Jonathan Biss in deSingel

Jonathan Biss

Hoe je er ook omheen filosofeert, muziek is vooral entertainment in de breedste betekenis van het woord. Er wordt muziek gemaakt bij elke vrolijke, droevige, militaire, civiele of religieuze aangelegenheid. Tot aan de Romantiek was muziek vooral functioneel.

Hoe je er ook omheen filosofeert, muziek is vooral entertainment in de breedste betekenis van het woord. Er wordt muziek gemaakt bij elke vrolijke, droevige, militaire, civiele of religieuze aangelegenheid. Tot aan de Romantiek was muziek vooral functioneel. De beate bewondering voor en buitenproportionele aanbidding van de uitvoerder/componist is van latere datum in de geschiedenis. Virtuositeit (techniek) is dan wel nodig maar niet voldoende (!) om veel van die muziek naar behoren uit te voeren. Maar echt ‘musicianship’ – hoe moeilijk ook correct te beschrijven – is wat verwacht wordt. Ik hoop dat u me een beetje volgt. Iemand die tegen 360 aanslagen per minuut op een piano kan tokkelen, is voor mij niet noodzakelijk een goede muzikant.

Evolutie

Met miljoenen Chinese pianisten in spe hoeft het niemand te verbazen dat het aantal pianisten steeds talrijker wordt op gevaar af dat de ‘soep’ ook dunner wordt. Dit even terzijde. De reeks Pianisten dit jaar in deSingel omvat namen als Marc-André Hamelin, Anton Kuerti, Elisso Wirssaladze, Richard Goode, Levente Kende en begon met de jongste in de reeks: Jonathan Biss (°1980), zoon van de befaamde violisten Myriam Fried en Paul Biss. Een telg uit een zeer muzikale familie. Biss staat niet bekend als een duivelse toetsentovenaar en aan zijn eerste cd hou ik geen beklijvende herinneringen over. Het programma vanavond belooft nochtans een festijn van ‘echte’ muziek te worden. De Gesänge der Frühe, opus 133 van Robert Schumann (1810-1856) is typische muziek van een gekwelde geest en (euh…) het klinkt ook zo. Biss speelt ongetwijfeld wat er staat maar overtuigt niet. Ontroert ook niet. Met de Sonate opus 1 van Alban Berg (1885-1935) is hij iets beter bij de les maar nog steeds is er weinig communicatie. Hoewel het publiek in deSingel zeer aandachtig luistert (niemand begint te hoesten), is er praktisch geen elektriciteit tussen solist en toehoorders.

Voor de Mondscheinsonate nr. 14 in cis, opus 27, nr. 2 van Ludwig van Beethoven (1770-1827) schiet Biss veel te snel uit zijn sloffen en komt hij, zoals te verwachten, in ‘ademnood’ tijdens de snelle passages. Hij speelt als het ware zichzelf voorbij en het karakter van de sonate gaat grotendeels verloren. Sommigen houden hiervan en het applaus is dan wel hartelijk maar zeer kort…

Diep ademen

Na de pauze – even de tijd om diep te ademen – volgt de Fantasie in C, opus 17, eveneens van Schumann: een brok muziek van meer dan een half uur die een zeer groot uithoudingsvermogen eist van de solist maar ook van de luisteraar. De geest van het werk refereert aan Beethoven – o.a. met het citaat uit Nimm sie hin denn meine Lieder – en is hiermee een eerbetoon aan Schumanns illustere voorganger. Ook hier horen we eigenlijk geen fouten spelen maar toch pakt de mayonaise niet… met mijn excuses voor deze oneerbiedige vergelijking. Traditioneel klinkt het applaus bij een pianorecital net lang genoeg tot  de solist een bis(s)nummer (!) speelt. Een stukje Mozart dat past als een tang op… vul zelf maar in. 

Conclusie

Of dit nu een mislukt optreden was? Een beetje pianist kan het misschien wel aan, toch is dergelijk programma eigenlijk zeer zwaar. Het publiek is zich niet bewust van de zware dobber die een muzikant op zijn of haar schouders torst. We eisen ook veel omdat we verwend zijn door de perfectie van cd-producties waaraan zeer veel gesleuteld wordt. Een live-optreden is veel lastiger… Ik hoor nog liever fouten spelen door een muzikant in hart en nieren dan zielloze perfectie te aanhoren. Nobody’s perfect, dat weten ze zelfs bij Porsche.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: