Krol Roger van Karol Szymanowski

Karol Szymanowski

Gouden Label Het Poolse voorzitterschap van de Europese Unie is een mooie aanleiding voor de concertorganisaties om extra aandacht te besteden aan Poolse componisten. In de Koninklijke Muntschouwburg werden in die context twee concertante voorstellingen gegeven van Krol Roger van Karol Szymanowski, een evenement dat de President van de Poolse Republiek in het voorwoord bij het programmaboek terecht een van de belangrijkste punten van het culturele programma noemde. 

Gouden Label Het Poolse voorzitterschap van de Europese Unie is een mooie aanleiding voor de concertorganisaties om extra aandacht te besteden aan Poolse componisten. In de Koninklijke Muntschouwburg werden in die context twee concertante voorstellingen gegeven van Krol Roger van Karol Szymanowski, een evenement dat de President van de Poolse Republiek in het voorwoord bij het programmaboek terecht een van de belangrijkste punten van het culturele programma noemde.

Szymanowski (geboren in Oekraïne, 1882, gestorven in Lausanne, 1937) groeit op in een aristocratische familie die in 1917 haar landgoed verliest. Muzikaal sluit hij aanvankelijk aan bij de laat-romantiek (Chopin, Scriabin) maar tijdens de eerste wereldoorlog ondergaat hij de invloed van het impressionisme en ook Strauss en Stravinsky laten duidelijk sporen na. Hij is nauwelijks in een categorie of richting onder te brengen en schrijft in een zeer persoonlijke stijl. Op een reis naar Sicilië en Noord-Afrika geraakt hij in de ban van de oude Byzantijnse cultuur, in die mate dat hij die fascinatie uitwerkt in een symbolisch geladen verhaal, Krol Roger. In combinatie met zijn lectuur van Nietzsche (Die Geburt der Tragödie) wordt het een conflict tussen het Apollinische en het Dionysische, tussen lichaam en geest. Het conflict tussen de dogmatische oude cultuur en religie op het middeleeuwse Sicilië en het heidense geloof in schoonheid en genot, vertegenwoordigd door de herder, is de kern van de opera. Hij baseert het libretto op de Bacchanten van Euripides.

We kunnen de complexe opera als volgt kort samenvatten: Koning Roger is de koning van Sicilië en vertegenwoordiger van de oude waarden. Zijn vrouw, Roxana, wordt verleid door de herder en sluit zich aan bij zijn volgelingen. De Arabische geleerde Edrisi waarschuwt tevergeefs voor de dwaalleer van de herder. In het laatste bedrijf treedt de herder op als Dionysos en Roxana is een van zijn bacchanten. Koning Roger weerstaat aan de verleiding deel te nemen aan het orgiastisch feest.

Krol Roger is het absolute meesterwerk van Szymanowski waarin zijn exotisme, zijn weelderige orkestratie en zijn sensuele vocale arabesken tot het uiterste uitgebuit zijn en een knap overweldigend geheel vormen. Het is een opera die muzikaal zo rijk is, dat een regie bijna geen gemis vormt en er zijn maar weinig opera’s waarvan dat kan gezegd worden. Dat is nog meer het geval als de voorstelling zo ideaal opgevat is als vorige week in de Munt het geval was.

Bij het binnenkomen van de zaal was het even schrikken: het orkest zat in de bak, wat niet gewoon is bij een concertante voorstelling. Maar tijdens het concert bleek het een schitterende oplossing te zijn. De scène bood ruimte aan de koren en de solisten, die op die manier bewegingsruimte hadden. Die werd goed gedoseerd benut en gaf een dynamiek en spanning aan de voorstelling zonder de aandacht af te leiden van de ideologische inhoud, integendeel. De verhouding en conflicten tussen de personages kregen een levendigheid en impact die er bij een naast elkaar op het podium staan niet zou geweest zijn. Bovendien vormde het decor van Médée – de opera van Cherubini die de Muntschouwburg op het ogenblik van het concert op het programma heeft – een onvermoed knap (en spiegelend) kader voor deze ruimtelijke plaatsing van solisten en koor.

Ik heb het Symfonieorkest van de Munt dat gedirigeerd werd door Hartmut Haennchen in lang niet meer zo schitterend gehoord. Deze zeer gedetailleerde en toch geweldige muziek hebben ze met uiterste precisie en heel veel sfeer tot klinken gebracht. Haennchen is zeker een meester in het ontrafelen en terug in elkaar doen passen van dit soort partituren en hij heeft zo te horen de muzikanten tot het uiterste kunnen motiveren.

De koren waren uit Polen geïmporteerd en dus vertrouwd met taal en genre en samen met het Jeugdkoor van de Munt vormden ze een knap geheel. Over de solisten zijn we al even enthousiast. Andrzej Dobber overtuigde als koning Roger met zijn aristocratische présence en viriele baritonstem. Olga Pasichnyk was gewoon subliem. Ik was reeds in de wolken over haar toen ze Roxana vertolkte in juni 2009 in Parijs in de Krol Roger geregisseerd door Krzystof Warlikowski met Kazushi Ono als dirigent. Ook hier zong ze opnieuw met stralende sopraanstem de moeilijke partij van sensuele en geëmancipeerde vrouw. Een vocale en voor dit soort rol tegelijk mentale krachttoer. Eric Cutler hebben we reeds gehoord in de Vlaamse Opera in september 2007 als Faust in La Damnation de Faust en ook in Parijs was hij in 2009 de herder. Vorig seizoen viel hij op als een uitstekende Raoul de Nangis in les Huguenots in de Munt. Ook hier zong hij opnieuw feilloos met heldere en vaste stem. Ook de andere solisten (John Graham-Hall als Edrisi, Beata Morawska als Dyakonissa en Jaroslav Kitala als Archiereios) verdienen alleen maar lof.

Een voorstelling die op een dankbare ovatie onthaald werd en die ons met een zeldzaam intens gevoel van muzikale voldaanheid achterliet. 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: