Jan Michiels laat het mysterie van Marcel Proust muzikaal herleven

De iconische kroniek A la recherche du temps perdu van Marcel Proust heeft een eigentijdse interpretatie gekregen in een fraai verzorgd recital van pianist Jan Michiels, aangevuld met live electronics (Juan Parra) en videokunst (Lise Bruyneel).


Het concert, afgelopen zaterdag in deSingel in Antwerpen, was aangekondigd als een kathedraal van pianomuziek, mede om recht te doen aan de poëtische allures en grootse vergezichten van Prousts bekende werk. Het programma is opgebouwd rond enkele tijdgenoten van Proust (1871-1922). De hoofdmoot is werk van Claude Debussy (1862–1918) en de vroeggestorven -en daardoor minder bekende – Gabriel Dupont. Deze twee componisten worden geflankeerd door de oudere Robert Schumann vanuit het begin van de 19e eeuw en, aan de andere kant, György Ligeti en Luigi Nono uit de 20e eeuw. De muzikale smaak van Proust komt tot zijn recht in de keuze voor “Isoldens Liebestod” (uit Tristan und Isolde) van Richard Wagner, in een transcriptie van Franz Liszt. Zelfs Johann Sebastian Bach komt aan het woord, in een hertaling van Prousts tijdgenoot Forruccio Busoni. Het programma is ingedeeld volgens de titels van de zeven delen van Prousts romancyclus, maar de samenstellers hebben daar fijntjes nog een achtste deel aan toegevoegd (ascolta…Menschen wie Blumen), een verwijzing naar het werk van György Kurtág.

Uitgebalanceerd

Jan Michiels laat duidelijk zien dat hij zich met deze playlist als een vis in het water voelt. De zes stukken van Debussy passen als fluwelen handschoenen om zijn vingers. Bij Wagner laat hij zijn piano klinken als een traditioneel symfonieorkest. En bij Ligeti is hij de spectaculaire geluidsacrobaat. In dit soort producties is veel aandacht vereist voor het onderlinge evenwicht tussen het live-instrument, electronica en videokunst. Dit is vooral nodig om de luisterervaring te optimaliseren, respectievelijk overkill tegen te gaan. Bij het ingetogen Des pas sur la neige van Debussy wordt de akoestische piano van Jan Michiels electronisch verrijkt met het tsjilpen van enkele vroege vogeltjes, tinkelen van dunne ijspegels en het ritselen van aluminiumfolie. In andere stukken wordt de piano versterkt, of speelt Michiels quatre-mains met de electronica, dan wel een stuk voor twee of drie piano’s. Ook heeft electronica toegevoegde waarde bij een aangehouden pedaaltoon en andere effecten die het akoestische instrument niet kan produceren. In de stukken waarin de electronica de intensiteit van een strijkorkest benadert, loopt het recital een risico uit te monden in een concerto, wat dan weer minder overtuigend werkt.

De videobeelden worden geprojecteerd op een plissé gordijn waardoor geheimzinnigheid en mystiek hun intrede doen. Dit werkt heel goed in “Isoldens Liebestod” waar de crescendo’s van deze unendliche Melodie perfect worden gematched met overdonderde golfslagen op krijtrotsen. De scènes met ziekenhuisbedden zijn dan weer zo komisch dat de luisteraar zijn aandacht voor de muziek dreigt te verliezen. Maar uiteindelijk blijkt het abstractieniveau van de videokunst in dit programma hoog genoeg om esthetisch aantrekkelijk te blijven.


 

 

 

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: