La Finta Giardiniera: Mozarts ‘jeugdzonde’

Mogen we deze opera, die Mozart op zijn 18 jaar componeerde, als een soort jeugdzonde bestempelen, ook al had hij voordien al talloze geniale werken gecomponeerd die veel dieper gaan? Zo kan je Bastien und Bastienne geen jeugdzonde noemen. Deze korte opera met slechts drie zangers, is een sterke voorbode van de grootse werken van Mozart. Denk alleen al aan het liefdesduet en de toverspreuk. Waarom wordt dit werk toch zo zeldzaam geprogrammeerd en dan nog meestal door knapenkoren zoals de Wiener Sängerknaben en het Tölzer Knabenchor? Een tip voor de Mozartiade…

Zit in u ook een jonge Mozart?Terug naar La finta giardiniera. Het libretto haalt hooguit het niveau van een derderangs stationsroman. Zeven figuranten die het in de liefde willen waarmaken maar dan geleid worden door jaloersheid, afgunst, liefdesverdriet, platvloers goedkope liefde om een verzet te hebben tot ze op wonderlijke wijze tot inkeer komen. De relaties van de koppels relaties vallen uiteindelijk in de juiste plooi. Het is wat om die holle inhoud kwalitatief op muziek te zetten. Mozart heeft het, mijns inziens, gehouden bij het componeren van sterke recitatieven en wat virtuozere aria’s voor elke stem. De ene wat meer dan de andere en dat zal dan wel te maken hebben met het beschikbare stemmenmateriaal dat er bij het componeren was. Bijblijvende aria’s en muzikale intermezzi zijn er niet. De ouverture is als een divertimento, weinig zeggend, puur muzikaal amusement. Wat je wel hoort hier en daar, is dat Mozart later teruggreep naar de partituur en er bepaalde zinsneden uithaalde en veel dieper uitwerkte bij zijn Da Ponte opera’s.

De scène is opnieuw eenvoudig opgezet. Het kan moeilijk anders op dat erg kleine podium van het zaaltje van het Théatre des Martyrs. Het podium wordt dan nog voor 1/3de ingenomen door het orkest dat in een hoekopstelling zit te spelen achter een zwart gaas. Een elegante oplossing want het zaaltje heeft geen orkestbak en stoelen demonteren in de zaal om het orkest zo plaats te geven is ondoenbaar.

Op het podium staan enkele boomstammen en op de grond liggen tussen die stammen afgevallen bladeren. Wat tuinstoeltjes en een tafeltje maken het decor volledig. Eenvoud, maar voldoende een tuin suggererend. Het verhaal speelt zich vandaag af, dat maakt de kostumering al even eenvoudig als het decor. Het mag, gezien liefdestoestanden van alle tijden waren, zijn en zullen blijven zolang er mensen zijn op aarde.

Het orkest – het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie onder leiding van Gabriel Hollander – speelt vrolijk en lustig en wandelt mee door de tuin en het bos. Het houdt zich op de achtergrond en geeft alle aandacht aan de (jonge) solisten.

De organisatie wist opnieuw een aantal jonge en sommige nog totaal onbekende zangers te strikken die meer dan een klein podium achter een of andere hoek waard zijn. Het was en blijft een doel van ‘Amadeus & Co’ om het podium te bieden aan jongere al dan niet bekende talenten die ervaring opdoen met het grote repertoire en ontdekt kunnen worden door de aanwezige talentenjagers van internationaal actieve operahuizen en managements.

Een zeer opmerkelijke muzikale prestatie werd geleverd door de tenor João Terleira uit Portugal die de rol van de graaf Belfiore vertolkte. Hij is een ware Mozarttenor die klaar staat voor de grootste rollen. Zeer soepele stem, technisch onverbeterlijk en zeer muzikaal met een perfecte beheersing en een goed acteur. Weinigen kunnen pianissimo’s zo fijnzinnig inkleuren.

Opnieuw bewees de bariton Ivan Thirion (de knecht Nardo) zich als ware Mozartfan. Warm, belevend, volle toonkleuren, alleen wat bescheidener in het acteren. Minder toonvast was de stem van Kenny Ferreira (Don Anchise). In groep zingt hij sterk, als solist raakt hij snel de rand van de zuiverheid.

De Spaanse mezzo Gema Hernández García zong de zogenaamde castraatrol van Ramiro. Een zeer mooie stem en erg rolbewust. Zet ze ook maar in de internationale schijnwerpers. Amélie Robin heeft een heldere sopraan, met een klein beetje scherpte in de hoogte. Ze zingt heel zuiver, is de plichtbewuste en dooreerlijke Sandrina die niet beter kon vertolkt worden.

© Alexandre Faucheur

Arminda, gezongen door Laura Telly Cambier, was eveneens een juiste keuze. Lekker ontspannen Mozartiaans zoals iedereen het graag heeft. Iets te sterk is het volume dat Dorine Mortelmans produceert. Haar Serpetta trok het publiek mee, het is dan ook een humorvolle rol van vervelend serpentje dat de mond niet houdt. In de samenzang zowel bij de aanvang als op het einde van de opera (een koor komt er niet in voor) zong ze boven de zes andere stemmen uit. Hier mocht een beetje de rem erop, maar je hoort dan natuurlijk wel dat dit zaaltje voor haar te klein is en zij een stem bezit voor de grote zalen.

Al bij al werd het een prettige namiddag, al vind ik persoonlijk dat van deze opera niks bijblijft en hij best een half uur korter mocht zijn. Ik kijk uit naar het programmeren van Bastien en Bastienne waar men bijvoorbeeld Thamos kan aan koppelen om een volle avond/namiddag te vullen. Hopelijk lezen de organisatoren mee…

Première: 26 juni 2022, Théatre des Martyrs, Brussel

Organisatie: Amadeus & Co vzw

Muziek: Wolfgang Amadeus Mozart

Libretto: Giuseppe Petrosellini

Regie: Eric Gobin

Stemmen: Amélie Robins [Sandrina], João Terleira [Belfiore], Kenny Ferreira [Don Anchise], Laura Telly Cambier [Arminda], Gema Hernández García [Ramiro], Dorine Mortelmans [Serpetta], Ivan Thirion [Nardo]

Orkest: Orchestre Royal de Chambre de Wallonie o.l.v. Gabriel Hollander

Klavecinist: Noémi Biro

Repetities: Lionel Bams, Noemi Biro

Toneelcoach: Françoise Ponthier

Coach Italiaans: Primo Lunghi

Kostuums: Gaël Bros

Scenografie: Frédéric Philippe

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: