Muziek en bloemen wachten in Laken op U

Einstein & Elisabeth

Rosine De Dijn schreef een bijzonder boek over het intens contact tussen Einstein en onze koningin Elisabeth. Uit het boek blijkt duidelijk in welke mate muziek van dit contact een intens artistieke relatie maakte.

Muzikale vader
Rosine De Dijn begint haar boek met te vertellen dat in het vreedzame domein Possenhoven, de zomerresidentie van het Huis Wittelsbach, muziek altijd in het middelpunt stond. Vader Karel Theodoor speelde behoorlijk piano en viool en het is dus niet verwonderlijk dat het kleine meisje Elisabeth, dat erg aan haar vader gehecht was, van een geëngageerd muziekonderwijs genoot, vooral van de vioollessen, haar lievelingsinstrument. De vastberaden dochter van Karel Theodoor in Beieren uit Possenhoven, vervolgt De Dijn, ging geen enkele uitdaging uit de weg, oefende dag in, dag uit op haar geliefde instrument en nam tot op hoge leeftijd regelmatig vioollessen. Bovendien was Brahms, die in Tutzing aan de oevers van het meer van Starnberg componeerde, vaak te gast ten huize van de adellijke familie. In Elisabeths ouderlijk huis in Possenhoven vonden vaak huisconcerten plaats. In deze atmosfeer van liefde voor klassieke muziek groeide Elisabeth op. De muzikale hertog werd ‘Zither-Max’ genoemd, omdat hij naar hartenlust zijn citer bespeelde, een uitgesproken volks instrument dat door hem opgewaardeerd werd in betere kringen.
Ysaÿe
Elisabeths muziekleraar, vertelt De Dijn,  werd Eugène Ysaÿe, destijds een van de begaafdste en belangrijkste violisten van zijn generatie. Hij stichtte het fameuze strijkkwartet Quatuor Ysaÿe en maakte een noemenswaardige internationale carrière. In 1880 werd hij concertmeester bij het Bilseorkest in Berlijn, de directe voorloper van de Berliner Philharmoniker. Hij was bevriend met Camille Saint-Saëns, César Franck, Gabriel Fauré en Claude Debussy en musiceerde met Clara Schumann. In 1896 werd hij benoemd tot professor aan het Brussels Conservatorium en in 1912 tot maître de chapelle de la cour. Van 1918 tot 1922 dirigeerde hij het symfonisch orkest van Cincinnati in de Verenigde Staten. Koningin Elisabeth stond vol bewondering voor de begaafde virtuoos, schrijft De Dijn,  een veel besproken componist die haar tot aan zijn dood als muziekleraar en vriend begeleidde. Samen deelden zij de liefde voor de muziek en de ambitie om jonge talenten te steunen. Deze band tussen Elisabeth en Eugène Ysaÿe en hun gemeenschappelijke passie voor de muziek hebben de wereld een uniek nalatenschap geschonken.
De wedstrijd
Het stimuleren en ondersteunen van begaafde jonge talenten bleef tot aan het einde van Elisabeths leven belangrijk. In 1937 namen aan de eerste Concours Eugène Ysaÿe, later het Concours Reine Elisabeth/Koningin Elisabethwedstrijd,  voor viool 68 kandidaten uit 21 landen deel, waaronder vijf Russen en een Oostenrijker van Russische origine. De eerste laureaat was David Fjodorovitsj Oistrach uit de toenmalige Sovjet-Unie. Op de officiële foto opgenomen in het boek, staat hij trots rechts van Koningin Elisabeth. Hij zou een leven lang met haar bevriend blijven. Pas na de oorlog, in 1951, werd het ‘Concours Eugène Ysaÿe’ omgedoopt in ‘Concours Reine Elisabeth’ of koningin Elisabethwedstrijd’, nog steeds één van de belangrijkste muziekwedstrijden ter wereld, afgewisseld voor piano, viool en zang.
Passie voor muziek 
Voor Elisabeth was muziek gelijk aan leven. Ze werd het nooit beu, schrijft De Dijn. Zij woonde minstens één keer per week een concert of een muziekuitvoering bij. Deze passie deelde zij met haar verre vriend Albert Einstein die vaak drie concerten per week bezocht. De vorstin organiseerde huisconcerten in het paleis en ondersteunde wonderkinderen zoals de Vlaamse Carlo Van Neste.
Muziek in de oorlog
In De Panne aan zee vond de koninklijke familie een eerste bescheiden verblijf. Elisabeth bekommerde zich nu in De Panne om de stichting van een veldhospitaal, het Hôpital de l’Océan, een ziekenhuis van het Rode Kruis, dicht bij de frontlijn. Bezield door de genezende kracht van haar grote passie, de muziek, zorgde zij voor een soldatenorkest, het Orchestre Symphonique de l’Armée de Campagne. Een honderdtal soldaten koos muziek van Beethoven, Berlioz, Grieg, Haydn en van talrijke andere componisten, en musiceerde achter het front in de troosteloze atmosfeer van de veldhospitalen, waar de gewonden op soelaas wachten.
Onafscheidelijke viool
Einstein en Elisabeth, zo lezen we,  waren twee eensgezinde mensen met dezelfde aanbidding voor de natuur maar in de eerste plaats, met een gemeenschappelijke passie voor muziek.  Einsteins moeder was een begaafde pianiste en liet haar zesjarig zoontje al vioollessen volgen en oefende met hem de duetten van Mozart. Maar de jonge knaap vond de études en het onder de knie krijgen van de techniek maar een saaie bedoening. En ook al beoordeelden sommige muzikanten zijn spel ietwat geringschattend, beweerden ze dat hij zijn instrument meer met passie trakteerde dan met kunnen en vonden ze dat hij de snaren op houthakkerswijze mishandelde, toch bleef de viool een leven lang Einsteins onafscheidelijke metgezel.
Musikreligion
De latere relativiteitstheoreticus was ervan overtuigd dat hij zich een leven zonder muziek niet kon voorstellen en hij was van mening dat zijn wetenschappelijk werk en de muziek uit eenzelfde bron putten. Dat was zijn credo, schrijft De Dijn. Vroeg men hem naar wat hij zocht, dan antwoordde hij: ‘Ik ben op zoek naar de hoogste muzikaliteit’. Einstein hield van Vivaldi, Bach, Mozart en Haydn. Hij las vlot partituren en speelde niet allen viool, maar ook piano. Muziek was zijn toeverlaat en vaak ook de oplossing van zijn problemen. ‘Het was helemaal niet uitzonderlijk dat hij ’s avonds laat nog naar zijn viool greep, in de keuken aan het improviseren ging en tegelijkertijd diep in gedachten verzonk’, wist zijn zoon Hans Albert later te vertellen. ‘Opeens riep hij dan uit: “Ik heb het!”’ Wanner hem iets dwarszat, vond zijn vrouw hem op elk uur van de dag of de nacht achter zijn vleugelpiano of met zijn viool in de hand. ‘Eerst doe ik wat aan improvisatie. Als dat niet helpt, zoek ik troost bij Mozart. Maar wanneer ik een spoor ontdek, heb ik nood aan de klare constructies van Bach om mijn gedachten te bundelen’, verklaarde Einstein. Ook de zielsverwante Elisabeth vond inspiratie en troost in de zogenaamde Musikreligion. Voor Elisabeth had het beleven van de muziek een religieuze waarde. Het was haar zuurstof.
Musiceren in Brussel
Telkens wanneer Einstein Brussel aandeed, schrijft De Dijn, greep hij die kans om een bezoek te brengen aan het koninklijk paleis om samen met de koningin te musiceren. De gemeenschappelijke passie voor muziek was de humus van hun relatie, vanzelfsprekend ook gedragen door een grote wederzijdse sympathie, ondanks alle verschillen van opvoeding, stand en verplichtingen. ’Brengt U ook weer uw viool mee!’ drong de koningin aan. Opnieuw noteerde zij met grote letters nauwkeurig alle afspraken met haar hartsvriend in haar agenda. En men gaf zich over aan de strijkers. Met andere gasten. Met professionele musici die in Brussel voor een concert te gast waren of met muzikaal getalenteerde hofdames. Giovanni Battista Viotti stond dan op het programma, de veeleisende Italiaanse violist, componist en vader van de viooltechniek.
Menuhin en Oistrach
Het archief van het koninklijk paleis telt vandaag nog steeds talrijke muziekpartituren, uitgaven met geavanceerde vingeroefeningen die flink wat virtuositeit vooropstellen, zoals concerti van Vieuxtemps, Mendelssohn en Prokofiev en de Capricci van Paganini. ‘De études van Kreuzer, een plicht voor elke leerling in viool aan het conservatorium had zij in ieder geval grondig geoefend’, schreef Willem Erauw. En de vorstin, die over een prestigieuze verzameling Italiaanse violen beschikte, was niet bang van een veeleisende muziekleraar. De grote maestro’s kwamen bij haar over de vloer, zo lezen we. Zij bewonderde haar vertrouwde gasten en geliefde muzikale vrienden Yehudi Menuhin en David Oistrach en hield een leven lang contact met hen.
Vriendin Ekaterina, Ysaÿe en Jules Destrée
De in 1890 in Odessa geboren Ekaterina Konstantinovskaia verliet al op twintigjarige leeftijd haar geboorteland om in München kunst te studeren. Zij kwam uit een welstellende Joodse familie en huwde in 1914 de eveneens uit Odessa stammende cellist Aleksandr Barjansky. Beide kunstenaars hielden van een onregelmatig bestaan en de wereld was hun thuis. Begin van de jaren 1920 leerde de begaafde beeldhouwster bij madame Paul Clemenceau in Parijs, in wiens salons Auguste Rodin en Maurice Ravel in- en uitliepen, de Belgische socialist Jules Destrée kennen, die op dat moment Belgische minister van Schone Kunsten en Onderwijs was. Hij bracht Aleksandr Barjansky in contact met de beroemde Belgische violist Eugène Ysaÿe, de muziekleraar van de koningin. Hare majesteit stond open voor alle kunsten, maar in het bijzonder voor de muziek en de beeldhouwkunst. Het is dus helemaal niet verwonderlijk dat zij de beide Barjansky’s wilde leren kennen. Zij stuurde haar hofdame, gravin Caraman-Chimay, naar de tentoonstelling van Catherine Barjansky en liet zich aanmelden, vertelt De Dijn. Tussen de jonge Joodse Ekaterina Konstantinovskaia en de eigenzinnige Beierse aristocrate ontstond algauw een diepe vriendschap. De cellist en de beeldhouwster waren graag geziene gasten aan het hof, kwamen regelmatig voor een muzikaal samenzijn over de vloer en behoorden tot de intieme kring muzikanten met wie de koningin vaak samenspeelde. De twee vrouwen brachten samen uren en dagen in het atelier van de koningin door en vergaten de tijd.
Boetseren en musiceren
Allen om muziek te spelen werd het boetseren onderbroken. Terwijl Madame Barjansky uitgebreide wandelingen door het koninklijk domein van Laken maakte, speelde haar man samen met Eugène Ysaÿe, koningin Elisabeth en een hofdame of een andere muzikale gast zoals een leraar van het Brusselse conservatorium, gepassioneerd werken van Mozart en Haydn en kwartetten of trio’s uit de “Wiener klassik”.
Stradivarius bij testament voor Oistrach
De Dijn eindigt haar boek met een emotionele toon. Na een bewogen en rijk gevuld leven, schrijft ze,  stierf ‘la petite reine’ op 23 november 1965 op 89-jarige leeftijd. Dertig jaar na haar geliefde echtgenoot en kameraad en tien jaar na haar dierbare vriend Albert Einstein in het verre Princeton. Zij werd opgebaard in het kasteel van Stuyvenberg, haar laatste woonplaats, naast haar Stradivarius.  Deze viool was een geschenk van haar vriend en muziekleraar Eugène Ysaÿe. Het waardevolle instrument schonk Elisabeth aan de Russische virtuoos David Oistrach. Zo stond het in haar testament. ‘Het mooiste en het diepste wat een mens beleven kan, is het bewustzijn van het mysterie’, schreef Einstein. Albert Einstein en Elisabeth van België, ze blijven allebei een mysterie. Een heel mooi boek.

Tags

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: