamde paard van Bartók van stal te halen. “Competitions are for horses, not artists”, zo wordt de Hongaarse componist op het web geciteerd. Een dooddoener én gemakkelijkheidsoplossing waar we ons hier niet van zullen bedienen. Muziekwedstrijden als deze hebben inderdaad flink wat weg van een uithoudingsrace, maar halsbrekend vingerwerk heb ik een paard toch nog nooit zien verrichten!

Achteraf en puur cijfermatig bekeken waren de kansen van Hrachya Avanesyan van bij de loting op 1 mei al een stuk kleiner dan die van Fien Van den Fonteyne. Want wat blijkt? Niet minder dan zeven deelnemers die op de laatste dag hun opwachting maakten, schopten het tot in de volgende ronde. Dat is bijna één op drie en gemiddeld dubbel zoveel als het aantal kandidaten dat uit de dagen daarvoor wist door te stoten. Alsof de jury pas helemaal op het einde plots besefte dat het vierentwintig musici naar de halve finales kon meenemen. En daardoor misschien wat minder streng te werk ging? Wie zal het zeggen. Zulks suggereren, doet mogelijks afbreuk aan de prestatie van de vier (uit vijf) violisten die de allerlaatste sessie overleefden. Hoe dan ook, terwijl Avanesyan reeds op dag twee aan de bak moest, had Van den Fonteyne blijkbaar het geluk de laatste dag te mogen openen. Of werd dat uiteindelijk haar ongeluk? Want de competitie was gisteren blijkbaar van wel zeer goeden huize. En dus is Fien waarschijnlijk iets te licht – maar wat mij betreft vooral te braaf – uit de vergelijkingstest gekomen. Die ene uitschuiver in haar eerste minuut Bach werd haar daarbij wellicht aangerekend.

Helderheid en geestdrift 

Toegegeven, de tegenstand was in die zaterdagse namiddagsessie wel degelijk niet van de poes. En jong! In sommige gevallen zelfs piepjong. Na Van den Fonteyne schuifelde één van de vele Aziatische deelnemers het grote podium op. In haar halsbrekende Capriccio van Paganini – het nummer 11 in Do-groot – demonstreerde de Zuid-Koreaanse Lim Ji Young (°1995) eens te meer dat er in het Verre Oosten allerminst een gebrek aan technisch kunnen heerst. Het cliché wil dan dat het de vele Lees en Parks daarentegen aan muzikaliteit ontbreekt. Eens zoveel noten, toch zo weinig hart. Maar daar was in het Allegro moderato uit Schuberts vioolsonate in La-groot bitter weinig van te merken. Voeg daar nog de verbijsterende podiumervaring aan toe die Lim tijdens haar muzikale exploot uitstraalde, en het hoeft niet te verbazen dat dit kleine meisje de jury kon overtuigen.

Ook tijdens deze sessie maakte de Nederlandse Rosanne Philippens (°1986) opvallend grote sier. In haar Bach – meer bepaald het Adagio en de Fuga uit de eerste solosonate (BWV 1001) – zaten een duidelijke lijn en dynamische richting die samen met de bijzonder heldere polyfonie wezen op een bovenmaats begrip van deze moeilijke muziek. Heel erg knap. En ook haar geestdriftige Paganini – Capriccio (circus)nummertje 24 – deed meer dan één mond openvallen. De beloning door de jury volgde enkele uren later. De meest overtuigende Schubert kwam dan weer uit de vingers van ene Solenne Païdassi (°1985) gerold. De Française bouwde met haar subtiele begeleider Thomas Hoppe gezwind de meest gevatte dialoog op. Er was gisteren dus veel meer dat (uit)blonk dan alleen maar haar glimmende pumps, hoewel ik persoonlijk minder enthousiast was over haar andere twee proeven. Peu importe! Au prochain tour damit, bezwoeren de muzikale scheidsrechters.

Anders en beter 

Het deelnemersveld van de Koningin Elisabethwedstrijd van dit jaar kleurt na de eerste ronde nog steeds in belangrijke mate Aziatisch. Maar vele onder hen haalden het niet en dus leveren Europa en de VS – dat met zes violisten ook nog opmerkelijk goed vertegenwoordigd is – de meeste halvefinalisten. Hun namen, alsook het moment waarop zij in die halve finale zullen aantreden, vindt u in dit document. En wat nu met onze Belgen? Wel, daar hoeven we ons geen moment zorgen over te maken. Hrachya Avanesyan haalde in 2009 al eens de halve finale van de KEW en zijn carrière staat eigenlijk reeds op de sporen. Fien Van den Fonteyne verliest met deze uitschakeling gelukkig enkel een plaatsje in de volgende ronde, maar nog geen fractie van haar talent én musiceerplezier. En dat dit laatste allesbehalve alleen voor solisten is weggelegd, bewijst zij met het Pianotrio Impression en het Donnacorda Strijkkwartet ten overvloede. Rest nog altijd de vraag: voor wie te supporteren? Zoals aangestipt, doet een van onze noorderburen het verre van slecht…

Over competities als deze kan een mens eigenlijk nog pagina’s lang nakaarten, analyseren, ja zelfs filosoferen. Maar laat ons ten langen leste toch vooral de wijze woorden in gedachten houden die juryvoorzitter Arie Van Lysebeth net voor de proclamatie uitsprak: “Neem de herinnering mee aan deze fantastische wedstrijd en weet dat alle inspanningen je beter hebben gemaakt.” Het doet mij meteen denken aan de laatste verzen van één van mijn lievelingsgedichten (naar Valeer Deschacht):

De kleine dingen goed behartigen
geeft ons een innerlijke verrijking.
We worden er anders en beter door.

PS: mijn gedachten na het afwerken van deze tekst gaan tot slot naar de Chinese muzieklerares die haar neefje Xiao Wang (°1986) helemaal vanuit Beijing kwam aanmoedigen en naast mij in het pluche van Flagey zat. De jongeman was ook bij de gelukkigen.