Na de tentoonstellingen “Canaletto – Guardi, Les grands maîtres vénitiens” en “Eugène Boudin” kan u nu in het magistrale Musée Jacquemart-André in Parijs aan de Boulevard Haussmann, naar een tentoonstelling van Engelse Victoriaanse schilderkunst uit de collectie van Juan Antonio Pérez Simón. U bewondert er symbolistische kunst in de lijn van de prerafaëlieten, die hoofdzakelijk geïnspireerd werd door de sensualiteit en mystiek van muziek.

Als wereldmacht maakte Groot-Brittanië tijdens het bewind van Queen Victoria (1837-1901) de weg vrij voor ingrijpende economische en sociale veranderingen. In deze context, uiterlijk gekenmerkt door puritanisme, uitten kunstenaars zich door middel van hun fijne, artistieke gevoeligheid die sterk contrasteerde met de ruwheid en de morele strengheid van hun tijd. Ze gingen terug tot de oudheid en schilderden weelderig gedecoreerde, beeldschone naakte vrouwen als poëtische en literaire uitingen. Ze waren de erfgenamen van de prerafaëlieten. Hun ”cosmetische zoektocht” was het parool van de kunstenaar die absolute schoonheid en een esthetische evensstijl zocht. Het belangrijkste onderwerp van deze artistieke beweging, genaamd “Aesthetic Movement”, was de vrouw. Haar lichaam werd niet langer gehinderd door het alledaagse, maar werd naakt voorgesteld, als symbool van bevrijd genot, wellust en sensueel, vrouwelijk verlangen. Geportretteerd in een levendige, heruitgevonden wereld, stelden ze antieke en middeleeuwse heldinnen voor, musical  Goddesses of Love and Beauty. Weelderige paleizen in weelderig flora dienden als decoratie bij deze prachtige, wellustige, liefdevolle, welwillende of kwaadwillige vrouwen. Het schilderij werd een muzikale dagdroom over nimfen, najaden en muzen met een  overvloed aan symboliek.

Mystiek-muzikale wereld

Tal van schilders lieten zich inspireren door de mystiek-muzikale wereld van Tristan en Isolde, Lakmé (opera van Delibes) of Parsifal. Albert Joseph Moore bracht met zijn “Le Quatuor”, hulde aan de muziek. Het prachtige schilderij “Rozen van Heliogabale” van Alma Tadema leek wel de picturale weergave van Puccini’s geurig zoemkoor uit zijn “Madama Butterfly” of van “Le Spectre de la Rose”  van Berlioz. De afgebeelde bloesems werden trouwens in de winter van 1887-1888 gedurende vier maanden wekelijks van de Côte d’Azur per spoor naar het atelier van de kunstenaar in Londen verstuurd, en nog maanden nadat het schilderij voltooid werd, vond Alma-Tadema verdroogde rozeblaadjes in zijn atelier. Historische personages illustreerden als het ware “Caligula”, “Prométhée”, “Pénélope” en de scène mythologique “La naissance de Vénus”  van Gabriel Fauré. George Frederic Watts schilderde “Blanche, de violiste” en de Antigone’s, Medea’s en  Andromeda’s,  “Eliane of Astolat”, of bvb. “Venus Verticordia”  van Dante Gabriel Rossetti, verwijzen direct of indirect naar Venus uit Wagners “Tannäuser”, “Le Roi Arthus” van Chausson, “Lénore” van Henri Duparc, “Viviane” van Chausson, “Gwendoline” van Chabrier,  “Le Roi d’Ys” van Lalo  of  “Médée”, “Veronica” en “Fervaal”   van Vincent d’Indy. “La Fin de la chanson” van Edmund Blair Leighton werd dan weer geïnspirerd door het verhaal over Pelléas en Mélisande. Alleen al “Eliane of Astolat”, de geliefde van Lancelot uit de Arthurlegende, werd geschilderd door Dante Gabriel Rossetti, William Holman Hunt, John William Waterhouse, Howard Pyle, Louis Rhead, Elizabeth Siddal en Eleanor Fortescue-Brickdale. Frederic Leighton, die In 1852 naar Rome ging en er zich bewoog in kunstenaarskringen, waar hij kennismaakte met o.a. William Makepeace Thackeray en Robert Browning, schilderde “Lied ohne Worte”. J.M.Whistler gaf zijn schilderijen dan weer namen als “Arrangements”, “Harmonies”, “Symfonieën” (bvb. in White) en “nocturnes” (bvb. Blue and Golg). Gershwin liet zich daardoor inspireren vor zijn eigen “Rhapsody in Blue”. De schilders lieten zich stilistisch inspireren door de poëzie en decoratiekunst van Swinburne (“Tristram of Lyonesse”), Alfred  Tennyson, John Ruskin en William Morris. Treffende voorbeelden zijn “Le Temps jadis” van J.M. Strudwick, “Erato” van J. W. Godevard, “Dorothy Dene” van Henry Van der Weyde, “Le Chant du printemps” van J. W. Waterhouse en “La jouese de saz” (de saz of bağlama is een van oorsprong Ottomaans/Turks  tokkelinstrument) van W. C.  Wontner.

Esthetische zoektocht

Dromen over schoonheid schilderen. Voor jonge Britse kunstenaars van het Victoriaans tijdperk was  de esthetische zoektocht een absoluut gegeven van hun kunst. De vrouw belichaamde dit ideaal, voorgesteld als oude of middeleeuwse heldinnen, via hun duizend gezichten, hun droom en verlangen naar schoonheid en nostalgie naar een gouden tijdperk. Dit in tegenstelling tot de artistieke aspiraties die dan ontstaan in Frankrijk. In 1874 nam Emile Zola als aandachtig waarnemer van het Salon, de schare mensen rondom de schilderijen van Alma-Tadema waar, wiens verbazingwekkende archeologische vreemdheid,  de mensen bij de kraag vatte. Hij benadrukte dat het gewaagd werk van deze Nederlandse kunstenaar, onlangs genaturaliseerd tot Brit, tot de meest bekeken schilderijen behoorde op het Salon en dat de publieke fascinatie niet meer te stoppen was. 

De werken tentoongesteld in het Musée Jacquemart-Andre, waarvan sommige echte iconen zijn van de Britse kunst, De rozen van Heliogabalus  van Alma-Tadema, De Griekse Meisjes die steentjes aan de kust zoeken van Leighton,  Quartet Albert Moore, Andromeda van Poynter, behoren tot een van de grootste collecties van Victoriaanse schilderkunst in particuliere handen: de befaamde Pérez Simón collectie. Die schilderijen kunnen we momenteel in Parijs bewonderen en de schilders zijn Lawrence Alma Tadema, Edward Burne Jones, John William Godward, Frederick Goodall, Arthur Hughes, Talbot Hughes, Frederic Leighton, Edwin Long, John Everett Millais, Albert Moore, Henry Payne, Charles Edward Perugini, Edward John Poynter, Dante Gabriel Rossetti, Emma Sandys, Simeon Solomon, John Strudwick, John William Waterhouse en William Clarke Wontner.

Na Parijs is de tentoonstelling te zien in het Chiostro del Bramante in Rome, van 15 februari tot 5 juni 2014, en vervolgens in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid, van 23 juni tot 5 oktober  2014.