Zoek
Sluit dit zoekvak.

Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Na een korte muzikale pauze – na vijf mooie maanden in Zweden –  werd het tijd om terug te keren naar mijn geliefde genre: opera. En genieten, dat was het zeker. Ik kan extensief de kwaliteiten bezingen van de het Zweedse cultuurleven, maar laat ik beginnen met Salomé (Richard Strauss, 1905), die zeker het prijzen waard is.

Salomé is een productie van de Kungliga Operan te Stockholm. Deze werd tot leven gebracht door de meesterlijke directie van dirigent Alan Gilbert, en uitgevoerd door vocale talenten als sopraan Elisabet Strid (Salomé), Lukasz Golinski (Jochanaan), en Jesper Taube (Herodes). Salomé, als compositie, combineert verschillende vormen van waanzin: het waanzinnige in lust, religie, rijkdom – het wordt allemaal omvat in deze eenakter. En laten we maar concluderen dat de ontsporing van Salomé zeker – meesterlijk – voelbaar was!

Het decadente leven

Historisch gezien, en simpel gezegd: Decadentie in de muziek en kunsten kende zijn bloeiperiode in de vroege twintigste eeuw. Strauss’ Salomé, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van schrijver Oscar Wilde, is absoluut een product van deze generatie: seksualiteit, extreme religieuze gedachten, moord, waanzin – het valt allemaal te vinden in deze opera. Ooit al gehoord van de beruchte Dans der Zeven Sluiers? Zoek niet verder, want dit is waar het (muzikaal) vandaan komt! Rachel Shteir omschreef het als volgt: […] Salome was not a woman at all, but a brute, insensible force: Huysmans refers to her as “the symbolic incarnation of undying Lust … the monstrous Beast, indifferent, irresponsible, insensible” […]” (Shteir, Striptease: The Untold History of the Girlie Show, 2004). Strauss’ vertaalde het werk op een sterke manier in meerdere muzikale motieven: de groeiende dissonante klanken in Salomé’s stem, Jochanaan’s donkere, consonante echo’s uit de diepte, en Herodes’ ontwrichte parodie-achtige melodieën. Als het niet gezegd wordt in woorden, dan is het zeker hoorbaar in de muziek!


© Kungliga Operan / Sören Vilks


© Kungliga Operan / Sören Vilks


© Kungliga Operan / Sören Vilks


© Kungliga Operan / Sören Vilks


© Kungliga Operan / Sören Vilks

Verwend… of waanzinnig?

Terug naar Stockholm: de uitvoering was zeker een explosieve opbouw. Als criticus spendeerde ik het merendeel van de uitvoering kijkende naar Strid’s Salomé, mijzelf afvragend of ze nu gek was, of zwaar verwend. Het antwoord – en hier kom ik nog op terug – ligt ergens in het midden. Vocaal gezien was het een uitvoering gedomineerd door de mannenstemmen. Golinski en Taube droegen een significante portie van de productie. Beiden contrasteerden prachtig met Strid’s ontwrichte vocale interpretatie. 

Maar, voordat de mannen geprezen worden, het kan gezegd worden: de sprongen en kronkels tussen zang- en spreekstem, uitgevoerd door Strid, waren meesterlijk. “Es ist kein Laut zu vernehmen/Ich höre nichts./Warum schreit er nicht, der Mann?” zingt ze met een akelig zoet fluisterende stem. Dit was voor mij het moment dat de totale waanzin eindelijk ten berde kwam – alles voorafgaande, voorgerechten, dit was het hoofdgerecht! Strid’s Salomé komt vast te zitten tussen Golinski’s zuivere bastonen – wiens resonantie uit de diepte aanvoelde als een bijna religieuze ervaring – en Taube’s vocale dynamische kronkelingen. Zijn Herodes was een wandelende, lichtelijk smerige parodie – missie geslaagd dus. Dit trio bracht elkeen hun specifieke talenten op de bühne, met voelbaar larger-than-life personages. 

De genuanceerde, maar desalniettemin suggestieve set – het spel tussen de grimmige buitenscéne en de decadente orgie binnenshuis werd zeker geapprecieerd – van Lars Åke Thessman deed mij alvast denken aan een andere sterke set: Robert Carsen’s Verdi’s Il Trovatore (Covent Garden Opera House, 2016). Nu, tijd om terug te keren naar de beruchte dansscéne. Op dit moment transformeert de verwende Salomé in pure waanzin. Het valt niet te omzeilen dat dit seksueel grensoverschrijdend gedrag gevisualiseerd op het podium was – en dat was ook het punt. Het onwennige hielp met het bevestigen dat de prinses nog waanzinniger werd, en dat het einde pure hypocrisie was. Het bracht een van de meest geseksualiseerde operascénes ooit ook in de #metoo-era. Het was voelbaar – en had misschien een trigger warning nodig –, het maakte de grillige dissonantie nog voelbaarder in Strid’s stem. Tegen het einde van de dans was Salomé misbruikt en gestoord. Herodes’ slotfrase, “Man töte dieses Weib [Salomé]!”, was na dit alles de hypocriete kers op de taart – prachtig vocaal uitgespuugd door Taube.

Het was een meesterlijke, sprekende uitvoering – als criticus ben ik alvast blij deze te hebben gezien. Simpel verwoord: bravo aan de Kungliga Operan, en de cast, voor deze Salomé anno 2023!

WAT: Salomé (1905) van Richard Strauss

WIE: Alan Gilbert (dirigent), Sofia Adrian Jupither (regisseur), Lars Åke Thessman (scenograaf)

STEMMEN: Jesper Taube, Katarina Karnéus, Elisabet Strid, Lukasz Golinski, Jonas Degerfeldt, Kungliga Hovkapellet

WAAR: Kungliga Operan, Stockholm, Zweden

WANNEER: gezien op 3 juni 2023, te zien tot 8 juni 2023

© Klassiek Centraal – build & hosted door Kyzoe.be

Join Us

Subscribe Our Newsletter

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.Consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo. ex ullamcorper bibendum. Vestibulum in mattis nisl.