Klassieke muziek op zee

“Behold, the sea itself, And on its limitless, […],” zo schreef de Amerikaanse dichter Walter Whitman in Song of the Exposition nr.8. Vele componisten aanschouwden de zee en vonden er inspiratie voor enkele buitengewone composities. Ontdek hieronder een selectie van zeven opmerkelijke werken met de zee als leidmotief. Van klassiekers uit het repertoire tot minder gekende pareltjes…

Barokke klassiekers

Iedereen kent Antonio Vivaldi’s (1678-1741) vier seizoen. Samen vormen ze de eerste vier concerto’s uit zijn publicatie Il cimento dell’armonia e dell’inventione, op.8 (1725). Het vijfde vioolconcerto uit deze bundel draagt de naam La tempesta di mare, wat letterlijk vertaalt als “de zeestorm”. Met deze barokke klassieker starten we deze lijst. Aan de hand van snelle motieven die in imitatie klinken, beeldt Vivaldi in de twee buitenste presto-delen de stormachtige golven uit. In het midden klinkt een mineur largo-deel. Hierin komt het gewoel tijdelijk tot rust. Dit barokke vioolconcerto is een prachtig voorbeeld van Vivaldi’s innovatie met de ritornello-vorm.

Reflecties in het water

In Maurice Ravels (1875-1937) suite voor solopiano, Miroirs (1904-1905) weerspiegelt de componist muzikaal enkele taferelen. Het derde deel “Une barque sur l’océan” verklankt een dobberend bootje op de golven van de oceaan. Gebroken akkoorden en arpeggio’s imiteren de bewegingen van het water. Ook tonale constructies en verschillende melodieën botsen tegen elkaar om het waterspel te verklanken. Ravel droeg dit derde deel op aan de Franse schilder Paul Sordes die net als de componist één van de originele leden van de kunstenaarsgroep Les Apaches was.

Diep in de zee

Ook onder het wateroppervlak is inspiratie te vinden. De Australische componist Nigel Westlake (°1958) schreef een zesdelige, programmatische gitaarsuite 6 Fish (2003). Het zijn zes muzikale foto’s van Australische zeedieren. De verschillende speeltechnieken en de contrasterende karakters van ieder zeedier maken deze zes korte werken technisch veeleisend, maar tegelijk spannend om naar te luisteren. In “No. 3 Spangled Emperor” maakt Westlake gebruik van een vrolijke melodie en ongebruikelijke timbres om de vis te verklanken. Op het deinen van de golven zwemt de vis mee in zijn school.

Met de golven op reis

Op de golven van de zee de wereld rond reizen, dat is het programma van Oltra mar (1999). Het is een zevendelig werk voor orkest en gemengd koor (SATB) van de Finse componiste Kaija Saariaho (°1952). De oneven delen (1, 3, 5 en 7) zijn volledig tekstloos en verklanken de zeereis. Voor Saariaho staat deze reis symbool voor het begin van alle leven. Vocalisen en orkestrale experimenten creëren klankwolken die meedeinen zoals de golven van de zee. Ze brengen ons naar verschillende klankwerelden waar gedichten klinken. De even delen (2, 4 en 6) bevatten gedichten van Abou Saîd, Amin Maalouf en een traditionele tekst van de Afrikaanse Pygmeeën. De drie delen dragen de ondertitels: “Liefde”, “Tijd” en “Dood”. Opnieuw reflecterend over de oorsprong van het leven en de betekenis van menselijke emoties.

Dansen met de matrozen

Componist Arthur Meuelmans (1884-1966) benoemt Paul Gilson (1865-1942) als de componist die de zee het best weet te verklanken. Gilsons zee is geen decor of achtergrondgebeuren. De zee is de protagonist in het verhaal. In zijn vierdelige orkestwerk La mer (1892) brengt Gilson voor het eerst de zee muzikaal tot leven. In het tweede deel “Chants et Danses de Matelots” gaat de spotlight naar zij die de zee bereizen. Opmerkelijk is de orkestratie waarbij de dominante strijkers verrijkt worden door Gilsons geliefde blazers. De volle klanken in deze matrozendans zijn typisch voor zijn compositorische stijl. Ook de latere opera Gens de mer (Zeevolk) (1895) wordt gekenmerkt door deze volle klanken evenals de golven van de zee.

Op het strand

Rond het jaar 1900 verschenen vele composities met de zee als thema. Paul Gilson’s La mer is hier slechts één voorbeeld van. Andere voorbeelden zijn La mer (1903-1905) van Claude Debussy en The Sea (1911) van Frank Bridge. Ralph Vaughan Williams (1872-1958) heeft zich ook aan dit onderwerp gewaagt. Wat begon als een cantate eindigde in een symfonie. Vaughan Williams begon met het werk te componeren toen hij nog bij Ravel in de leer was. Het werk is voor sopraan, bariton, koor en orkest. De gezongen tekst komt uit Leaves of Grass (1855), een dichtbundel in vrije vers van de Amerikaanse dichter Walter Whitman. De tweede beweging van A Sea Symphony (1903-1909) zet het gedicht On the Beach at Night Alone op muziek. Het is een nocturne gezongen door de bariton en het koor, begeleid door orkest. Het begint donker en mysterieus. In contrast is het middendeel een krachtige declamatie waarna een instrumentale herneming van het mysterie terugkeert.

De zeemeerminnen en andere zeemythen

Mythische zeewezens zijn ook terug te vinden in de muziek. Het symfonisch gedicht Die Seejungfrau (1902-1903) van Alexander von Zemlinsky (1871-1942) is een geliefd voorbeeld. Dit orkestrale werk is het resultaat van een mislukte liefdesaffaire en is gebaseerd op het sprookje Den lille Havfrue (De kleine zeemeermin) van de Deense schrijver Hans Christian Andersen. Dit symfonisch gedicht bestaat uit drie bewegingen die zonder onderbreking na elkaar gespeeld horen te worden. De rode draad door deze bewegingen is het ‘zee’-thema. In een laatromantisch muzikaal idioom verklankt de derde en laatste beweging een happy end.

Met zeemeerminnen sluiten we deze lijst af. Meer werken met de zee als programma kan u ontdekken in onze afspeellijst op Spotify.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: