Muzikaal eerbetoon aan vergeten baron

Portret van baron Joseph Ryelandt (1870-1965): zijn adellijke wortels lieten hem toe zich volledig aan het componeren te wijden.

In 2015 is het vijftig jaar geleden dat Joseph Ryelandt overleed. Als voorproefje van een heus hommageproject nam het De la Haye-ensemble diens waardevolle oeuvre nu al onder de loep. En waar kon deze driedaagse try-out beter plaatsvinden dan in het unieke kamermuzieklabo van Loge 35.

In 2015 is het vijftig jaar geleden dat Joseph Ryelandt overleed. Als voorproefje van een heus hommageproject nam het De la Haye-ensemble diens waardevolle oeuvre nu al onder de loep. En waar kon deze driedaagse try-out beter plaatsvinden dan in het unieke kamermuzieklabo van Loge 35.

 

Joseph wie? U bent allicht niet alleen met deze vraag. En dat is eigenlijk vreemd. Want is er iets waar klassieke muziekfanaten meer op verlekkerd zijn dan verjaardagen? Geboorte of overlijden: een rond getal volstaat voor een fameus feestje. Zo stonden Verdi en Wagner in 2013 meer dan ooit in de schijnwerpers en is het dit jaar onder andere de beurt aan Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788) en Jean-Philippe Rameau (1683-1764). Toegegeven, dit zijn zeer grote namen die bij velen minstens een belletje doen rinkelen. De naam van componist Joseph Victor Marie Ryelandt, nota bene een Belg die in 2015 vijftig jaar geleden overleed, doet dat veel minder. Onterecht.

 

Roeping

 

De in Brugge geboren en getogen toondichter schreef een omvangrijk en divers oeuvre bij elkaar. Zijn adellijke wortels hielpen daarbij meer dan een handje. Ze lieten Ryelandt toe om zich tussen 1895 en 1924 uitsluitend met het componeren bezig te houden, alvorens hij in dat jaar directeur van het conservatorium van zijn geliefde geboortestad werd. Kort na de Tweede Wereldoorlog zette hij achter beide activiteiten een punt, maar zijn naam leeft voort in de naar hem genoemde concertzaal in de kerk van het voormalig Theresianenklooster. En in zijn muziek natuurlijk! Geen nieuwlichter, laat staan een groots vernieuwer, bleef Ryelandt te allen tijde de grote tradities trouw. Onder invloed van zijn leermeester Edgar Tinel (1854-1912), de directeur van het Mechels Instituut voor religieuze muziek, het latere Lemmensinstituut, zou de vrome Joseph vooral met cantates en oratoria nationale en internationale erkenning genieten. Maar de man heeft ook veel waardevolle, weliswaar ongepubliceerde kamermuziek nagelaten, waarbij vroeg 20ste-eeuwse, Franse invloeden nooit veraf zijn. Een indruk krijgt u in het volume 55 uit de reeks In Flanders' Fields van het cd-label Phaedra.

 

Ook in onze eigen achtertuin werd en wordt dus boeiende muziek geschreven. Zo is de bibliotheek van het Belgisch Centrum voor Muziekdocumentatie (CEBEDEM) een goeddeels onontgonnen schatkamer, rijk aan partituren die zo veel meer dan enkel een laagje stof verdienen. Van August Baeyens (1895-1966) en Albert Huybrechts (1899-1938) tot hedendaagse componisten als Wim Henderickx (°1962) en Pieter Schuermans (°1970): het De la Haye-ensemble, genoemd naar de vroeggestorven Lierse kunstschilder Raymond de la Haye (1882-1914), ziet het als zijn roeping om dit erfgoed aan een breder publiek voor te stellen. Deze vijfkoppige kamermuziekgroep, opgericht door pianist Bart Meuris en musicerend in uiteenlopende bezettingen (viool, altviool, cello en klarinet), bereidt daarom een heus hommageproject ter ere van de jarige Ryelandt voor. Daartoe werkt het samen met het kamerorkest Ensemble a en de koren Musica Nova, Cappella Concinite en het Kathedraalkoor Hasselt. De geplande concerten in Boom, Lier en (uiteraard) Brugge zullen naast koor- en orkestwerken ook kamermuziek omvatten. En waar kon dit laatste beter uitgetest worden dan in het speciaal daartoe opgerichte laboratorium genaamd Loge 35, tijdens een driedaagse in Antwerpen, Brugge en Diest.

 

"Natsukashii"

 

Al bijna drie jaar biedt Loge 35 een onalledaagse, bijzonder intieme setting voor kamermuziekconcerten à l'ancienne. Een nobel opzet dat bij zijn groeiende aanhang steevast een gevoel van "natsukashii", gelukkige nostalgie in de Japanse beeldspraak, teweegbrengt – reden waarom dit initiatief volgende maand een Gouden Label in ontvangst mag nemen. Niet alleen de muziek vormt daarbij vaak een ontdekking. Ook de originele locatie waar deze weerklinkt, is steeds opnieuw een aangename verrassing. Zo bleek "Ten huize Verlinden-Verheyde" een herenwoonst te zijn aan de Damse Vaart-Zuid, net buiten het Brugse stadscentrum. Dokter én melomaan Jan Verlinden en diens partner Mieke Verheyde stelden maar wat graag hun infrastructuur, inclusief prachtige vleugelpiano, ter beschikking van Hans Cammaert, Daan De Vos en Bart Meuris. Toehoorders namen plaats in de open keuken en het knusse salon. Ryelandt en de muzikanten stonden letterlijk en figuurlijk in het middelpunt van de belangstelling. Op het goedgevulde programma stonden een sonate en barcarolle voor viool en piano, gevolgd door een sonate en nocturne voor cello en piano en een pianotrio. De barcarolle nummer twaalf voor piano solo van Gabriel Fauré (1915) spiegelde Ryelandt aan één van zijn belangrijke inspiratiebronnen: een kleurrijke, meerstemmige rêverie (Allegretto giocoso) die als een mediterend intermezzo bijzonder werd gesmaakt.

 

Hoewel de titel van deze concertavond – "Impressionisme van bij ons" – anders deed vermoeden, was de vijfde vioolsonate (1918) waarmee Hans Cammaert en Bart Meuris het concert openden zeer sterk doordrongen van een laatromantisch levensgevoel. “Een groot en dramatisch werk”, zo werd het stuk achteraf door Meuris getypeerd. De door de piano robuust ingezette, melancholische openingsmaten bleken algauw exemplarisch voor Ryelandts schriftuur: vol, soms een tikkeltje druk en in haar amplitude bijzonder Brahmsiaans. Dankzij een goed evenwicht tussen bas en discant en een gedoseerd pedaalgebruik werd nochtans een aantrekkelijke balans gevonden met de viool. En hoewel die maar wat graag de hogere registers zou opzoeken en net in die beklijvende momenten – zeker in het Andante sostenuto – wat fragiel klonk, wist de musicus Cammaert vooral te bekoren met een gevatte articulatie en een in de geanimeerde hoekdelen vlekkeloze timing. Attent samenspel maakte ook van de tedere barcarolle (1929) een aangenaam hoorstuk. De muziek werd niet alleen schools tot klinken gebracht. Er werd ook iets aangrijpend mee verteld. Het resultaat was tegelijk verhelderend en begeesterend.

 

Nocturne bij valavond

 

Met de intrede van cellist Daan De Vos kreeg het publiek nog meer om zich aan op te warmen. Knappe fraseringen, helder pizzicato en een boeiende wisselwerking tussen de beide instrumenten maakten van het bondige Allegretto van de tweede cellosonate (1917) een hartelijke kennismaking. De lyriek van de trage beweging (Andante sostenuto) had veel weg van een slaapliedje, maar was zo fijnzinnig dat het allesbehalve slaapverwekkend was. Pathos en nuance waren ook aanwezig in de daaropvolgende nocturne (1916), ingezet bij valavond. Delicaat pianospel en enkele prachtige cantilenes in de cello zorgden voor kippenvel, en dat is bij een eerste beluistering eerder zeldzaam. In het tweedelige pianotrio (1914-1915) ten slotte – recent met succes op cd uitgebracht – werd spontaan speelplezier in een gelaagd en soms ook wat wollig overkomend eerste deel (Allegro con moto) gekoppeld aan de kleurenpracht van een ronduit imponerende variatiereeks (Andante), enkele intonatieprobleempjes in de viool ten spijt. Als toemaatje offreerde het drietal de contrapuntische “canon en Trio” (opus 70) uit 1918: een compositie die Ryelandt voor zijn kinderen schreef en dit overtuigend eerbetoon op een educatief verantwoorde wijze afsloot.

 

Naar goede gewoonte eindigde deze mooie avond bij Loge 35 met een glas én enkele fijne hapjes des huizes. Op 5 juni staat alweer het laatste concert van dit seizoen gepland. "A Mother Sings" brengt Hendrickje Van Kerckhove en Nicolas Callot samen in de Antwerpse Lantschotkapel voor een bloemlezing uit Edvard Griegs intiemste liederen en pianostukken. Een nieuwe ontdekking wacht.

 

Daags nadien zet ik in de wagen de radio op. Klara. Ryelandt. Het Andante uit diens tweede strijkkwartet. Misschien komt het uiteindelijk toch nog goed met 's mans naambekendheid. Aan de vurige pleitbezorgers van het De la Haye-ensemble zal het – zoveel is nu al duidelijk – alleszins niet gelegen hebben.

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: