Mozart als feitelijke leermeester van Van Beethoven: meesters door meesters…

Dat ik persoonlijk Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) de grootste componist aller tijden vind, doet niets af aan het genie van zijn rechtstreekse opvolger, althans zo vind ik ook dit persoonlijk, Ludwig Van Beethoven (1770-1827). De vroege Beethoven als verlengstuk van Mozart? Een kwintet topmusici overtuigde me van deze gedachte.

Alexander Melnikov is in residentie in deSingel dit concertseizoen 2019-20. Hij verzorgde een programmatie om en rond de dit jaar wereldwijd gevierde Ludwig Van Beethoven wiens 250ste verjaardag volop gevierd wordt met duizenden concerten, lezingen, boekuitgaven, opnames en wat nog meer. Voor het laatste concert waarvoor hij in residentie is werd beroep gedaan op vier andere musici van wereldklasse: Teunis van der Zwart (hoorn), Marcel Ponseele (hobo), Lorenzo Coppola (klarinet) en Javier Zafra (fagot). De vijf kennen elkaar van onder meer samen te spelen met het Freiburger Barockorchester. Een behoorlijk gevulde Blauwe Zaal van deSingel werd een hele avond gevuld met de mooiste harmonieën en melodieën die ooit gecomponeerd werden voor een kwintet van blazers en piano.

Melnikov zette in met Mozarts Adagio in b, KV 540, een adagio voor piano. Een fijnmazig werkje dat je zelden hoort en meteen begrijp je dat het mij onbekend was. Het is echt een werkje dat op het lijf van de pianist is geschreven. We kennen hem als een bescheiden, zeer gevoelig man die breekbare stilte tovert uit welk klavier dan ook, in dit geval een Lagrasse pianoforte uit de Weense school ca. 1815 uit de collectie van Edwin Beunk.

Mozarts beroemde kwintet voor piano en blazers KV 452, volgens de componist in een brief aan zijn vader: “…Het mooiste dat ik al heb geschreven…”, is een dooddoener in het genre, maar altijd weer pakt die pure schoonheid die je zachtjes dwingt om te luisteren. Sluit je ogen en laat je meeslepen door dit wonder van de muziek, een van de vele nooit echt in te schatten werken van Mozart die ook hier weer bewijst een goddelijke gave te bezitten die niemand ooit evenaarde.

Na de pauze luistert het publiek naar een werk van de jongere Ludwig Van Beethoven, een werk voor piano en hoorn opus 17, zeer zelden op het podium gebracht en zeker als het een tijdsinstrument is. De hoorn van toen is veel moeilijker te bespelen en beheersen dan de moderne hoorn. Het was de juiste inval dit te programmeren en door deze twee rasartiesten te laten uitvoeren. Maar hoe Mozartiaans is Beethoven hier – en dat is geen schande, wel integendeel – en dat is hij niet minder in het kwintet voor blazers en piano. Beethoven kopieerde het concept van Mozart al was hij wat ambitieuzer. Toch is het een kwintet dat minder volwassen is als dat van Mozart met zijn zeer rijke dialogen en overdrachten van de melodielijnen van het ene op het andere instrument. Wel bespeuren we de latere Beethoven al als pianovirtuoos in de pianopartij die hij allicht zelf speelde en waarmee hij zich als concertpianist wilde bewijzen.

De Beethoven integrale is hier met wondermooie kamermuziek, muziek voor hogere sferen, afgesloten in de reeks ‘Alexander Melnikov & friends’. Op naar een volgende reeks?


  • WAT: Beethoven integrale ‘Alexander Melnikov & friends’
  • WIE: Alexander Melnikov (piano), Teunis van der Zwart (hoorn), Marcel Ponseele (hobo), Lorenzo Coppola (klarinet) en Javier Zafra (fagot)
  • WAAR & WANNEER: Antwerpen – deSingel, Blauwe Zaal, zaterdag 7 maart 2020
  • FOTO’S: Melnikov: © Julien Mignot, Teunis van der Zwart: © Tineke Leering, Marcel Ponseele © Sjaak Verboom,  Lorenzo Coppola © Stefan Lippert, Javier Zafra © via Amuz, collage Mozart/Beethoven © Klassiek Centraal

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: