Als u van muziek houdt die niet te beluisteren is, dan is het nu hét moment van uw leven. Als u niet houdt van muziek die niet te beluisteren is, dan is het nu ook hét moment van uw leven. Lees maar. Het label Col Legno heeft nl. de zes eendelige pianosonaten op cd uitgebracht van de betreurde ouwe tante van het Russisch muzikaal post-Sovjet-avant-gardisme, Galina Ustvolskaya (1919-2006).

“La Notte, che tu vedi in sì dolci atti

Dormir, fu da un angelo scolpita

In questo sasso, e perchè dorme ha vita:

Destala, se nol credi, e parleratti” (Epigram voor Michelangelo's "la Notte")

Michelangelo, La Notte, decorazione della Sagrestia Nuova in San Lorenzo a Firenze

Als u van muziek houdt die niet te beluisteren is, dan is het nu hét moment van uw leven. Als u niet houdt van muziek die niet te beluisteren is, dan is het nu ook hét moment van uw leven. Lees maar. Het label Col Legno heeft nl. de zes eendelige pianosonaten op cd uitgebracht van de betreurde ouwe tante van het Russisch muzikaal post-Sovjet-avant-gardisme, Galina Ustvolskaya (1919-2006). Weet wel, dat de achterliggende gedachten van deze “muziek”  recht evenredig interessant zijn aan de onbeluisterbaarheid. Zelfs in die mate dat de religieus-mystiek-filosofische inhoud en uitleg het gerust zouden kunnen stellen zonder de verklanking ervan. Liefst zelfs. Er over lezen is dus meer aan te bevelen dan er naar luisteren. En zeker voor uw gezondheid. Want, hoe lang filosoferen we al niet over de mogelijke harmonie tussen het Schone en het Goede?

Vooraleer u verder leest wil ik u bij wijze van introductie al meteen meegeven dat wanneer Galina’s Vioolsonate uit 1952 in 1958, gespeeld werd voor een Amerikaanse delegatie van musici en componisten die de Sovjet-Unie bezocht, er minstens één onder hen was, nl. de boerenjongen en latere belangrijkste symfonicus van de USA, Roy Harris (1898-1979) uit Oklahoma, die haar muziek, “kind of ugly” vond. Zie je wel? Beluister bvb. meteen drie keer na elkaar 5’14” tot 6’07” en beluister dan drie keer na mekaar 6’26” tot 7’23” uit  haar 5de sonate (11’16” tot 12’26” eruit kan ook helpen), en u zal Roy en straks mezelf beter begrijpen. Voor de mogelijke gevolgen van het beluisteren van haar pianosonate nr. 6 ben ik echt niet verantwoordelijk. Onze redactie evenmin. Deze moet u echt op  uw eigen verantwoordelijkheid “beluisteren”. Hou wel uw doos Dafalgan in de buurt. U zal deze tryptamine nodig hebben omdat, wanneer  uw neurotransmitter  uw zenuwimpulsen naar uw zenuwcellen  zal overdragen,  die pillekens de verwerking van uw pijnprikkels zullen helpen verwerken. ’t Zal nodig zijn, geloof mij.

Label Col Legno

Misschien eerst eens het label voorstellen. Col Legno werd in 1982 opgericht door  Wulf Weinmann in het idyllische Egling nabij Bad Tölz, in het Duitse Beieren. Ga er zeker een Gulaschsuppe lepelen in het Gasthaus zur Post. De Duitse componisten Wolfgang Rihm (°1952), de man van de Neue Einfachheit, weet u nog?, en  Helmut Lachenmann (°1935) uit Stuttgart, die enige tijd bij ons  in Gent aan  het IPEM verbonden was,  konden Wulf daartoe overtuigen. Het ging eerst niet slecht, dan ging het goed en dan maakte Wulf het te bont, vloog buiten, en  werd vervangen door het triumviraat Prof. dr. Christian Köck, Gustav Kuhn en Andreas Schett. Nu gaat het met Col Legno ronduit schitterend. Het “Plattenlabel” is o.a. gelieerd aan de Donaueschinger Musiktagen,  het Musica Viva Festival in München en aan  de Tiroler Festspiele in het mooie Erl (kan ik u zeer aanbevelen), opgericht door de legendarische Salzburgse dirigent en regisseur Gustav Kuhn (°1945)  in het Unterinntal, boven  Kufstein. Het thuisadres van Col Legno is vandaag weliswaar in de  Schönlaterngasse 5/3/16 in Wenen. Goed gekozen want dit Gäßlein met haar barokke huizen is één van de mooiste van de Weense Innenstadt. Ik kan het weten want ik heb een boek geschreven over Wenen. Het label gaf tot nu toe ca. 150 of meer cd’s uit met 20ste -en 21ste eeuwse muziek. Ik neem aan dat de liefhebbers onder u ze al alle 150 hebben, maar omdat  er  waarschijnlijk ook mensen onder u zijn die niet in dit geval zijn, en ze zelfs niet kennen, en aangezien ik mij  richt tot iedereen, is  bovenstaande  informatie waarschijnlijk niet overbodig, dacht ik zo.

Pianist op piano, jazeker…

Om verder te gaan de vraag, Wie speelt? Als u de cd een paar keer aandachtig heeft beluisterd zoals ik, dan zou u het op de duur niet denken of geloven, maar de man is pianist en speelt piano.

Hij heet Markus Hinterhäuser. Neen, niet Hansi Hinterseer, ook geen Oostenrijkse skiër, maar Hin-ter-häuser,  een pianist die geboren werd in het paradijselijke La Spezia in Italië  en die nu toevallig op 30 maart, 54 jaar werd. Allez, omdat hij het is, toch nog “alles Gute zum Geburtstag”. Gerne. Markus, gelooft u mij, is, ondanks wat hij op zijn Galina-cd speelt of timmert, een sympathieke man. Alle echt goeie musici zijn trouwens sympathiek. Hij werd  gevormd  door grootheden als Elisabeth Leonskaya (°1945), ooit de hartsvriendin van Svjatoslav Richter (1915-1997), en de nu 67-jarige beroemde, joods-Russische Oleg Maisenberg, zelf  een muzikaal tucht- en disciplineproduct van de Centrale Muziekschool  in Kishinev (vandaag Chișinău in onafhankelijk Moldavie), en van het prestigieuze Gnessin-Instituut in Moskou. Markus leerde Oleg kennen toen Oleg Professor was aan de Musikhochschule van Stuttgart en doceerde aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Markus werd beroemd door zijn samenwerking met de Berlijnse mezzo Brigitte Fassbaender (°1939) maar werd vooral binnen het avant-garde milieu bekend als oprichter en Künstlerischer Leiter (1993-2001) van het  Zeitfluss-Festival van de Salzburger Festspiele en van  “Zeit-Zone” (onderdeel van de vijf Wiener Festwochen, ca. 40 Produkties,  175 voorstellingen en 70 concerten). Het Salzburgse Zeitfluss-Festival werd door Markus in het leven geroepen samen met de nu 43-jarige Salzburgse “Kulturmanager” Tomas Zierhofer-Kin, de man achter het beruchte, satirisch radioprogramma de El-Tozki Show (Tozki=TOmas Zierhofer-Kin), zeg maar de Pak-de-poen-show, dan niet van TV maar  van de Oostenrijkse Radio. Door toedoen van de bekende Duitse theaterman Jürgen Flimm (°1941) werd Markus Konzertdirektor van de  Salzburger Festspiele. Binnen twee jaar zal hij zelfs, samen met de Turkse Şermin Langhoff-Özel, een gewezen Gastarbeiterin van AEG in Nürnberg ,een vrouw dus, (herinner u de stunt van Günther Wallraff en zijn boek "Ganz unten" (“Ik, Ali”)), die dan 45 zal worden, de algemene leiding hebben van de Wiener Festwochen, vijf weken in mei-juni. Noteer het alvast in uw agenda, in uw Notizbuch of Tagesordnung, als ik even mag. Eingeklammert (dat is Duits voor ‘Tussen haakjes”, u kan het maar weten, niet?), nu is Şermin nog de künstlerische Leiterin van het Berlijnse Ballhaus’ Naunynstraße Theater, een theater gespecialiseerd in „postmigrantischen Kulturproduktionen“. Voilà, basta! Hoe de tijden toch zijn veranderd.

Om u maar te zeggen mit wem man es zu tun hat, ik bedoel maar, welk vlees we met pianist Markus Hinterhäuser  in de kuip hebben. Niet de eerste de beste dus. Integendeel. Wil ik maar zeggen, aan hem ligt het niet. Hij “speelt” wat er staat en “speelt” wat er van hem verlangd wordt. Punt, Amen en uit. Keine Diskussion. Jawohl.

En Galina, wie was ze?

Maar nu Galina zelf. Haar naam betekent, ongelooflijk maar waar, zo veel als kalm, rustig. In die hoedanigheid werd ze bekend als de Schaduw van Sjostakovitsj. Galina was meer bepaald tussen 1939 en 1947, zijn leerlinge. Dmitri was dol op haar en ook op haar muziek, toen althans. Hij claimde zelfs beïnvloed te zijn door haar Pianoconcerto (1946), haar 1ste pianosonate (1947), haar Cellosonate (1946) haar Octet (1950) en haar Trio. Hij citeerde of gebruikte zelfs het 2de thema van de finale van haar Trio voor klarinet, viool & piano uit 1945, in 1952, in zijn eigen 5de strijkkwartet, ( het D-S-C-H-kwartet, weet U wel), gecomponeerd voor Dmitri , Vasily , Vadim  en Sergei, die samen zijn trouw, bijna persoonlijk “Beethoven-Kwartet” vormden. Sjostakovitsj  “citeerde” haar ook  in  “Notch”,  het negende Lied, dit is de dialoog tussen de componist Giovan Battista Strozzi (1504-1571) en Michelangelo (1475-1564), uit zijn elf liederen “Suite na slova Michelangelo Buonarotti” op. 145 uit 1974-75. Galina ontwikkelde echter haar hoogst persoonlijke, eigen “stijl”. t’Is spijtig, ik weet het, maar t’is gebeurd. Niets (meer) aan te doen. De kalme, rustige Galina ontwikkelde een voorliefde voor uitersten en geraakte verlekkerd op lawaaïerige, homofone klankmonolieten. Welk regiem ze daar voor precies volgde weet ik niet, maar in elk geval denk ik dat het een regiem moet geweest zijn dat zo ongeveer het culinair equivalent moet  geweest zijn van het “politiek” regime waarin ze leefde of beter gezegd, waarin ze moest leven.

Elmer Schönberger, herinnere u nog, de erudiete, edele musicoloog/professionele luisteraar die schreef in  De Volkskrant en Vrij Nederland, ik miste zijn artikelen  nooit, die eeuwig verliefd was op de muziek van Stravinsky, nu ja, wie niet mag ik hopen?, omschreef haar ooit omwille van haar klankblokken als de “Dame met de hamer”. Het duurde niet lang of de Sovjet-overheid verweet haar dat ze door haar koppigheid en bekrompenheid niet wilde communiceren. De Sovjets konden er niet mee lachen. Ze was volgens de autoriteiten typisch Petersburgsiaans in de zin van Dostojewski’s gedetermineerd pessimisme. Dat is een soort van zwaarmoedige dikkenekkerij. Typisch Russisch. Bah, daar hielden de Sovjets niet van. Daarenboven hoorden ze haar muziek niet graag. Wat wil je? Buiten de Sovjetgrenzen verging het haar wat genuanceerder, al moest ze daar ook wat geduld voor hebben. Naast de schaarse uitvoeringen in Leningrad door Oleg Malov en pianiste Olga Rissin-Morenova en violist Josef Rissin, de ex-leraar van (onze) Sergej Khachatryan, juist, Koningin Elisabethwedstrijd 2005, begon in de late jaren ’80, begin jaren ’90, haar naam door te sijpelen in West-Europa. Ik denk aan de Weltmusiktage in Zürich, het “Internationale Festival Komponistinnen gestern-heute” incluis de mogelijkheid tot het winnen van de Künstlerinnenpreis,  van de mooie mevrouw Roswitha Sperber in Heidelberg. U moet er maar op komen, niet? Maar geef toe, toch een gezegende voornaam  voor zo’n soort festival?, en ze zingt dan nog ook. En ik denk ook aan de “Tage für neue Kammermusik” in het Duitse Witten in het Ruhr-gebied. U weet wel, de streek rond Dortmund, Bochum e.d. Als u Witten niet kent  moet u niet lachen want weet dat de lebendige Legende, de struise, blonde voetbalspeelster Alexandra Popp, Abwehrspielerin und Stürmerin van de Bundesligisten FCR 2001, in Duisburg (zeg Duusboerg), vijf dagen te laat, nl. pas op 6 april, geboren werd in Witten. Entschuldigung, ein Witz.

Armoede

Galina leefde het grootste deel van haar leven in een piepklein appartementje aan de Gagarina Prospect in Leningrad/Petersburg. Ze leefde geïsoleerd, was a-sociaal, uitgerekend dit moest je zijn ten tijde van de sovjets… Stel je voor, ze weigerde interviews en uitnodigingen en weigerde zelfs zich nog veel te laten fotograferen. Nu moet ik wel zeggen, zou ik de componist zijn van deze “sonaten”, zou ik ook niet durven buiten komen, en u?

Ze leefde in armoede en eigenlijk had ze niets. En ondanks dit weigerde ze in te gaan op de vraag op voorspraak dan nog wel van Sjostakovitsj, om filmmuziek te componeren. Het had wellicht alles te maken met het onderwerp en vooral met de titel van de film, want het was de verfilming in 1969 door Robert Bresson (1901-1999) met de 18-jarige Dominique Sanda in de titelrol onder de titel “Une femme douce”, van Dostojewski’s  kortverhaal “Krotkaïa” uit 1876. Krotkaïa betekent “De zachtmoedige”. Niet aan Galina besteed. Of was het de film van Stanislav Barabas die in 1988 nog een aflevering van Tatort regisseerde? Ik weet het niet meer, excuus. In elk geval is de muziek er niet van gekomen en vraag ik u het verhaal van Dostojewski zeker te willen lezen. Ik verklap niets. Sjostakovitsj repliceerde gevat “Oh ja, Bescheidenheid is een grote sovjet-deugd die we van kameraad Stalin geleerd hebben”…

Na de dood  op 37-jarige leeftijd, van de epileptische componist Youri Balkachin met wie ze samen woonde, vonden de Sovjets haar piepklein appartementje te groot voor een mens alleen en moest ze verhuizen. Galina’s isolatie en ellende werden nog groter en naarmate haar ellende vergrootte, verergerde  haar “muziek”. Galina componeerde alleen wanneer ze naar eigen zeggen, in een staat van genade was. Allez vooruit.

Dona nobis pacem

Het aantal clusters nam toe want  haar neiging matiging te vermijden, nam ook toe. Voor ik het vergeet, een cluster is een willekeurige opeenstapeling van secunden, minstens drie graag. Matigheid betekende voor Galina zoveel als middelmatigheid  en ze was daar niet voor. Galina hield zoals eerder gezegd van uitersten, ook op het gebied van dynamiek. Ofwel hemeltergende, zenuwslopende, ondraaglijke herhalingen van fffff-clusters ofwel nauwelijks hoorbaar en delicaat ppppp-spel. Muziek tussen woedende beschuldigingen, ook aan zichzelf, en wanhopige weeklachten. Haar composities werden almaar religieuzer maar niet in de liturgische betekenis van het woord, hoewel ze zelf vond dat haar muziek het best tot uiting kwam in een kerk. Ze gaf titels aan haar composities als Dona nobis pacem, Dies irae, Benedictus qui venit, Amen (5de symfonie-1990) of Gebed (4de symfonie-1988). Van Dona nobis pacem gesproken, Galina mocht het zeggen… Best dat Galina geen priester moest vinden die voor zoiets toelating had willen geven. Muziek als spanning tussen de evocerende mimesis van de feitelijke horror of terreur en utopische reconciliatie. Reinhard Kager (1954), Universitätslektor aan de Universität van Graz omschrijft het in het bijbehorend boekje als tranen uit een harde, archaïsche steen, vindt u terug op het kaftje van de cd. Misschien wel. Galina ging de piano gebruiken in al haar composities, alweer omdat  het uitdrukkingsvermogen van extreme dynamische contrasten, de brutale kracht  en de uiterste differentiatie in articulatie van de piano, haar zo aantrokken. Reinhard Kager vergelijkt haar “muziek” graag met de massieve, monolitische “architectuur” van de Zur Heiligsten Dreifaltigkeit- kerk in Wenen van Friz Wotruba (1907-1975). Opgepast als u ooit gaat kijken, deze “kerk” is bedoeld als beeldhouwwerk want Fritz beeldhouwde. Het verschil tussen haar 1ste pianosonate uit 1947 en haar zesde uit 1988 is meer dan hemelsbreed. Ik kan mij dan ook heel goed voorstellen dat Sjostakovitsj hield van deze bijwijlen Satie- Gymnopedie-achtige, meditatieve pianoschriftuur. Maar Bredero zei “Het kan verkeren” en dat was helaas zeker het geval met Galina’s beeld van de piano. Ge moogt gerust zijn. De twee jaar later genoteerde  2de sonate, genoteerd zonder maatstrepen (maar ja, Couperin deed het ook al), volgde ook nog grotendeels de lijn van haar 1ste, maar ging soms toch al een beetje neigen naar wat ze later aan onbeluisterbare pianoklanken zou bijeen componeren. Met haar gemarteleerde 3de sonate (1952) was het zover. Brutale monotonie afgewisseld met tedere, contemplatieve momenten. Na haar twee eerste pianosonaten ging ze pas na dertig jaar  opnieuw aan de slag, haalde haar hamer boven,  en kon  het niet laten nog twee pianosonaten te noteren. Akkoord dat Prokofjev in 1912 al ver ging in zijn 2de pianosonate maar dergelijk oorpijnigend gehamer op de piano was aan hem toch (nog) niet besteed. Als Reinhard Krager in Galina’s laconieke clusters de stem hoort van metafysische hoop, is dat zijn zaak en hoop ik voor hem dat hij zijn aanvoelen van Galina’s “muziek” kan delen met zijn vrouw want bij mij is het niet gelukt. Ja, eigenlijk bij mezelf ook niet, al lang niet trouwens. Ik heb deze cd cadeau gegeven aan mijn vrouw maar ze heeft hem teruggegeven. Zie hoezeer mensen toch kunnen verschillen, verdorie toch. Zij houdt niet van wat Reinhard Galina’s “struikgewas van clusters” noemt. Zij houdt niet van de clusters uit wat de Russische componist uit de Oeral Victor Suslin (°1942) het Zwarte Gat van Leningrad, het epicentrum van communistische terreur noemt. Zij houdt van de dodecafonische lyriek van de klavierwerken van Arnold Schoenberg en van de seriële, fragiele, weerloze Klee-achtige toontekeningen van onze beminde Anton Webern. Dat is zo en dat zal zo blijven, denk ik. Wel, als t’zo is, mij niet gelaten. Oké, volgende keer geef ik wel iets anders cadeau.

Mocht u daarentegen, u weet maar nooit, meer van Galina Oestvolskaja willen “beluisteren” dan zou ik u aanraden eerst eens gewoon uw huisarts te consulteren. En is dan zijn of haar diagnose voor u eerder gunstig, dan verwijs ik u graag naar haar Octet voor 2 hobo's, 4 violen, pauken en piano, haar Compositie nr. 1 voor piccolofluit, tuba en piano (1970/71) "Dona nobis pacem", haar Compositie nr. 2 voor 8 contrabassen, piano en slagwerk (1972/73) ("Dies irae") of naar haar Compositie nr. 3 voor 4 fluiten, 4 fagotten en piano (1974/75) "Benedictus, qui venit". Als u dan daarna, om toch maar mogelijke risico’s te vermijden, uw huisarts voor de tweede keer raadpleegt en de diagnose blijft voor u dezelfde waardoor u niet doorgestuurd wordt naar de specialist, vervolgt u maar rustig met haar Concerto voor piano, pauken en strijkorkest (1946), haar Symfonie nr. 1 (1955) en haar Symfonie nr. 2 (1979) "Ware, eeuwige Zaligheid" (het weze U gegund), haar Symfonie nr. 3 (1983) "Jezus, Messias, redt ons", t’zal nodig zijn, en last but not least  (zu guter Letzt), haar Symfonie nr. 4 (1986) "Gebed"en  haar Symfonie nr. 5 (1990) "Amen". Oef-juhu.

In elk geval heb ik, wat u ook moge vinden of denken van mij of van Galina, deze tekst door en voor haar geschreven. Door en voor wie? Galina of mijn vrouw? Alleen hij die van de oplossing een raadsel maakt is de ware kunstenaar. Oplossingen en antwoorden zijn er niet, alleen eeuwige, eeuwige open vragen. Een ongelooflijke must voor de liefhebber.

In 1995 schreef Alex Ross in The New York Times: “Ms. Ustvolskaya is to be approached with caution. She may inspire admiration, or she may inspire frustration, even revulsion. Woe to the pleasure-seeking listener who spots certain religiose titles — ‘Dona Nobis Pacem,’ ‘Amen,’ ‘Dies Irae’ — and expects a Mystic Minimalist after the fashion of Henryk Gorecki or Arvo Pärt. This is religiosity with hard edges, penance for esoteric sin. Forms emerge from pitch-blackness only when the eyes have become accustomed to the lack of light.” Ziet u wel? Een treffende en interessante tekst, zelfs mooi, als we de muziek maar niet hoeven te beluisteren.