Jan Caeyers en het Ensor-kwartet spelen Beethoven

Jan Cayers, Ensor Kwartet, Beethoven

Dirigent en musicoloog Jan Caeyers, de auteur van de al even erudiete als succesvolle biografie over het leven van Ludwig Van Beethoven (1770-1827), heeft zijn relaas over deze 'titaan van de muziek' vertaald naar de scène. Maar het boeiende verhaal van deze achterkleinzoon van een bakker uit de Vlaamse provinciestad Mechelen is uiteraard niet volledig zonder diens geniale  muziek, die wordt verzorgd door het Ensor-strijkkwartet. 

Dirigent en musicoloog Jan Caeyers, de auteur van de al even erudiete als succesvolle biografie over het leven van Ludwig Van Beethoven (1770-1827), heeft zijn relaas over deze 'titaan van de muziek' vertaald naar de scène. Maar het boeiende verhaal van deze achterkleinzoon van een bakker uit de Vlaamse provinciestad Mechelen is uiteraard niet volledig zonder diens geniale  muziek, die wordt verzorgd door het Ensor-strijkkwartet. Het resultaat is bijwijlen humoristisch, maar vooral beklijvend en ontroerend, zo bleek op een stralende zondagvoormiddag in de Oude Kerk van Sint-Agatha-Berchem.

Maar één Beethoven

Strijkkwartet opus 18 nummer 6 | allegro con brio

Strijkkwartet opus 18 nummer 6 | scherzo

Het begin van de voorstelling is speels, net zoals de muziek die als ware het een ouverture de spreker in een zorgeloze sfeer inleidt. Een jonge Ludwig trekt zijn stoute schoenen aan. Het aanstormende talent, “een kleine, ietwat geblokte jonge man” in de beschrijving van Caeyers, klopt bloednerveus aan bij het imposante paleis van Karl von Lichnowsky (1761-1814) in Wenen. Hijzelf komt uit het verre Bonn en wil zich aan de prins presenteren, maar stuit op een lastige  bediende. Lichnowsky heeft natuurlijk geen tijd voor “een pianistje uit een of ander boerengat” en laat zijn vrouw de honneurs waarnemen. Ze keuvelen wat, tot op het moment dat haar man komt binnengestormd en brutaal het “plebejisch geleuter” onderbreekt. Verrassend genoeg sommeert hij Ludwig om aan de piano plaats te nemen. Na diens improvisatie op het deuntje Es war einmal ein alter Mann uit de opera Das rote Käppchen (WoO 66) van Karl Ditters von Dittersdorf (1739-1799) slaat de toon van de ontroerde prins helemaal om: “u verdient het om te schitteren aan het firmament van de Weense kunst en wij zullen er alles aan doen opdat u die plaats snel kan innemen!”        

De eerste ontmoeting met prins Lichnowsky – die door Caeyers op amusante wijze met enkele plastische voorstellingen wordt verlevendigd – was het begin van een opmerkelijke afhankelijkheidsrelatie die bijna vijftien jaar zou duren. De manier waarop Beethoven uiteindelijk met zijn halfhartige mecenas zou breken, toont treffend aan hoe Ludwig in die tijd was geëvolueerd van een schuchtere jongeman naar een zelfzeker kunstenaar. Na een felle woordenwisseling met een Franse generaal in een buitenverblijf van Lichnowsky in Bohemen weigerde Beethoven dienst en liep kwaad weg. Vanuit zijn hotelkamer in een stadje vele kilometers verderop kroop hij ziedend van woede in de pen: “er zullen nog duizenden prinsen zijn, er is maar één Beethoven”, waarop de buste van Lichnowsky zonder pardon tot gruzelementen werd gesmeten.

Een zeldzame aberratie van de natuur

Strijkkwartet opus 74 “Harp” | presto – più presto quasi prestissimo

Strijkkwartet opus 95 “Serioso” | allegro assai vivace ma serioso

Aanbeland in de door Beethovenbiografen geijkte middenperiode, wordt de toon een flink stuk dramatischer. Weg is de relatieve zorgeloosheid uit de beginjaren in de Oostenrijkse hoofdstad wanneer “een zeldzame aberratie van de natuur” Ludwig ongenadig hard treft. De keuze van de muziekfragmenten onderstreept op passende wijze de omslag in de gemoedsgesteldheid van de componist: het beroemde noodlot-ritme uit de 5de symfonie komt versneld terug in het scherzo van het “Harp”-kwartet en klinkt even somber als rusteloos. Een zieke Beethoven werd immers gediagnosticeerd met vlektyfus, dat in een hoogst verwaarloosbaar aantal gevallen kon leiden tot een gehele of gedeeltelijke, al dan niet tijdelijke of definitieve afname van het gehoor. En zo geschiedde… bij de meest getalenteerde musicus van Wenen. Caeyers verhaalt in een rijke taal en tot in de interessantste details welke kwalijke gevolgen dit had voor Beethovens sociaal leven en wat voor een moeilijke en ongeduldige patiënt die wel was. Wanhoop en existentiële angst maakten zich van hem meester en hij trok op aanraden van zijn artsen naar het lyrische dorpje Heiligenstadt. Spelend met de idee van zelfmoord, voltrok zich daar wat Caeyers “het wonder voor de hele mensheid” noemt: de kwetsbare kunstenaar die alsnog besluit om een nieuw leven te beginnen en enkel nog naar zijn eigen innerlijke stem te gaan luisteren.

In het vierde bedrijf wordt dieper ingegaan op “die ene factor waardoor zelfs de slimste mensen ophouden om verstandige beslissingen te nemen”: de liefde. En ook in dat opzicht liep het leven van Beethoven allerminst over rozen. Josephine von Brunsvik (1779-1821), een gewezen pianoleerlinge, dook in de zomer van 1804 na het overlijden van haar man voor de tweede keer op in het leven van de componist. De jonge, beeldschone gravin rekende op de therapeutische invloed van de muziek om haar van een zenuwinzinking te behoeden. En van het een kwam het ander… Maar de speculaties in het adellijke roddelcircuit, bevolkt door “de virtuozen van de sociale controle en de achterklap”, zorgde voor een grote druk op de relatie, en ondanks een grote verbondenheid zette Josephine er tenslotte een punt achter. Zoals kon verwacht worden, viel deze afwijzing bij Beethoven niet in goede aarde en hij toonde zich een slechte verstaander, zette haar onder druk en bestookte haar met smeekbeden en verwijten. Allemaal tevergeefs.   

Zonderlinge stadsrariteit

Strijkkwartet opus 18 nummer 1 | adagio affettuoso ed appassionato

Strijkkwartet opus 135 | grave, ma non troppo tratto (“Muss es sein?”) – allegro (“Es muss sein!”)

Strijkkwartet opus 59 nummer 3 | andante con moto, quasi allegretto

Strijkkwartet opus 130 | cavatina: adagio molto espressivo

De wereldberoemde Beethoven, een oude man met een onverzorgd voorkomen, sjofel gekleed, loopt lichtjes voorovergebogen en met trage pas door de straten van Wenen. Aan diens optreden als dirigent was sinds het debacle tijdens de opvoering van zijn enige en tevens geactualiseerde opera Fidelio reeds abrupt een einde gekomen. Hij wordt door de stedelingen “eerder als een rariteit beschouwd dan als een monument.” Zijn zonderlinge, neurotische gedrag doet bijwijlen de indruk ontstaan dat hij dement is geworden, maar ondanks plotse stemmingswijzigingen kan Ludwig bij momenten ook bijzonder innemend, opgewekt en genereus zijn. Caeyers beschrijft het met opvallend veel medeleven en aan de hand van kenschetsende anekdotes. Het leven had overduidelijk een zware tol geëist van deze “hogepriester van de kunst”. 

De grote meester is sinds twee dagen buiten bewustzijn. Rond diens bed hebben enkele van zijn naaste vrienden zich verzameld, waaronder ook een vrouw. Het is symbolisch dat enkel van haar de identiteit niet gekend is. Plots wordt het donker, een onweer breekt los en een gigantische donderslag weerklinkt. Beethoven opent onverwachts de ogen, komt overeind en balt de vuist alvorens opnieuw neer te vallen. De eenzame revolutionair blaast zijn laatste adem uit. Het is kwart voor zes. Op de tonen van ontegensprekelijk één van zijn meest ontroerende composities – de cavatina uit het strijkkwartet opus 130 – rondt Caeyers zijn boeiende portret van deze veelzijdige persoonlijkheid af. Ook de verteller heeft er waterige ogen van gekregen. 

Tijdens de muzikale interludia bewijst het Ensor-kwartet quasi moeiteloos dat zij tot de beste strijkensembles van het land behoort. Hun tempi in de snelle fragmenten zijn misschien eerder aan de langzame kant wanneer we deze bijvoorbeeld vergelijken met de succesvolle opnames van het Takacs-kwartet, maar in hun interpretaties van de talrijke trage(re) bewegingen zijn hun verfijnde samenspel en delicate frasering een lust voor het oor. De kwartetbegeleiding past niet alleen wonderwel bij het kleinschalige opzet, maar geeft bovendien de mogelijkheid om muziek ten gehore te brengen die het hele leven van Beethoven omspant.

Met het verhaal van 'zijn' Ludwig weet Jan Caeyers het publiek probleemloos langer dan een uur te beklijven. En wat meer is, deze biograaf heeft de levensloop van Beethoven zodanig uitgespit dat hij datgene kan doen waar iedere historicus onverdroten naar streeft: dromen binnen de grenzen van zijn bronnen. Resultaat? Een langgerekte, op feiten gebaseerde droom waaruit het jammerlijk ontwaken is. Indien u dit veelkleurig portret ook met al uw zintuigen wil beleven, dan kan dit nog op zondag 22 april in cc Zwanenberg (Heist-op-den-Berg) en op donderdag 7 juni in cc De Borre (Bierbeek).

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: