Heleen Van Haegenborgh en de muzikaliteit van het getal Pi

Heleen Van Haegenborgh is componist, pianist, improvisator en performer. Zij laat zich niet vangen in specifieke disciplines of muziekgenres. Zij werkt samen met beeldende kunstenaars, theater- en filmmakers. Voor ZINDERING, festival in het kader van zinderende stilte dat deze week van start gaat in Mechelen, componeerde zij Squaring the Circle voor vier slagwerkers en elektronika, met als inspiratiebron de tekeningenreeks Pi van Johan De Wilde.

Hoe komt een pianist terecht bij slagwerk? 

Van Haegenborgh: “Ik vind dat eigenlijk een zeer logische ontwikkeling. Als pianist gebruikte ik vaak de binnenkant van de piano en de link naar slagwerk is snel gelegd als je weet dat ik ooit ben begonnen met de prepared piano stukken van John Cage. Daarin verbouwt hij de piano echt tot slagwerkinstrument door schroeven, rubbers en punaises tussen de snaren te steken en zo de klank te transformeren. Ik ben relatief snel weg gegaan van die preparaties omdat die enorm sterk aan Cage’s klankenwereld vasthangen. De klankenwereld van George Crumb lag me bijvoorbeeld veel meer en vooral daardoor ben ik op zoek gegaan naar technieken die meer aansloten bij mijn eigen esthetiek.  Inside technieken die echt op een muzikale manier kunnen gecombineerd worden met materiaal op de toetsen. Ik zag de piano niet echt vanuit een pianistiek oogpunt maar vooral als een middel om iets te vertellen. De inside piano klankenwereld is rijk maar met slagwerk zijn de mogelijkheden echt oneindig.”

U heeft iets met nylondraad.

“Ja, mijn favoriete preparatie is nylondraad. Afhankelijk van hoe je ze gebruikt kan je enorm veel verschillende klankkleuren creëren. Wanneer je de draden tussen de snaren vlecht heb je  beide handen nodig om de horizontale strijkbeweging te maken. Maar je kunt ze ook vastmaken met een knoopje aan de snaren en dan bespeel je ze door te trekken of te wrijven over de draden. De kleur is dan helemaal anders. Met het knoopje krijg je een hele fragiele klankwereld, zonder knoopje is de toon voller en kan je op zoek gaan naar de verschillende harmonieën. Je trekt als het ware de klank uit piano. Ik blijf elke keer verwonderd hoe mooi dat klinkt en het raakt me om te zien als ik die verwondering ook opmerk bij mijn leerlingen als ik dit soort technieken introduceer. ”

Uitvinders

“De keuze voor slagwerk sluit voor mij op een heel natuurlijke manier aan bij de binnenkant van de piano, dus dat voelt vertrouwd.
Ik heb ontzettend veel respect voor slagwerkers omdat ze elke keer de (nieuwe) logica van een partituur tot zich moeten nemen. Andere muzikanten kunnen erop vertrouwen dat de sol altijd op de tweede lijn van de notenbalk zal liggen maar bij slagwerk is dat niet zo. Elk stuk is anders genoteerd en elke componist heeft zijn eigen notatie-logica. Ook moet er telkens een nieuwe choreografie bedacht worden voor de steeds wisselende instrumenten en bij momenten moet het bijna onmogelijke klaargespeeld worden. Slagwerkers  zijn uitvinders. In een van mijn recente stukken had ik gevraagd om met een metalen voorwerp op de cimbaal te krassen maar er was heel weinig tijd tussen de andere slagen door. Wat doet hij dan? Hij plakt een muntje met tape vast aan een vingernagel, zodanig dat hij dat toch geklaard kan krijgen. En dat heb ik al vaak gemerkt bij slagwerkers, ze vinden het leuk om nieuwe dingen uit te vinden om dingen te doen lukken. Dus ik vind dat wel een apart ras.”

Wat is U bijgebleven uit uw studie compositie?

“Ik heb het voordeel gehad om 10 jaar gewoon intuïtief te experimenteren op piano en mij stap voor stap in te beelden welke klankwereld ik wou maken. Later ben ik dan compositie gaan studeren om meer onderbouwd te leren schrijven. Het belangrijkste dat ik toen voor mijzelf geconcludeerd heb, is dat een compositietechniek niet samenvalt met esthetiek.
Dus ik gebruik veel verschillende compositietechnieken -contrapunt, harmonie, seriële, spectrale, conceptuele, traditionele en Messiaen technieken- dwars door elkaar om te zeggen wat ik wil. De bijdrage van mijn docent Peter Swinnen was vooral dat hij mij niet geduwd heeft in de ene of andere richting en me alle vrijheid gaf. Peter is een heel enthousiast en heel intelligent persoon en stelde me vooral de juiste vragen.        Hij was mijn klankbord en ik voelde me goed in het Brusselse conservatorium omdat de docenten niet vanuit hun ego werkten maar vanuit hun enthousiasme om dingen over te brengen. De meeste docenten waren heel erg toegewijd en gepassioneerd om hun  studenten echt iets te leren. Cruciaal om een goede leraar te zijn.”

U bent ook actief met improvisatie, hoewel U daar ambivalent tegenover staat.

“Improvisatie is een rode draad in mijn leven maar eerder als randactiviteit. Ik ben erin geworpen door Wim Wabbes -toen programmator van Vooruit- die me op improvisatie avonturen stuurde naar Istanbul, Peking en Polen. Hier in België improviseer ik vooral met enkele  mensen uit andere muziekstromingen wiens klankenwereld me aanspreekt. Bij Tsubasa Hori is dat de traditionele Japanse muziek, bij Christian Mendoza was dat de jazz en bij Esther Venrooy de elektronische muziek. Ik heb intussen wel wat ervaring met improvisatie, maar ik neem daar toch een dubbele houding over in. Ik vind het telkens      zeer boeiend en leerrijk om terug te koppelen naar de essentie van onmiddellijke communicatie met het publiek. Het leuke aan improvisatie is de vrijheid die soms ontbreekt bij gecomponeerde muziek. Maar anderzijds kan dat ook soms tot een vrijblijvendheid leiden waar dat ik dan van wegloop. Improvisatie om de improvisatie behoort niet tot mijn praktijk. Ik hou van een vaste  structuur met losse elementen. Ik besef intussen ook dat het voor mij eigenlijk nooit de  bedoeling is dat de samenwerking louter als improvisatie blijft bestaan. Wel dat het evolueert naar een project dat samenhangt en uiteindelijk in een compositie uitmondt. En zolang dat einddoel niet is bereikt, blijf ik zitten met een onvervuld gevoel.”

Komt die gecontroleerde vrijheid ook terug in uw compositie over het getal Pi?

“In al mijn composities staat de strijd om een gevoel van vrijheid, naturelle en directheid centraal. Ik wil niet dat mijn stukken rigide klinken, ze moeten in contact met de realiteit staan. In het stuk Squaring the Circle voor 4 slagwerkers zit dat ook. Ik gebruik weliswaar het getal Pi maar op gezette momenten is een of meerdere partijen vrij om dat losse te creëren. “

Er wordt wel gezegd dat het belang van het getal Pi erin bestaat dat oneindigheid binnen handbereik komt. Wat kan een kunstenaar daarmee?

“Pi is een sleutelwerk van kunstenaar Johan De Wilde en eigendom van het SMAK. Het is een eindeloze reeks  tekeningen en elke nieuwe tekening bevat een nieuwe reeks na de komma. Gezien onze gemeenschappelijke fascinatie voor oneindigheid heeft Johan mij een schilderijtje cadeau gedaan en bedank ik hem daarvoor met dit muzikale antwoord Squaring the Circle. Het chaotische en de onvoorspelbaarheid van Pi heb ik muzikaal vrij naar ruis vertaald wat dan weer grenst aan stilte. Ziedaar mijn compositie voor het stiltefestival Zindering.

De grootste uitdaging was hoe ik dat toch wel dwingende systeem van Pi naar mijn hand kon zetten. Het begon met een klankverbeelding en dan de vraag: Hoe kan ik die bereiken, gebruik makend van technieken gebaseerd op Pi?
Eerst en vooral is er de titel van mijn werk als insteek: Squaring the Circle. Omdat de kwadratuur van de cirkel niet bestaat en Pi daarvan de oorzaak is was het een eerste uitdaging om dat idee van vechtende vierkanten en cirkels vorm te geven. Dat komt in verschillende gedaantes voor.
Ik ben niet de componist die een monochroom stuk van een uur schrijft gebaseerd op een enkele techniek. Dus voor een tweede benadering  heb ik een deel van de getallenreeks gebruikt om de grote structuur te bepalen 3589793 (in totaal een stuk van 44 minuten). Nog een andere manier om Pi naar mijn hand te zetten en onvoorspelbaarheid te creëren  was door elk getal een ritmische waarde te geven en zo de ritmische structuur te bepalen. Elders is er een canon van cirkels te horen  en op nog andere plaatsen hoor je harmonische of melodische vierkanten. Visueel is er ook een link met het verticale aspect van Johan’s werk door de keuze van een set buisklokken per speler en een verwijzing naar de titel door het grote aantal ronde instrumenten op podium zoals 2 pauken, 2 bas drums, 8 gongen, cimbalen etc. “.

Dat klinkt heel gestructureerd. Waar is de vrijheid gebleven?

“Ik kan zeggen dat Pi achteraf gezien veel meer in mijn kraam paste dan verwacht. Ik heb de getallenreeks vooral gebruikt om onvoorspelbaarheid te creëren.  Door Pi te gebruiken ontstaat vanzelf een gevoel van vrijheid. Soms staat die vrijheid strak genoteerd, soms iets minder strak tot volledig vrij. Er wordt met clicktrack gespeeld maar ook daar de uitdaging aan de muzikanten om zich desondanks vrij te voelen.

Er is ook een bepaalde passage die ik ritmisch volledig volgens pi had uitgewerkt (een groot decrescendo van verspreide gongslagen opgevuld met stille metaalklanken van cimbalen en triangel) maar toen we repeteerden klonk dat zo mathematisch en kunstmatig dat ik heb beslist om de maatstrepen weg te halen en de ritmes improvisatorisch  als suggestie te benaderen. Wat een verschil in de manier van spelen, hoe geëngageerd. De muziek klonk van binnenuit. Lezende ogen nemen veel ontvankelijkheid in het luisteren weg.  Geef musici de vrijheid. ‘Kies zelf je timing, maak je klank af. Ga je niet haasten naar de volgende klank. Neem de tijd en maakt je eigen verhaal’.”

U legt de bal voor een groot deel in het kamp van de muzikanten. Krijgt een componist wel voldoende tijd om met musici te communiceren?

Ik leg de bal inderdaad in het kamp van de muzikanten maar er is een relatief strak kader dat de richting bepaalt. Het communiceren vind ik één van de leukste aspecten bij het componeren. Samen zoeken in die heel detaillistische materie naar de best mogelijke manier om iets te verklanken.  Zij zijn de specialisten met tonnen ervaring en kunnen mij het best informeren van wat wel en niet kan op hun instrument.

Maar de repetitietijd is inderdaad vaak heel beperkt.  In tegenstelling tot theatermakers die weken aan een stuk met acteurs en dramaturg werken, hebben wij maar twee repetities om te repeteren en te checken of de klankvoorstelling overeenkomt met wat ik me verbeeldde. Componeren is een specifieke job en helemaal anders dan bij andere kunstenaars. Een beeldend kunstenaar heeft zijn werk volledig onder controle van begin tot einde. Ik ben afhankelijk van de muzikanten tenzij ik elektronica maak. Dan heb ik alles onder controle en dat is een zeer comfortabele maar misschien wat eenzijdige positie. Voor Squaring the Circle zal het een combinatie van beide zijn. Vier muzikanten en elektronica. De aanwezigheid van muzikanten als vertalers vind ik een zegen want  controle blijft  toch maar een illusie. De perceptie van muziek per luisteraar is persoonlijk, en afhankelijk van referentiekaders, focus en fantasie. ”.

WAT: Squaring the Circle, wereldcreatie voor 4 slagwerkers en elektronica, van Heleen Van Haegenborgh

WANNEER: De wereldpremière van Squaring the Circle is zaterdag 11 december om 19h00. Kunstencentrum nona, Begijnenstraat 19, Mechelen

WIE: GAME (Aya SuzukiAnita CappuccinelliLucas MesslerFederico Tramontana)

BEELD: Johan De Wilde

ORGANISATIE: Zindering festival, Mechelen, 9-13 december 2021

TICKETS en INFO: www.zinderingfestival.be

FOTO’S: Wynold Verweij, Yiannis Katsaris

 

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: