Marc-André Hamelin & Pacifica Quartet

Pacifica Quartet

Nominatie Gouden Label – Dit seizoen was de Canadese pianist Marc-André Hamelin artist in residence in deSingel. Dit betekent dat we hem tussen oktober 2013 en april 2014 vijf keer mochten ‘meemaken’ want elk optreden is een ware belevenis, om maanden lang van te genieten…

Nominatie Gouden Label – Dit seizoen was de Canadese pianist Marc-André Hamelin artist in residence in deSingel. Dit betekent dat we hem tussen oktober 2013 en april 2014 vijf keer mochten ‘meemaken’ want elk optreden is een ware belevenis, om maanden lang van te genieten…

Voor zijn solo-optreden op 6 november jongstleden kreeg Hamelin een Nominatie Gouden Label. Meer details hierover en over de man zelf, leest u in onze recensie die een paar dagen later (8/11) op onze site verscheen. Zie aldaar zoals dat wel eens in naslagwerken te lezen valt…

Met zijn laatste optreden in de reeks bevestigt Hamelin zijn buitengewoon talent in een zeer breed gamma van muziek en in praktisch elke ‘constellatie’ — een solorecital, als solist naast een groot orkest, in kamermuziek met twee, drie of meer collega’s. Voor zijn laatste optreden dit seizoen koos Hamelin voor drie staaltjes kamermuziek van de bovenste plank, in het gezelschap van het Pacifica Quartet (bestaande uit Simmin Ganatra en Sigurbjörn Bernhardsson, viool; Masumi Per Rostad, altviool en Brandon Vamos, cello), wereldwijd erkend als een van de beste strijkkwartetten van vandaag. Onlangs werd het verkozen als Quartet in Residence in het Metropolitan Museum of Art… en we besparen u de ellenlange lijst van onderscheidingen en gelauwerde optredens over heel de beschaafde wereld, op de meest prestigieuze plekken (Suntory Hall, Wigmore Hall, Lincoln Center) en met een traditionele (Mendelssohn, van Beethoven, Sjostakovitsj) maar soms ook gedurfde repertoirekeuze (Carter). Kortom: crème de la crème.

Carte Blanche

Wie Hamelin carte blanche geeft, hoeft zich niet te verbazen dat hij ook een brokje muziek zal laten horen van eigen ‘fabrikaat’. Pittig detail: voor het concert begint, horen we Ringtone Walz van Hamelin, om de aanwezigen er aan te herinneren hun gsm uit te schakelen. In deSingel lukt dat wonderwel.

De avond wordt ingezet met de Passacaglia voor pianokwintet uit 2002 van Hamelin zelf dus.

Door zelf te componeren — iets wat hij van jongs af al deed — voelt Hamelin zich dichter bij illustere voorgangers pianist-componisten zoals Leopold Godowsky (1870-1938), Alexander Skrjabin (1872-1915), Charles-Valentin Alkan (1813-1888), Ferruccio Busoni (1866-1924) of Sergej Rachmaninov (1837-1943)… van wie hij vanzelfsprekend ook werk uitvoert en laat opnemen. Hamelin: “Zelf componeren brengt je dichter bij het werk van andere componisten, cultiveert en verfijnt het innerlijk gehoor en het bewustzijn van stijl en muzikale taal (…) maar brengt je vooral dichter bij wat een componist ervaart op het moment van de creatie.”

De Passacaglia voor pianokwintet doet denken aan Godowsky die zelf een Passacaglia schreef naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de dood van Franz Schubert (1797-1828). Veel Schubert horen we er niet in. Wel meerstemmigheid in een hechte contrapuntische en chromatische schrijfwijze. Zeer puik werk en uitstekend uitgevoerd – iets wat het publiek ook meteen aanvoelt: muisstil tijdens de uitvoering en daarna laaiend enthousiast.

Geliefd & onbekend

Daarna volgt het Tweede Pianokwintet van Antonin Dvorák (1841-1904), een van de meest geliefde meesterwerken voor deze bezetting (samen met de kwintetten van Schubert, Schumann, Brahms en Sjostakovitsj). Hamelin en Pacifica brengen dit met bijpassende passie en grote overtuiging. Ook deze geniale uitvoering — zelden gehoord in een concertzaal — ontgaat het publiek niet. Ons bekruipt het echte gevoel een groots muzikaal moment mee te maken. Zo ook na de pauze, met werk van een ‘anonieme’ componist: Leo Ornstein (1893-2002). U leest het goed: de man werd 109, speelde piano en componeerde tot aan zijn dood… maar verdween in quasi totale vergetelheid. Met een bescheidenheid die hem siert, vertelde hij zelf: “Naam en faam interesseren me niet. Als mijn muziek goed genoeg is, zal die na mijn dood nog wel gespeeld worden. Als ze niet de moeite loont om gespeeld te worden, is dat dan maar zo.”

Zijn Pianokwintet uit 1927 kreeg bijzonder lovende kritiek bij de eerste uitvoering. De achtergrond van deze buitengewone pianist valt niet te ontkennen en de pianopartituur is dan ook veeleisend: zeer lange solopassages, herhaalde akkoorden, grote sprongen, razende passages van gebroken akkoorden en arpeggio’s bij de vleet. Stuwende, veranderlijke ritmes — een heel klein beetje à la Sacre du Printemps : van Igor Stravinsky (18821971) — contrasteren met langere lyrische passages. Sublieme muziek, zeer ten onrechte onbekend, op meeslepende wijze vertolkt. Een staande ovatie door een laaiend enthousiast publiek na een concert met (bijna) eigentijdse muziek… dat is zeer uitzonderlijk en wijst op de uitmuntendheid van een en ander. Samen met het solorecital van Hamelin: opnieuw Nominatie Gouden Label.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: