La Clemenza di Tito op eenzame hoogte

Wat een verademing! Niet alleen omdat je “Eindelijk!!!” wil roepen van de daken omdat er ook terug klassiek mag gemusiceerd worden op de podia met publiek, maar vooral omdat het meteen op een opmerkelijk hoog niveau kan. En dit na een verplichte wereldwijde pauze van haast anderhalf jaar…

In Brussel wordt in het Théâtre des Martyrs, een zaaltje van de Franstalige Gemeenschap, sinds enkele jaren het Mozartfestival Midsummer Mozartiade georganiseerd door Amadeus & Co Production. Doel is om jonge(re) talenten, zoveel als mogelijk uit ons land, via het grote repertoire bijzondere podiumervaring bij te brengen en deze artiesten meteen voor te stellen aan managementbureaus en operahuizen die steevast mensen afvaardigen en wel degelijk kennis maken met het jonge bloed dat al meer dan eens werd uitgenodigd in andere landen. Voor sommigen betekent het de start van een internationale opera-carrière. Het is niet omdat het een Franstalig initiatief is, dat bijvoorbeeld Vlamingen of niet-Franstaligen niet aan bod zouden komen. Ware kunst springt immers altijd verder dan de politiek… Als de politiek daar een keer wat zou van leren…

Het festival startte ambitieus met jaar na jaar de drie Da Ponte opera’s Le Nozze di Figaro, Don Giovanni en Così fan tutte gevolgd door Die Entführung aus dem Serail en nu La Clemenza di Tito, een minder uitgevoerde opera van Wolfgang Amadeus Mozart. Na Die Zauberflöte en de drie Da Ponte’s, kan je eventueel begrijpen dat La Clemenza minder wordt uitgevoerd en ook minder bekend is. Spijtig op zich want deze opera waar jaloersheid en verraad opgaan in spijt, bekentenis en vergeving zit vol juwelen die, zoals het betaamt in een opera seria, elkaar wat los opvolgen tussen recitatieven en beperkte inzet van het koor. Het koor heeft dan weinig om doen, maar wat het om doen heeft, is bij het beste dat Mozart schreef. Dit maakt deel uit van zijn veel te vroeg orgelpunt aan zijn te korte leven.

Wereldklasse, zonder overdrijving

De Midsummer Mozartiade is een veelzijdige organisatie waar alleen het beste goed genoeg voor is, ook al moet er rekening gehouden worden met een minimaal budget. De opera’s waren tot nu toe een absoluut succes, en boden een verbazingwekkend hoogstaande kwaliteit die zonder meer kan wedijveren met dat wat beroemde operahuizen kunnen bieden. Wat wel anders is, is de sfeer. Die is familialer, de artiesten zijn deel van het publiek en het publiek is deel van de artiestengroep. Geen hoogdravend gedoe, wel veel spontaniteit. Het werkt inspirerend en dat alleen al leidt op zicht tot een beter presteren.

Voor La Clemenza di Tito kon er beroep gedaan worden op enkele zangers van wereldformaat. Dat ze nu wel of niet de grootste podia bereiken, dat ze nu wel of niet contracten met de grote managementbureaus en uitgevers van opnames hebben, ze behoren tot een top ook al weet de officiële top het niet.

Laten we het rijtje aflopen zoals de namen in het programmaboekje te vinden zijn.

De Franse heldentenor Enguerrand de Hys is een absolute ontdekking als de Romeinse keizer Tito. Hij is geknipt voor deze bijzondere rol die eenzame ernst moet uitdrukken, statigheid, waardigheid en dat met een stem die soepel, dragend en helder is. We kregen alles te horen wat Mozart in deze rol legde. De stem is misschien een beetje ‘licht’ te noemen, maar door de kleur en techniek van de zanger krijg je een indrukwekkend geheel.

Karen Vermeiren (sopraan) vertolkte de veeleisende rol van Vitellia, dochter van de afgezette keizer Vitellius. Opnieuw overtuigde ze niet alleen in haar muzikale veelzijdigheid met grote klasse en stijl die ze koppelt aan knap acteertalent, ze overtuigde ook in haar begrip en inzicht van deze rol zoals Mozart het al in zich moet gehoord hebben bij het componeren. De beroemde aria Ecco il punto, o Vitellia… Non piu di fiori zong Vermeiren op een wijze die geen mens onberoerd kan laten. Uitzonderlijke schoonheid, zeer ontroerend.

De castraatrollen, nu meestal gezongen door sopranen of mezzo’s (al naargelang de tessituur) worden nog altijd wat te snel aan de rand beoordeeld. Het zijn nochtans volwaardige rollen, destijds geschreven voor grote kunstenaars. Pauline Claes zong Sesto, boezemvriend van Tito en geliefde van Vitellia. Claes heeft een verdragende, zeer volle, warme mezzo. De rol heeft ook veel ernst en waardigheid, ondanks het verraad dat Sesto pleegt uit trouw voor zijn geliefde, een trouw die verdergaat dan die voor zijn innigste vriend waarop hij uit liefde voor Vitellia een, gelukkig, mislukte aanslag zal plegen. Claes: een zangeres die je ook zou moeten verwelkomd weten op de grootste podia waar dan ook.

Een iets fijnere mezzo, maar opnieuw zeer goed passend in deze rol, is deze van Julie Vercauteren die in de huid kruipt van Annio, een vriend van Sesto en de geliefde van Servilia. Een ‘echte Mozartstem’ voor de vriendelijke en lieflijke en speelse rollen. Hier is er meer ernst, iets waar de zangeres van bewees dat ze het zonder probleem aankan.

Laura Telly Cambier (sopraan) heeft een minder omvangrijke rol, maar onderschat niet wat Servilia, de zus van Sesto en geliefde van Annio, hier door Mozart te verwerken krijgt. Val ik in herhaling met te stellen dat ook zij niet alleen op dat kleine podium van de fijne zaal in dit theatertje zou moeten zingen?

Publio, vriend van keizer Tito en aanvoerder van de Pretoriaanse Wacht, heeft de kleinste rol met amper wat solowerk, maar bas bariton Shadi Torbey legde er alles in wat een militair van stand moet afdwingen.

De solisten zongen onder begeleiding van het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie met als koor het Vocaal ensemble van de Kleine Zavel. Het geheel stond onder leiding van dirigent Gabriel Hollander.

David Miller stond in voor de muzikale raadgevingen, het koor werd ingeoefend door Thibaut Lenaerts. De regie, eenvoudig maar zeer kernachtig – alles speelt zich af rond de troon van Tito (decor vaan Fréderic Philippe) – was in handen van Erik Gobin. Gaël Bros tekende voor de kostuums die verwijzen naar een hedendaags leger – zijn de toestanden vandaag wel anders dan in Tito’s tijd? – en dankzij Primo Lunghi was het luisteren naar een opera waar je elk woord van kon volgen. Hij zorgde voor een zeer mooi Italiaans, sterk gearticuleerd zonder maar één keer opvallend storend te zijn, wel integendeel.

De recitatieven werden gespeeld door klavierspelers Lionel Bams en Noemi Biro.

Wie nu nog op tijd surft naar de website van Midsummer Mozartiade kan allicht nog een kaartje bemachtigen. Doen!


  • WAT: La Clemenza di Tito (KV 621) – muziek van Wolfgang Amadeus Mozart, libretto van Pietro Metastasio
  • WIE: Enguerrand de Hys (tenor), Karen Vermeiren (sopraan), Pauline Claes (mezzo), Julie Vercauteren (mezzo), Laura Telly Cambier (sopraan), Shadi Torbey (bas bariton) – Orchestre Royal de Chambre de Wallonie en het vocaal ensemble van de Kleine Zavel o.l.v. Gabriel Hollander, David Miller – muzikaal coach, koordirigent Thibaut Lenaerts, scenograaf Eric Gobin Metteur, Gaël Bros – kostuums, Frédéric Philippe – decor, Benoit Théron – belichting, Primo Lunghi – coach Italiaans, Françoise Ponthier – coach scenisch bewegen, Lionel Bams en Noemi Biro – pianisten en repetitors
  • WAAR & WANNEER: Brussel, Théâtre des Martyrs, Martelaarsplein. Geziene voorstelling: première 20 juni 2021 – speeldata op 22, 24 en 27 juni 2021
  • FOTO’S: © Gaël Bros Vandyck

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: