Mijn vriend Hitler – Piet De Loof

Mijn vriend Hitler, Piet De Loof

Auteur Manu

Piet De Loof schrijft met ‘Mijn vriend Hitler’ een opmerkelijk en ook gedurfd jeugdboek. Mag je de kunstzinnige kant van Hitler aanhalen? Ik meen van wel. Dit kan perfect zonder uit het oog te verliezen dat hij miljoenen mensen de dood injoeg.

Het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van August Kubizek, een dirigent die zijn carrière aan Hitler te danken heeft.

In 1905 leren de 17-jarige August en de 16-jarige Adolf elkaar kennen in het Landestheater van Linz. Ze worden elkaars enige vriend. Beiden houden gepassioneerd veel van muziek al staat August meer open voor nieuwere genres dan Adolf die zich conservatief opstelt en vooral dweept met Wagner.

Beiden dromen ervan kunstenaar te worden en dankzij Adolf geven de ouders van August hun zoon toestemming om te gaan studeren aan het conservatorium van Wenen terwijl Adolf, die zijn middelbare school niet afmaakte, naar de kunstacademie zou gaan.

Ze delen een krappe studentenkamer en dat zorgt voor spanningen. Op een dag komt aan het licht dat Adolf niet slaagde voor de selectieproeven van de academie. August daarentegen werd op het conservatorium onmiddellijk opgemerkt en haalt schitterende cijfers.

Na de vakantie bij zijn ouders in Linz keert August terug naar Wenen. Daar blijkt dat Adolf de studentenkamer heeft opgezegd en zonder bericht na te laten verdwenen is. Het enige dat August nog te weten komt is dat Adolf met zijn zangtalent slaagde voor een auditie als koorlid bij Theater an der Wien maar uiteindelijk niet werd toegelaten omdat hij geen geld had voor een rokkostuum.

In de daaropvolgende jaren volgt August de politieke opgang van zijn jeugdvriend in de kranten en in 1938 vindt een korte ontmoeting plaats in Linz en ook in Bayreuth waar ze opera’s van Wagner bijwonen.

Na de oorlog wordt August opgepakt en ondervraagd. Op de vraag waarom hij Hitler niet doodde bij die ontmoetingen, antwoordt hij “maar hij was mijn vriend”.

Had hij überhaupt Hitler kunnen stoppen? Allicht niet.

Piet De Loof laat August Kubizek aan het woord, de dweepzucht is onmiskenbaar maar ook de benauwenis die hij voelt in zijn contact met Adolf. Het weglaten van een oordeel over diens misdaden maakt het boek apart en sterk.

Adolf Hitler was geen gewone tiener. Met een tirannieke vader en een al te toegeeflijke moeder groeide hij op tot een mens met een onbeschrijflijk groot ego. Dat hij niet werd toegelaten tot de kunstacademie en Theater an der Wien moet  ondraaglijk voor hem geweest zijn. Hoewel nog erg jong, verbitterde hij totaal en legde de schuld voor zijn miskenning als kunstenaar bij zijn omgeving. Mensen die zich tekort gedaan voelen door het leven kunnen potentieel gevaarlijk zijn indien zij niet op de juiste manier worden opgevangen en begeleid. Zijn spreekvaardigheid werd opgemerkt in politieke kringen en we weten wat daaruit is voortgekomen.

August Kubizek werkte ook na WO II verder als dirigent. Hij stierf in 1956. Uit het boek dat hij zelf schreef over zijn vriendschap met de jonge Hitler blijkt duidelijk dat hij zich nooit echt van hem kon losmaken. Hun gezamenlijke liefde voor de muziek overstijgt voor Kubizek de misdaden die Hitler pleegde.

Tags

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: