In het symbolische spoor van Laks

27 januari 1945: wanneer de concentratie- en vernietigingskampen van Auschwitz door Sovjet-Russische troepen worden bevrijd, wacht een gewezen ‘kapelmeester’ van dit mensonterende oord vele honderden kilometers verderop op zijn eigen V-dag. 29 april was het dan eindelijk zover. Amerikaanse legerdivisies roepen in de daaropvolgende uren en dagen een halt toe aan de gruwel in Dachau en omgeving. Vanuit het kamp in Landsberg kon Szymon Laks naar Frankrijk, zijn adoptieland à venir, terugkeren. Kunst had de wereld niet gered, en deze Poolse componist en violist dus evenmin van deportatie – oorlogen worden nu eenmaal beslecht door moed en weerzinwekkend wapentuig. Maar hoeveel mensenlevens hebben we dan wel – alsnog – aan de muziek te danken?

Het is een vraag die vandaag, op deze jaarlijkse International Holocaust Remembrance Day, niet alleen zeer relevant, maar bovendien bijzonder indrukwekkend klonk. Daar zat naast de Verenigde Naties ook Traces voor veel tussen. Het Brusselse festival, in 2019 opgericht door de violist en muzikale sporenzoeker Philippe Graffin, wil ten onrechte verwaarloosd kamermuziekrepertoire nieuw leven inspelen. En tussen die plooien van de muziekgeschiedenis verdronk natuurlijk menig slachtoffer van zowel de ijzingwekkende naziterreur als van andere, niet minder verwerpelijke totalitaire regimes. Enkele van deze drenkelingen overleefden ternauwernood hun trieste lot. Hun memoires werden naar het witte doek vertaald, denken we maar aan Władysław Szpilman (1911-2000), de pianist uit Roman Polanski’s gelijknamige succesfilm (2002). Of hun muziek is al even aan een noemenswaardige remonte bezig, zoals in het geval van Mieczysław Weinberg (1919-1996). Want in tegenstelling tot zijn familie, die op gruwelijke wijze volledig werd uitgemoord, bleef deze Russische componist van Pools-Joodse geboorte wél uit de handen van het oprukkende Derde Rijk. Om vervolgens met het antisemitisme in Sovjetland geconfronteerd te worden. De dood van Stalin op 5 maart 1953 bleek uiteindelijk zijn onverhoopte redding uit de gevangenschap waarin hij sinds januari van dat jaar was beland. Andere ‘verdorven’ toondichters en musici hadden helaas minder geluk. Voor velen liep de Tweede Wereldoorlog fataal af. Sommigen klinken allengs door in de naam en het repertoire van een ensemble: Pavel Haas bijvoorbeeld (1899-1944), een buitengewoon begaafd student van Janáček, die door een veelgeprezen Tsjechisch strijkkwartet uit de vergetelheid werd gehaald. Of Gideon Klein (1919-1945), die net als Haas in oktober 1944 van het getto in Theresienstadt naar Auschwitz werd gedeporteerd, en die sinds enkele jaren met een Londens strijktrio drie jonge voorvechtsters heeft gekregen. 

Folklore tegen het vergeten

Iemand voor wie de herdenking en daadwerkelijke reanimatie zeker nog wat meer wind in de zeilen kan gebruiken, is Szymon Laks. Van hem stond vanavond het derde strijkkwartet op het programma. Maar eerst kreeg het publiek in de Koninklijke kapel – de voormalige Hofkapel in het Paleis van Karel van Lotharingen, die in 1804 door Napoleon aan de protestantse eredienst werd geschonken – een inleidende lezing van dra. Katarzyna Naliwajek. De Poolse musicologe schetste het opmerkelijke parcours dat haar landgenoot in de 20ste eeuw zou afleggen. Laks, geboren in Warschau en afkomstig uit een familie van geassimileerde Joden (1901), werd aanvankelijk opgeleid als wiskundige, stortte zich vervolgens op het componeren, alvorens in 1926 zijn artistieke heil in Parijs te gaan zoeken. Hij vervolmaakte daar zijn studies aan het conservatorium, kwam er ook aan de bak als dirigent én stond er mee aan de wieg van de bloeiende Association des jeunes musiciens polonais. Jusqu’ici tout va bien dus… Maar het tij in Frankrijk zou keren, zo lezen we in een eerste programmatekst: “There his musical creativity was violently halted on 14 May 1941, when he was arrested, detained in a transit camp in Pithiviers and on 19 July 1942 transported to Auschwitz II Birkenau, where he received number 49543”, schrijft Naliwajek. Een onwezenlijk hoog nummer, die 49543, maar gelukkig schuilde daarachter een begenadigd violist, arrangeur en orkestrator, die als ‘Kapelmeester van Auschwitz’ en met de hulp van enkele vrienden zijn hachje wist te redden. “There were four prisoner orchestras in the Auschwitz complex, whose primary task was to play lively marching melodies to facilitate the prisoners’ departure for work and their return to the camp. Their duties also included giving concerts for SS men, usually on Sunday afternoons, and, with permission from the camp administration, for fellow prisoners”, legt historicus Jacek Lachendro in een tweede programmatekst over het orkest in Birkenau (1942-1944) uit. En de onderzoeker, verbonden aan het Staatsmuseum van Auschwitz-Birkenau, voegt er onder meer aan toe dat dit mannengezelschap in augustus 1942 werd gevormd, dat het aantal Joden geleidelijk aan de overhand nam en tegen de zomer van 1944 uit meer dan dertig muzikanten bestond.

Szymon Laks was een alleskunner in muziek. Dankzij zijn “atemberaubend” vakmanschap ontsnapte hij aan een gewisse dood, betoogt de muziekwetenschapper Frank Harders-Wuthenow in dit interview. Na diens retour naar Parijs op 18 mei 1945 begon Laks, op een even nauwgezette als integere manier, zijn ervaringen in de kampen op schrift te zetten. Aan het notenpapier vertrouwde hij een nieuw strijkkwartet toe, meteen ook zijn eerste, naoorlogse creatie – de eerste twee exemplaren werden vernietigd, samen met de rest van zijn toenmalige oeuvre. In dit derde strijkkwartet ‘sur des motifs populaires polonais’ slaat de componist resoluut een uitbundige toon aan. Het is aanstekelijke folklore tegen het vergeten. De eigen volksmuziek, door de nazioversten verboden, maakt hier een zeer opvallende, symbolische rentree. Al even opmerkelijk was de manier waarop het Karski Quartet de vier delen vertolkte. Van bij aanvang leek het alsof de Pools-Belgische combo dit stuk al jaren op de pupiters had staan. Quod non, aldus alle betrokkenen. Deze Poolse deuntjes zitten ons gewoon in het bloed, gekscheerde de oudste van de tweelingzusjes Kotarba achteraf.

En dus klonk het Allegro quasi presto bevlogen, maar altijd in overleg, zonder onstuimig te worden. Er was een grote eenheid van denken en handelen, en daar voeren zowel de balans als de dynamiek wel bij. Op een trits krachtige orgelpunten volgde het ingetogen Poco lento, de langste beweging en tegelijk ook het enige echte moment van verstilling. Intens ensemblespel, zonder veel opsmuk – lees: vibrato, werd afgewisseld met een aangrijpend thema op de altviool en het kwetsbare geluid van de beide violistes: een gestadige, maar vooral vermoeiende mars, die met een ironische zucht eindigde. De heropleving kwam er al snel, in de vorm van een heerlijk geplukt en helder geaccentueerd scherzo (Vivace non troppo). Het bleek muziek met de ritmische allures van een Debussy en Ravel, die in hun strijkkwartetten een vergelijkbaar idioom hadden gehanteerd. Korte, lyrische trio’s werden dan weer met zichtbaar plezier gestreken, terwijl de bas nog even lekker natrilde vooraleer in de finale te duiken. Het hymnische Allegro moderato was het enige deel dat, eens het viertal op stoom kwam, bij momenten minder goed samenhield. De grens tussen meeslepend en zich laten meeslepen, en tussen stampvoetend of eerder log, werd gaandeweg dunner, maar dat deed überhaupt niets af aan de energie waarmee Laks te vuur en te strijkstok werd verdedigd.

Dit derde kwartet vormde in 1967 de basis voor een pianokwintet. Een suggestie voor de volgende editie van het Traces Festival?

© Klassiek Centraal

Fuga van de dood

Na de pauze kreeg het Karski Quartet versterking van Raphael Wallfisch. Samen met de befaamde Britse cellist, wiens moeder de Shoah overleefde als lid van het vrouwenorkest van Birkenau, waagden de musici zich aan Schuberts imposante strijkkwintet (1828): één van de meest grandioze kamermuziekwerken ooit geschreven, en behorende tot de ‘Musiques d’un autre monde’ – om maar even de originele titel van de memoires van Laks te citeren. Met zijn hemelse lengte, en het even ontroerende als indringende Adagio, paste dit kwintet natuurlijk wonderwel bij een herdenkingsdag als vandaag. Nadat de ultieme climax van de opzwepende finale (Più allegro) bij wijze van geslaagd contrast met een langgerekt morendo was beëindigd, drong een kleine aanvulling zich op bij het gebod dat achter het ensemble op de muur prijkte. ‘Tu aimeras ton prochain comme toi-même…’, lezen we in het evangelie van Matteüs. ‘Et la musique de Schubert encore plus!’, zo beaamden de kerk- en concertgangers in koor met een staande ovatie.

Op deze 27ste januari 2022 stonden we gelukkig niet alleen stil bij de Jodenvervolging. We vierden ook heuglijker gebeurtenissen. Zoals de geboortedag van Mozart natuurlijk, en dit jaar ook de start van de Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. Gedichtendag, muziek én de herinneringen aan de Holocaust komen allicht nergens zo krachtig samen als in Todesfuge van de dichter Paul Celan (1920-1970). Enkele verzen uit Fuga van de dood, vertaald door Ton Naaijkens, vormen dus, samen met een prachtig Allegro con spirito van de tijdloze Amadé, een passende uitgeleide: 

Er ruft spielt süßer den Tod der Tod ist ein Meister aus Deutschland

er ruft streicht dunkler die Geigen dann steigt ihr als Rauch in die Luft

dann habt ihr ein Grab in den Wolken da liegt man nicht eng

Hij roept speel zoeter de dood de dood is een meester uit Duitsland

hij roept strijk zwaarder de snaren dan stijg je als rook in de lucht

dan heb je een graf in de wolken daar lig je niet krap

WIE: Karski Quartet [Kaja Nowak (viool), Natalia Kotarba (viool), Diede Verpoest (altviool), Julia Kotarba (cello)] – Raphael Wallfisch (cello)

WAT: Szymon Laks (1901-1983) – Strijkkwartet nr. 3 ‘sur des motifs populaires polonais’ || Franz Schubert (1797-1828) – Strijkkwintet in C (D 956)

WAAR: Koninklijke (Hof)kapel – Protestantse Kerk van Brussel

WANNEER: donderdag 27 januari 2022

FOTO’S: © Traces Festival, Archiv André Laks, Klassiek Centraal

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: