Kremerata Baltica

Gidon Kremer

Onze gast(heer) Gidon Kremer was afwezig op zijn verjaardagsconcert – hij annuleerde om privéredenen een aantal concerten, waaronder dit in Brussel. Desalniettemin werd het een concert om u (!) tegen te zeggen met voor ieder wat wils en zeer veel interactie tussen het orkest en het publiek.

Zo’n kamerorkest zonder dirigent doet wat vreemd aan. Bij het begin van het concert bemerk ik kleine oneffenheden, maar na een tijd valt wel op dat het al bij al een goed verbonden groep is. De samenhorigheid is zeer aanwezig en er hangt meteen een feestelijke sfeer met de ouverture van die Entführung aus dem Serail van Mozart. Ze zijn het gewoon, zo blijkt, om Mozart te spelen, mooi, fluweelzacht, soms misschien wel héél zacht. Zo overstemt de triangel haast alles.

Bij de kamersymfonie van Moisey/ Mieczysław Weinberg lijkt het dynamisch orkest groter dan het is. Stevig gaan de strijkers er tegenaan en het is adembenemend wat er allemaal uit zo’n klein aantal van hen aan geluid kruipt. Zeer overtuigende klanken komen van de logge contrabassen en de grillige violen. Het werk gaat braaf en mooi van start, maar werkt wat bevreemdend na een tijd. Alles lijkt los van elkaar, maar toch biedt het een houvast en heeft het een structuur. De verscheidenheid onder werken van vorige eeuw is opmerkelijk. We zijn erge dingen gewoon, maar deze kamersymfonie blijft overwegend tonaal (al wordt er uiteraard wat mee gespeeld) en geeft nog een duidelijke boodschap. Modern en duidelijk kan toch nog vrij goed samengaan. Het laatste deel is al wat grotesker, maar heeft desondanks een onthutsend-feestelijk karakter. De muzikanten en het publiek genieten zienderogen.

Schumann’s Fantasiestücke op. 73 laat ons nader kennis maken met de trompettist Sergei Nakariakov. De man gaat er helemaal in op en het is prachtig om te horen. Het werk is zeer Schumann-dromerig en past wel goed bij de trompet ondanks dat het hier een transscriptie betreft. Hier en daar is Martha Argerich wat cassant op de piano. Hoewel het stuk op zich mij niet zo ligt, kan ik er verder geen slechte dingen over opmerken.

‘Formalisme’ vòòr en na de rigide sovjetoordelen

Piano Concert nr. 1 van Dmitri Shostakovich is Martha Argerich praktisch op het lijf geschreven. Haast zo hard dat het eigenlijk bandwerk voor haar geworden is. Deel 1 begint ze wat nonchalant, maar ze komt op dreef kort daarna. Het is een prototype en toch ook een naslagwerk van de componist. Dit werk komt immers uit de periode vóór zijn vernedering door de sovjetregering. Dit concert is nog fris, uitbundig, op zijn eigen manier modernistisch en zijn voor vorige eeuw ongeëvenaard unieke pianostijl, ligt er al sterk in vast. Zijn veelzijdigheid komt goed aan bod. Het gaat van Charlie Chaplin tot Beethoven. Hij speelde immers ook muziek in filmzalen in zijn jeugd. De balans tussen orkest, piano en trompet is evenwel zoek. De piano komt er bovenuit en de trompet legt vooral accenten. Tegen het einde komt alles echter samen tot een zeer ritmische climax. Het publiek is laaiend enthousiast en het laatste deel wordt nogmaals gespeeld. Bij zulk een werk is dat wel goed om het te kunnen doorgronden. Een applaus dat alles doet daveren volgt onvermijdelijk.

De anti-formalistische Rayok van Shostakovich is een werk dat pas opdook in 1989, nog nèt voor de val van de Berlijnse muur. Het is dan ook niet politiek correct met de Zhdanov doctrine en lacht er zelfs mee. Ook de favoriete muziek van Stalin wordt erin geparodieerd. De tekst is in het Russisch, maar hier en daar herken ik de woorden ‘formalistisch’, ‘componist’, ook namen als Tsjaikovski, Rimsky-Korsakov komen er in voor. Oorspronkelijk een stuk voor 4 stemmen, koor en piano, krijgen we het hier voorgeschoteld met één bas, Alexei Mochalov, die alle rollen op zich neemt met humoristische rekwisieten zoals hoofddeksels of een snorretje. Het strijkorkest neemt ook de rol van het koor op zich! Het orkest gaat zo aan het zingen, lachen en zelfs dansen als bij de cancan. Bij enkele korte repetitieve stukken gaat het publiek al spontaan meeklappen. Het stuk dient zich er ook wel toe en het is zeer vermakelijk en degelijk uitgevoerd. De zanger leeft zich helemaal in in elke rol en geeft er iets uniek aan. Het publiek krijgt nogmaals een interactief deel voorgeschoteld en is terecht zeer tevreden.

Hier wordt een enorme prestatie geleverd deze avond. Gidon Kremer mag trots zijn op zijn kamerorkest en keert zelf terug naar Bozar in april.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: