KEW Piano 2021 – vierde finaleavond

Bruno Mantovani: D’un jardin féérique (plichtwerk)

Al van de eerste noten leeft een fijnmazig ragwerk van pianoklanken. Sergei Redkin legt de akkoorden sterk. De adempauzes worden benadrukt en met de andere muzikale accenten die hij kan leggen ondanks duidelijke zenuwen, maakt dit niet al te aantrekkelijke werk interessanter en mooier. Er zit dat toch iets sprookjesachtig in.

Sergei Rachmaninov: Concerto nr. 3 in d, opus 30

Eerste deel – Allegro ma non tanto
Redkin groeit in de uitvoering. De inzet is wat voorzichtig, hoe clichématig dit ook mag klinken. Eens dit eerste deel van het beroemde concerto loopt, waar het orkest zich ook (weer) van zijn beste kant toont, krijgen we een concert in plaats van een wedstrijd. De virtuositeit van Redkin stelt zich niet in vraag, maar hij benadrukt ze niet.
Cadens
Meesterlijk. Dat is de cadens. Niet alleen qua compositie, ook de uitvoering is groots. Redkin laat zich opslorpen in deze ‘krachttoer’.
Tweede deel – Intermezzo adagio
Kan het romantischer? Met een overtuigend ‘mannelijk sentiment’ vertolkt Redkin dit gevarieerde deel. Van dromerige zweverigheid wordt het bijna aanvallend, de variaties zitten vol gevoelens van eenvoud tot gulle vrijgevigheid en berusting. Redkin kleurt het allemaal in.
Derde deel – Finale alla breve
Redkin wordt alleen maar beter en beter. Hij is een en al Rachmaninov en vergeet als het ware de wedstrijd. Hij sleept je als luisteraar totaal mee in emotie en statigheid. De pianist beantwoordt aan alle eisen die Rachmaninov met dit concerto stelt. Wat een climax toch bereikt Redkin. Toch wel wat kippenvel…


Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: