Mechels Kamerorkest & Guido de Neve onder de toren

Onder de majestueuze Sint Romboutstoren in Mechelen is TheAtrium te vinden, waar het herfstconcert, het eerste post-coronaconcert van het Mechels Kamerorkest doorgaat. Op de affiche staat een lachende Guido de Neve, solist in het vioolconcert van Brahms. Verder staat de Onvoltooide van Schubert op het programma, en als opener de Nocturne voor blazers van Mendelssohn. 

Al bij het binnenkomen hoorde ik iemand fluisteren dat de akoestiek heel droog is, daar op het atrium Onder-Den-Toren. Al in het langzame openingsdeel van de Nocturne is het duidelijk: deze theaterzaal heeft de akoestiek van een fabriekshal. Ook wanneer de strijkers erbij komen voor de Schubert, en de zaal vullen met de zoetgevooisd melodieën, klinken de violen door de akoestiek, of liever het gebrek eraan, soms wat schraal. Zelfs de Wiener Symphoniker zouden hier een ijle klank kunnen produceren. 

Het Mechels Kamerorkest noemt zichzelf semiprofessioneel, maar ze klinken niet semi. Het klonk degelijk en professioneel. Valse Vlaamse bescheidenheid? Natuurlijk hebben ze niet het raffinement en de souplesse van topensembles. Maar het is puik samenspel. Je voelt meteen dat hier een systeem in zit, een organisatie en een duidelijke visie van de dirigent. Bij de Onvoltooide van Schubert is het een hele taak om de weemoed en dromerige melancholie over te brengen, zonder te melig of al te dramatisch te klinken. Daar is dit ensemble keurig in geslaagd. 

Een mooie affiche

De blikvanger van de affiche en van het concert is violist Guido de Neve. In het programmaboekje lezen we hoe hij van jong supertalent is uitgegroeid tot gevestigde waarde, als solist, chambrist en pedagoog. Niet alleen op de “gewone” viool, maar hoe hij in een kwarteeuw ook grote stappen in de barokpraktijk heeft gezet. 

Ik ben naar dit concert gekomen om Guido de Neve na vele jaren nog eens live te horen. In een vorig leven was ikzelf ook violist. Zo ontmoette ik Guido in 1982 op het Bartok Seminar in het Hongaarse stadje Szombathely. We volgden er een masterclass bij de legendarische André Gertler. Guido was pas negentien, ikzelf zestien, en hij speelde de pannen van het dak. Toen al. Hij verraste het internationale publiek op het Bartok Seminar in die zomer van ’82 met de derde solosonate van Eugène Ysaÿe: een opname die nog steeds op YouTube te beluisteren is. Enkele jaren later was hij solist met ons studentenorkest van het Brusselse conservatorium. We speelden het vioolconcert van… Brahms. Net zoals vandaag. 

Authentiek vuur 

De spreker introduceert Guido de Neve met het adjectief “fabelachtig”. Dat klinkt wereldvreemd, maar het is er niet ver naast. Veertig jaar geleden was het me al duidelijk dat hij niet alleen een jongeman van negentien was, maar al een matuur musicus die door zijn vele reizen al flink van het leven had geproefd en geleerd.    

Wanneer hij het podium opkomt, denk ik meteen: Guido speelt zoals hij loopt. Gezwind dus. Nog voor hij zijn strijkstok op de snaar zet, weet je: hier staat iets te gebeuren. Je hebt mensen met een warme persoonlijkheid en je hebt het superlatief daarvan. Musici waarin een vuur brandt. Dat vuur voelde ik toen al, het brandt nog steeds en raakt eenieder die Guido de Neve bezig hoort.   

Al vroeg in zijn loopbaan heeft hij het glamoureuze virtuozendom verlaten om het pad van de authentieke uitvoeringspraktijk in te slaan. Historisch verantwoorde uitvoering van muziek uit de barok. Nog later is hij ook negentiende-eeuwse muziek historisch gaan benaderen. Ik hoor hoe hij zich in het Brahmsconcert hier en daar aan glissandi waagt, zoals die honderd jaar geleden wellicht gebruikelijk waren. Is hij een bloedernstig musicus, bovenal voel je de passie en de overgave waarmee hij zijn boodschap brengt. Als bisnummer keert Guido de Neve terug naar de basis. Een traag deel uit een solosonate van Bach. Helemaal verinnerlijkt, geen vibrato of andere opsmuk, enkel de eenvoudige, bedachtzame lijnen en bogen. 

Van Ysaÿe, naar Brahms, naar Bach. Blij dat ik deze bijzondere musicus nog eens live heb gehoord, samen met een orkest dat zich misschien wat te bescheiden “Mechels kamerorkest” noemt. Alsof elke kleine stad in Vlaanderen over een dergelijk kamerorkest beschikt. Bestaat er eigenlijk een Vlaams Kamerorkest? Of maak er gewoon het Flemish Chamber Orchestra van… De geoefende oren van koningin Mathilde kunnen het orkest misschien nog een duwtje in de rug geven om er het Royal Flemish Chamber Orchestra van te maken, zoals de Waalse tegenhanger!      


  • WIE: Guido de Neve [viool], Mechels Kamerorkest o.l.v. Tom Van den Eynde en Piet Van Bockstal
  • WAT: Herfstconcert, met werken van Mendelssohn, Brahms en Schubert
  • WAAR & WANNEER: zondag 7 november 2021, TheAtrium, Mechelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: