John Coprario: Parrot or Ingenious Parodist?

Ging John Coprario met de eer strijken van andermans werk toen hij, onder zijn eigen naam, meer dan vijftig Italiaanse madrigalen voor een violenconsort transcripties maakte? Zo’n beschuldiging zou op onjuiste premissen berusten, want iets wat leek op auteursrecht was in het begin van de zeventiende eeuw en nog lang daarna onbekend; het gebruik van muzikaal materiaal van iemand anders werd eerder beschouwd als een respectvol onderzoek van ideeën die zo veelbelovend waren dat men er verder over wilde nadenken.

Bij het transcriberen van deze Italiaanse madrigalen breidde Coprario niet alleen een gevestigde traditie uit, maar overstijgt hij die ook. Hij liet in zijn madrigaalfantasieën niet eenvoudigweg de tekst weg, zoals in de 16e eeuw gebruikelijk was, maar ging nog verder in de polyfone zetting en verrijkte die met instrumentale mogelijkheden waaraan de stemmen alleen niet konden tippen. Hij herschikte ook bepaalde delen, zodat het oorspronkelijke vocale werk niet altijd onmiddellijk herkenbaar is. Coprario was niet alleen een van de eersten die ensemblemuziek een instrumentale identiteit gaf, hij was ook geen muzikale papegaai, maar een geniaal parodist.

ramée-20211116163336-logo

*Als u een aankoop doet via bovenstaande link krijgen wij een kleine vergoeding. Zo kunnen we u blijven voorzien van recensies en artikelen. Door iets via onze link te kopen, steun je ons in het schrijven van nieuwe artikelen. Producten worden voor jou nooit duurder als je gebruikmaakt van onze links.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: